• Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact
Geen resultaat
Bekijk alle
Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
  • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

Boerleider waarschuwt voor politiek geheugenverlies rond financieel beleid Achaibersing

Sheryl Dayene Gallant door Sheryl Dayene Gallant
18 oktober 2026 00:00
in Suriname
Ex-president Chandrikapersad Santokhi (wijlen) en ex- minister Armand Achaibersing.

Criticus Alerto Boerleider waarschuwt voor politiek geheugenverlies en stelt kritische vragen over de economische erfenis van de voormalige minister van Financiën

De kandidatuur van oud-minister van Financiën Armand Achaibersing voor het voorzitterschap van de Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP) roept vragen op over zijn bestuurlijke verleden en de economische gevolgen van het beleid dat onder zijn verantwoordelijkheid mede vorm kreeg.

Criticus Alerto Boerleider vindt dat de samenleving zich niet uitsluitend moet laten leiden door politieke beloften, maar ook kritisch moet terugkijken naar de resultaten uit het verleden.

Achaibersing was van 2020 tot 2022 minister van Financiën in de regering-Santokhi. Volgens Boerleider is het noodzakelijk om de economische cijfers uit die periode en de daaropvolgende jaren opnieuw tegen het licht te houden.

Hij wijst daarbij op de ontwikkeling van de staatsschuld, de afwikkeling van de Oppenheimer-schuld, de hoge rentevergoedingen op Open Market Operations (OMO) en de sterke schommelingen van de wisselkoers.

De centrale vraag die Boerleider opwerpt, is wat de samenleving mag verwachten van een politicus die opnieuw een belangrijke leiderschapspositie ambieert, terwijl het gevoerde beleid volgens hem onvoldoende tastbare verbeteringen voor grote delen van de bevolking heeft opgeleverd.

Staatsschuld en koopkracht onder druk

Een van de belangrijkste kritiekpunten betreft de ontwikkeling van de staatsschuld. Volgens de door Boerleider aangehaalde cijfers steeg de staatsschuld uitgedrukt in Surinaamse dollars van ongeveer SRD 58 miljard naar SRD 154,8 miljard, terwijl de schuld in Amerikaanse dollars volgens zijn analyse ongeveer gelijk bleef.

Deze ontwikkeling vraagt om een zorgvuldige beoordeling. De stijging van de in SRD uitgedrukte schuld kan namelijk mede worden verklaard door wisselkoersveranderingen, naast eventuele nieuwe leningen, aflossingen en andere financiële mutaties.

Mis dit niet:

Gezamenlijke bankrekening met familie in Suriname kan onverwachte vragen opleveren

Liefdesconflict in Redi Doti escaleert: man aangehouden voor zware mishandeling

De nominale stijging alleen bewijst daarom niet dat de overheid in dezelfde mate meer buitenlandse schulden heeft opgebouwd.

Voor burgers is vooral van belang welke gevolgen het gevoerde beleid heeft gehad voor hun koopkracht, de kosten van levensonderhoud en hun financiële zekerheid.

Wanneer lonen achterblijven bij prijsstijgingen, kunnen huishoudens ondanks eventuele macro-economische verbeteringen steeds moeilijker rondkomen.

Boerleider stelt dat de bevolking uiteindelijk de zwaarste lasten heeft gedragen. Volgens hem moet daarom niet alleen worden gekeken naar financiële stabilisatie op papier, maar ook naar de vraag in hoeverre de resultaten daarvan daadwerkelijk bij de burgers terecht zijn gekomen.

Oppenheimer-schuld: wie draagt de rekening?

Ook de afwikkeling van de Oppenheimer-obligaties vormt een belangrijk onderdeel van de kritiek. Boerleider stelt dat de schuld toenam van ongeveer USD 675 miljoen naar USD 912 miljoen als gevolg van betalingsproblemen, uitstel en opgelopen rente.

De herstructurering van de buitenlandse schuld was een belangrijk onderdeel van het economische herstelprogramma van Suriname.

Tegelijkertijd roept de financiële afwikkeling vragen op over de totale kosten, de voorwaarden van de schuldherschikking en de gevolgen voor toekomstige overheidsbegrotingen.

De relevante vraag is volgens de kritiek niet alleen of Suriname erin is geslaagd betalingsverplichtingen opnieuw te structureren, maar ook tegen welke prijs dat is gebeurd en welke ruimte daardoor overblijft voor investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur en economische ontwikkeling.

Een volledige beoordeling vereist inzicht in de oorspronkelijke schuldvoorwaarden, de overeengekomen herstructurering, de rentelasten en de uiteindelijke betalingsverplichtingen.

Zonder die gegevens kan niet uitsluitend op basis van de genoemde bedragen worden vastgesteld wie financieel het meest heeft geprofiteerd.

OMO-rente: miljarden voor banken en beleggers

Een ander punt dat Boerleider aan de orde stelt, is het beleid van Open Market Operations, waarbij de Centrale Bank van Suriname overtollige liquiditeiten uit de economie probeert te halen.

Hij verwijst naar een bedrag van ongeveer SRD 7,6 miljard aan rentevergoedingen over de periode 2021 tot en met 2024 en noemt daarbij rentepercentages die volgens hem opliepen tot 92 procent.

De omvang van deze rentebetalingen verdient een kritische analyse. OMO-instrumenten worden gebruikt om de liquiditeit in het financiële systeem te beïnvloeden en kunnen onderdeel zijn van een beleid dat de inflatie en wisselkoers onder controle moet brengen.

Tegelijkertijd kunnen hoge rentevergoedingen aanzienlijke financiële voordelen opleveren voor de partijen die aan deze transacties deelnemen.

Daarom is transparantie over de werking van het systeem van groot belang. Hoe werden de rentepercentages vastgesteld?

Welke financiële instellingen en andere partijen ontvingen de vergoedingen? Hoeveel bedroegen de totale kosten en welke aantoonbare resultaten werden met het beleid bereikt?

Dit zijn vragen waarop de samenleving een helder antwoord moet krijgen. Een monetair instrument kan een legitiem beleidsdoel dienen, maar dat ontslaat de verantwoordelijke instellingen niet van de verplichting om de kosten, opbrengsten en verdelingseffecten inzichtelijk te maken.

Wisselkoers en inflatie: stabilisatie zonder blijvende zekerheid?

Boerleider wijst daarnaast op de wisselkoersontwikkeling. Volgens de door hem aangehaalde cijfers stabiliseerde de koers zich in 2021 rond SRD 21 voor één Amerikaanse dollar, waarna deze onder dezelfde regering opliep tot ongeveer SRD 38 per dollar.

Een dergelijke koersontwikkeling kan grote gevolgen hebben voor de Surinaamse samenleving. Suriname is voor veel goederen afhankelijk van import, waardoor een verzwakking van de SRD de kosten van levensonderhoud kan verhogen. Vooral huishoudens met vaste inkomens worden geraakt wanneer voedsel, transport, medicijnen en andere noodzakelijke producten duurder worden.

Toch moet de wisselkoersontwikkeling in de juiste economische context worden beoordeeld. Daarbij spelen onder meer het monetaire beleid, de overheidsfinanciën, de beschikbaarheid van vreemde valuta, de importvraag en het vertrouwen in de economie een rol.

De politieke discussie moet daarom verder gaan dan de vraag of de koers op een bepaald moment tijdelijk stabiliseerde. Van belang is of het beleid heeft bijgedragen aan duurzame prijsstabiliteit, een voorspelbare wisselkoers en een verbetering van de reële koopkracht van de bevolking.

Belastingen omhoog, maar waar blijven de economische resultaten?

Naast de financiële cijfers plaatst Boerleider vraagtekens bij de resultaten van het bredere economische beleid. Hij stelt dat burgers met hogere belastingen werden geconfronteerd, zonder dat daar volgens hem voldoende economische vooruitgang tegenover stond.

Ook de ontwikkeling van de landbouwsector krijgt kritiek. Volgens Boerleider bleef een krachtige impuls voor de landbouw uit, terwijl deze sector juist mogelijkheden biedt voor werkgelegenheid, voedselzekerheid, export en vermindering van de afhankelijkheid van geïmporteerde producten.

Daarnaast stelt hij dat de goudsector onvoldoende is geherstructureerd. Een sector die een belangrijke bijdrage levert aan de export en de instroom van buitenlandse valuta, vraagt volgens deze redenering om een beleid dat transparantie, naleving van wet- en regelgeving, belastinginkomsten en duurzame ontwikkeling met elkaar verbindt.

De vraag is dan ook welke concrete hervormingen zijn doorgevoerd en in hoeverre die hebben geleid tot meer productiviteit, meer formele werkgelegenheid en een bredere verdeling van de economische opbrengsten.

Investeringsklimaat en Staatsolie-contracten onder de loep

Boerleider stelt verder dat na de invoering van de Bankwet onvoldoende is gedaan om een sterk investeringsklimaat en een goed ontwikkelde markt voor investeringsbankieren op te bouwen.

Een stabiele financiële sector is belangrijk voor ondernemers die kapitaal nodig hebben om te investeren, uit te breiden en nieuwe banen te creëren. Het bestaan van wetgeving alleen is echter niet voldoende: ook de uitvoering, de toegankelijkheid van financiering, de rechtszekerheid en het vertrouwen van investeerders spelen een rol.

Daarnaast uit Boerleider kritiek op het gebrek aan inzichtelijkheid rond contracten die verband houden met de deelname van Staatsolie aan ontwikkelingen in de energiesector. Hij stelt dat deze overeenkomsten niet voldoende inzichtelijk zijn gemaakt voor De Nationale Assemblée en de bevolking.

Bij strategische overeenkomsten die mogelijk grote financiële gevolgen hebben voor de staat, is transparantie van wezenlijk belang.

De samenleving moet kunnen begrijpen welke risico’s de overheid loopt, welke opbrengsten worden verwacht en onder welke voorwaarden publieke middelen en staatsbelangen worden ingezet.

Daarbij moet vanzelfsprekend rekening worden gehouden met eventuele wettelijke beperkingen op de openbaarmaking van commercieel vertrouwelijke informatie.

Ook de stijgende energiekosten vormen volgens Boerleider een belangrijk kritiekpunt. Hij vraagt zich af waarom burgers en bedrijven meer moeten betalen terwijl de onderliggende problemen volgens hem onvoldoende zijn aangepakt.

Wat betekent de kandidatuur voor het leiderschap van de VHP?

Met de kandidatuur van Achaibersing voor het VHP-voorzitterschap krijgt zijn bestuurlijke verleden opnieuw politieke betekenis.

Een partijvoorzitter bepaalt immers mede de koers, de beleidsprioriteiten en de manier waarop een politieke organisatie verantwoording aflegt over haar eerdere bestuursperiode.

De kritiek van Boerleider stelt daarom een bredere vraag aan de VHP: welke lessen heeft de partij getrokken uit haar regeringsperiode en hoe wil zij aantonen dat toekomstig beleid daadwerkelijk tot betere resultaten voor de bevolking zal leiden?

Daarbij is het van belang onderscheid te maken tussen de persoonlijke verantwoordelijkheid van een minister, de gezamenlijke verantwoordelijkheid van een regering en de zelfstandige verantwoordelijkheid van andere instellingen, waaronder de Centrale Bank van Suriname. Niet iedere economische ontwikkeling kan zonder nadere onderbouwing aan één bewindspersoon worden toegeschreven.

Juist daarom zijn controleerbare cijfers, openbare beleidsverantwoording en een inhoudelijke evaluatie van het gevoerde beleid noodzakelijk. Een kandidaat voor het partijvoorzitterschap mag worden beoordeeld op zijn ervaring en prestaties, maar ook op de lessen die hij uit eerdere beslissingen heeft getrokken.

Politiek geheugenverlies mag geen uitgangspunt zijn

Boerleider waarschuwt voor wat hij omschrijft als politiek geheugenverlies, oftewel politieke dementie. Daarmee doelt hij op het verschijnsel waarbij kiezers en politieke partijen de resultaten en tekortkomingen van eerdere bestuursperioden uit het oog verliezen zodra nieuwe kandidaten en beloften naar voren worden geschoven.

Zijn boodschap is dat de samenleving kritisch moet blijven kijken naar het verleden en politici niet uitsluitend op hun ambities of publieke optredens moet beoordelen.

De kandidatuur van Achaibersing biedt volgens deze kritiek aanleiding om opnieuw vragen te stellen over de staatsschuld, de OMO-rentebetalingen, de wisselkoers, het investeringsklimaat, de landbouw, de goudsector en de energiekosten. De antwoorden daarop moeten worden gezocht in controleerbare gegevens en een eerlijke beoordeling van de resultaten.

Uiteindelijk gaat het niet alleen om wie de voorzittershamer binnen de VHP in handen krijgt, maar ook om de vraag welke economische visie de partij voor Suriname heeft en hoe die visie zich vertaalt in concrete verbeteringen voor de bevolking.

Politieke verantwoordelijkheid begint bij het afleggen van rekenschap. En zonder een kritische blik op het verleden is het moeilijk om te bepalen welke koers de toekomst werkelijk vooruithelpt.

ShareTweetSendSend

Blijf op de hoogte

finabank
Lifestyle

Gezamenlijke bankrekening met familie in Suriname kan onverwachte vragen opleveren

Verdachte zou slachtoffer met gasbuks op het hoofd hebben geslagen.
Suriname

Liefdesconflict in Redi Doti escaleert: man aangehouden voor zware mishandeling

Illustratiefoto.
Suriname

Veertien pakketten vermoedelijke marihuana ontdekt bij controle Stolkertsijver

eten diner roti
Lifestyle

Warme roti en nasi bij Surinaamse winkeliers zijn niet automatisch veilig

SRD Surinaamse Dollar
Suriname

President Simons wil dat Surinaamse banken meer investeren in lokale bedrijven

Continuïteit van medische zorg voor militairen, gepensioneerden en overige rechthebbenden staat centraal.
Suriname

Defensie en SZF bereiken overeenstemming over nieuwe ziektekostenverzekering

Nieuws uit Suriname | gfcnieuws.com

© 2026 GFC Nieuws

GFC Nieuws is een toonaangevend Surinaams mediahuis, gevestigd in Paramaribo. Sinds 2010 brengen wij dagelijks betrouwbaar nieuws, actualiteiten en lifestyle-artikelen met focus op Suriname en de Surinaamse gemeenschap wereldwijd. Onze redactie bestaat uit ervaren journalisten en columnisten, actief in zowel Suriname als Nederland.

  • Contact
  • Word redacteur
  • Colofon

Sociale media

Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

© 2026 GFC Nieuws