Soms vraag ik mij af waarom wij in Suriname zo gemakkelijk accepteren dat bepaalde problemen blijkbaar onoplosbaar zijn.
Neem de wegverbinding tussen Paramaribo en de luchthaven in Zanderij.
Wie tegenwoordig richting de Johan Adolf Pengel International Airport rijdt, weet dat het vooral op drukke momenten een ware beproeving kan zijn.
Files, langzaam rijdend verkeer en onzekerheid over de reistijd horen voor veel reizigers inmiddels bij de reis naar de luchthaven.
Maar dan denk ik aan onze eigen geschiedenis.
Als het ruim honderd jaar geleden mogelijk was om een spoorverbinding vanuit Paramaribo richting het binnenland aan te leggen, waarom zouden wij vandaag dan niet in staat zijn om een moderne treinverbinding naar Zanderij te realiseren?
Nederland deed het toen, wat doen wij nu?
Het is interessant om daarbij naar Nederland te kijken. De Nederlandse staat nam in 1903 het particuliere initiatief voor de spoorweg over.
Onder gouverneur Cornelis Lely werd vervolgens daadwerkelijk werk gemaakt van de aanleg. De spoorweg groeide uit tot een belangrijke verbinding richting het zuiden.
En het gaat nog verder. In 1955 reed er volgens de Surinaamse Almanak meerdere keren per dag een dienst vanaf station Vaillantsplein naar het vliegveld Zanderij.
Wij hadden dus ooit iets wat tegenwoordig opnieuw als een ambitieus idee wordt gepresenteerd.
Nederland beschikte toen over de financiële en organisatorische mogelijkheden om zo’n infrastructuurproject in Suriname te realiseren.
Vandaag is Suriname een zelfstandige staat en moeten wij zelf onze keuzes maken. Maar dat betekent niet dat Nederland geen rol zou kunnen spelen als kennispartner, financier of investeerder.
Een trein kan Suriname enorm veel opleveren
Een moderne spoorverbinding Paramaribo-Zanderij zou veel meer zijn dan een oplossing voor files. Reizigers zouden vooraf beter kunnen inschatten hoe lang hun reis duurt.
Toeristen zouden gemakkelijker vanaf de luchthaven naar Paramaribo kunnen reizen. Werknemers zouden sneller tussen stad en zuidelijke districten kunnen bewegen en de druk op de Indira Gandhiweg zou kunnen afnemen.
Bovendien is het idee helemaal niet nieuw. In 2014 werd al een spoorlijn van Paramaribo naar Onverwacht voorgesteld, met de bedoeling die later door te trekken naar de luchthaven.
Misschien moeten wij daarom opnieuw durven denken in spoor. Niet nostalgisch, maar modern en zakelijk.
Als Nederland ruim honderd jaar geleden kon helpen bij het realiseren van een spoorweg in Suriname, waarom zouden Suriname en Nederland vandaag niet opnieuw samen aan tafel kunnen zitten?
Alleen zouden wij deze keer zelf moeten bepalen waar de trein rijdt, wat hij oplevert en vooral waarvoor Suriname hem nodig heeft.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.






