Minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken (Biza) heeft verduidelijkt dat de recente gesprekken tussen de regering en de onderwijsbonden niet gericht waren op een directe looncorrectie, maar op secundaire arbeidsvoorwaarden.
De bewindsman gaf deze toelichting tijdens een persmoment voorafgaand aan de vergadering van de Raad van Ministers (RvM).
Volgens Bee waren het intensieve onderhandelingen, maar is hij tevreden met het bereikte resultaat binnen deze specifieke fase van het overleg.
Focus op arbeidsvoorwaarden in eerste fase van overleg
De minister benadrukte dat in de huidige gespreksronde vooral is gekeken naar secundaire voorwaarden voor leerkrachten.
Daarbij gaat het volgens hem om afspraken die bijdragen aan de verbetering van de werkomstandigheden, zonder dat de basisloonstructuur op dit moment is aangepast.
Bee gaf aan dat de loononderhandelingen zelf nog moeten plaatsvinden en dus nog geen onderdeel waren van de recente afspraken met de onderwijsbonden.
Regering spreekt van gefaseerde aanpak
Volgens de bewindsman kiest de regering bewust voor een gefaseerde aanpak in de gesprekken met de onderwijssector. Eerst worden de secundaire arbeidsvoorwaarden besproken, waarna in een volgende fase de looncomponent aan bod zal komen.
Deze aanpak moet volgens de minister bijdragen aan meer gestructureerde en haalbare afspraken binnen de bredere financiële mogelijkheden van de staat.
Leerkrachten blijven aandringen op hoger basissalaris
Ondertussen blijft binnen de onderwijssector de roep om een structurele salarisverhoging hoorbaar. Eerder deze week gaven enkele leerkrachten aan dat zij een minimumsalaris van ten minste US$ 1000 per maand noodzakelijk achten, gezien de huidige economische omstandigheden en de aanhoudende druk op de koopkracht.
Deze geluiden illustreren de kloof tussen de verwachtingen van een deel van de leerkrachten en de huidige fase van de onderhandelingen, waarin vooral secundaire arbeidsvoorwaarden centraal staan.
Verdere loononderhandelingen nog in voorbereiding
Bee gaf aan dat de komende periode zal worden benut om de daadwerkelijke loononderhandelingen verder voor te bereiden.
Daarbij zal opnieuw overleg plaatsvinden met de onderwijsbonden, waarbij zowel de financiële ruimte van de staat als de belangen van het onderwijzend personeel worden meegenomen.
De regering benadrukt dat het uiteindelijke doel is om tot evenwichtige en uitvoerbare afspraken te komen die zowel de sector als de staatsfinanciën ten goede komen.







