De plaatsing van de historische binnenstad van Paramaribo op de UNESCO-lijst van bedreigd werelderfgoed moet volgens de Stichting Gebouw Erfgoed Suriname (SGES) worden gezien als een dringende oproep om het cultureel erfgoed beter te beschermen.
Waarnemend directeur Rachel Deekman hoopt dat de internationale waarschuwing leidt tot een gezamenlijke inspanning van overheid, maatschappelijke organisaties en burgers om de aanbevelingen van UNESCO alsnog uit te voeren en de unieke historische waarde van de binnenstad veilig te stellen.
Volgens Deekman is de beslissing van UNESCO niet onverwacht, maar het resultaat van een langdurig proces waarin eerder gedane aanbevelingen onvoldoende zijn opgevolgd.
Unieke historische waarde onder druk
De historische binnenstad van Paramaribo kreeg haar UNESCO-werelderfgoedstatus dankzij het vrijwel onaangetaste koloniale stedenbouwkundige ontwerp.
Het oorspronkelijke stratenpatroon en de ruimtelijke structuur zijn door de eeuwen heen grotendeels behouden gebleven en vormen volgens Deekman een uitzonderlijk voorbeeld van cultureel erfgoed.
Juist die bijzondere kenmerken staan nu onder druk. Door de plaatsing op de lijst van bedreigd werelderfgoed bestaat het risico dat Paramaribo uiteindelijk zijn prestigieuze werelderfgoedstatus verliest.
Volgens de waarnemend directeur wordt daarmee de zogenoemde Outstanding Universal Value (OUV), de uitzonderlijke universele waarde waarop de UNESCO-erkenning is gebaseerd, ernstig aangetast.
UNESCO grijpt niet overhaast in
Deekman benadrukt dat UNESCO landen niet zonder meer op de lijst van bedreigd werelderfgoed plaatst. Aan een dergelijke beslissing gaat doorgaans een jarenlang traject vooraf waarin aanbevelingen worden gedaan en landen de gelegenheid krijgen om verbetermaatregelen te treffen.
Volgens haar biedt UNESCO daarbij ook ondersteuning om samen naar oplossingen te zoeken, maar moeten lidstaten vervolgens wel bereid zijn de afgesproken maatregelen daadwerkelijk uit te voeren.
Bouwhoogte blijft belangrijk knelpunt
Een van de belangrijkste zorgen van UNESCO betreft de bouwontwikkelingen binnen de historische binnenstad. Deekman wijst erop dat de organisatie modernisering niet afwijst, maar wel duidelijke richtlijnen hanteert om het historische karakter van werelderfgoedlocaties te beschermen.
Paramaribo staat internationaal bekend als een laagbouwstad. Nieuwe ontwikkelingen zijn volgens haar mogelijk, mits deze passen binnen de historische omgeving en de vastgestelde bouwvoorschriften respecteren.
Volgens Deekman zijn de afgelopen jaren echter bouwprojecten gerealiseerd waarbij de toegestane maximale bouwhoogte is overschreden.
UNESCO zou hebben aangedrongen op aanpassing van ontwerpen of verlaging van de bouwhoogte, maar deze aanbevelingen zijn volgens haar onvoldoende opgevolgd.
Brand blijft grote bedreiging voor erfgoed
Naast ongecontroleerde bouwontwikkeling vormt ook brand een blijvend gevaar voor de historische binnenstad. Deekman wijst erop dat Paramaribo in het verleden meerdere verwoestende stadsbranden heeft gekend, waaronder die van 1821 en 1832.
Ook de grote brand van vorig jaar heeft volgens haar opnieuw aangetoond hoe kwetsbaar de monumentale binnenstad is. Wanneer historische panden verloren gaan door brand, verdwijnt een belangrijk deel van het cultureel erfgoed en wordt de uitzonderlijke universele waarde van het gebied verder aangetast.
Oproep tot gezamenlijke verantwoordelijkheid
De SGES ziet de UNESCO-waarschuwing als een laatste kans om het tij te keren. Volgens Deekman is het behoud van de historische binnenstad een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, erfgoedorganisaties, ondernemers en inwoners.
Door de aanbevelingen van UNESCO serieus op te volgen en zorgvuldig om te gaan met restauratie, nieuwbouw en brandpreventie, kan worden gewerkt aan het behoud van een van Surinames belangrijkste culturele en historische schatten voor toekomstige generaties.
Bron: gov.sr






