Criticus Sonny Khoeblal roept de Surinaamse overheid op om het bestuur van het land fundamenteel te hervormen en te organiseren volgens professionele managementprincipes.
Aanleiding is de recente berichtgeving dat de regering voor de gewijzigde begroting van 2026 naar verwachting ongeveer SRD 13 miljard zal moeten financieren.
Volgens Khoeblal is de oplopende financieringsbehoefte niet de kern van het probleem, maar slechts een symptoom van dieperliggende organisatorische tekortkomingen binnen de overheid.
Financiële problemen beginnen bij organisatorische tekortkomingen
Khoeblal benadrukt dat hij zijn visie niet deelt als econoom of politicus, maar vanuit zijn ruim dertigjarige internationale werkervaring en zijn kennis van organisatiekunde en administratief management.
Volgens hem zijn financiële problemen vrijwel altijd het gevolg van onvoldoende functionerende organisaties en niet andersom.
“Wanneer een land jaar na jaar moet lenen om zijn begroting rond te krijgen, moet de belangrijkste vraag niet zijn waar het geld vandaan komt, maar waarom onze systemen onvoldoende resultaat opleveren.”
Overheid moet worden afgerekend op meetbare prestaties
Volgens Khoeblal moet de overheid veel sterker sturen op prestaties en verantwoordelijkheid. Hij vindt dat iedere minister, directeur en leidinggevende duidelijk moet kunnen aantonen welke concrete maatschappelijke waarde zijn of haar organisatie toevoegt.
Bestuur mag volgens hem niet worden beoordeeld op beleidsvoornemens of mooie woorden, maar op zichtbare en meetbare resultaten.
Hij pleit daarom voor een bestuurscultuur waarin prestaties centraal staan en publieke organisaties voortdurend worden geëvalueerd op hun effectiviteit.
Economische groei ontstaat niet door lenen
Khoeblal waarschuwt dat geen enkel land zich duurzaam rijk kan lenen. Volgens hem ontstaat welvaart doordat burgers en bedrijven produceren, ondernemen, investeren en exporteren.
Hij wijst erop dat Suriname beschikt over een breed scala aan economische sectoren met grote groeipotentie, waaronder landbouw, olie en gas, mijnbouw, toerisme, logistiek, de creatieve industrie, ICT en de luchtvaart.
Wanneer deze sectoren zich verder ontwikkelen, zullen volgens hem ook de belastinginkomsten toenemen en zal de afhankelijkheid van nieuwe leningen vanzelf afnemen.
Minder bureaucratie, meer professionaliteit
Om die economische ontwikkeling mogelijk te maken, pleit Khoeblal voor een efficiëntere overheid met minder bureaucratie, snellere besluitvorming, duidelijke verantwoordelijkheden en meer transparantie.
Volgens hem moeten bestuurders worden beoordeeld op de resultaten die zij behalen en niet uitsluitend op beleidsplannen of politieke beloften.
Als voorbeeld noemt hij de nationale luchtvaartmaatschappij SLM, waarvan de structurele uitdagingen volgens hem niet onoplosbaar hoeven te zijn wanneer de organisatie professioneel wordt aangestuurd.
“Voor elk probleem dat blijft aanhouden, moet het een onwaarheid of een leugen bevatten,” stelt Khoeblal.
Olie alleen is volgens Khoeblal geen oplossing
Hoewel hij erkent dat de verwachte olie-inkomsten vanaf 2028 nieuwe economische mogelijkheden bieden, waarschuwt Khoeblal dat natuurlijke rijkdom alleen onvoldoende is om duurzame ontwikkeling te garanderen.
Volgens hem moeten toekomstige olie-inkomsten niet uitsluitend worden aangewend voor hogere overheidsuitgaven, maar ook voor het afbouwen van de staatsschuld, het opbouwen van financiële reserves en investeringen in onderwijs, infrastructuur, energie, digitalisering en ondernemerschap.
Alleen op die manier kunnen ook toekomstige generaties profiteren van de natuurlijke rijkdommen van Suriname.
Oproep aan overheid, bedrijfsleven en samenleving
Khoeblal besluit met een brede oproep aan de regering, De Nationale Assemblee, het bedrijfsleven en de samenleving om gezamenlijk te werken aan een andere bestuurscultuur.
Volgens hem beschikt Suriname over voldoende talent, natuurlijke hulpbronnen en economische kansen om duurzame welvaart te realiseren.
Wat volgens hem nu vooral nodig is, zijn meer kennis, discipline en professioneel bestuur.
“Laten wij Suriname besturen als een professionele organisatie waarin verantwoordelijkheid, productie, transparantie en langetermijnvisie centraal staan.”
Hij spreekt het vertrouwen uit dat Suriname, met de juiste aanpak, in staat is zijn potentieel volledig te benutten.







