De financiële positie van de Surinaamse overheid is in mei 2026 aanzienlijk verslechterd.
Na drie opeenvolgende maanden waarin de overheidsinkomsten hoger lagen dan de uitgaven, sloeg de totale overheidsrekening in mei om naar een tekort van SRD 3,6 miljard.
Dat blijkt uit het 30ste bulletin van de Suriname Economic Oversight Board (SEOB).
De omslag werd veroorzaakt door een combinatie van fors lagere inkomsten en sterk hogere uitgaven. De overheidsontvangsten daalden van SRD 6,8 miljard in april naar SRD 4,4 miljard in mei.
In dezelfde periode stegen de uitgaven van SRD 5,5 miljard naar SRD 8 miljard. Het primaire saldo kwam in mei uit op slechts SRD 30,5 miljoen.
Positieve ontwikkeling in voorgaande maanden
De cijfers laten zien hoe snel het begrotingsbeeld kan veranderen. In februari bedroegen de ontvangsten SRD 5,5 miljard tegenover SRD 3,9 miljard aan uitgaven.
In maart liep het verschil verder op, met SRD 7,2 miljard aan inkomsten en SRD 5 miljard aan uitgaven. Ook april kende nog een positief saldo, met SRD 6,8 miljard aan ontvangsten tegenover SRD 5,5 miljard aan uitgaven.
De overschotten uit deze maanden blijken daarmee geen garantie voor structurele financiële stabiliteit. De ontwikkeling onderstreept volgens de SEOB het belang van consistente begrotingsdiscipline en beheersing van zowel de inkomsten als de uitgaven.
Economie trekt aan, maar kwetsbaarheid blijft
De verslechtering van de overheidsfinanciën staat tegenover enkele positieve ontwikkelingen in de bredere economie. De economische bedrijvigheid, gemeten via de Monthly Economic Activity Index (MEAI), nam toe van 7,7 procent groei in januari naar 9,6 procent in april 2026.
Ook de inflatie liet een verbetering zien: de jaar-op-jaar inflatie daalde van 10,4 procent in juni naar 8,9 procent in juli.
Daarnaast namen de internationale reserves in juli toe tot ongeveer USD 2 miljard, goed voor circa 8,2 maanden importdekking.
De SEOB ziet hierin een belangrijke externe buffer voor de economie. Tegelijkertijd blijft de liquiditeitsgroei een aandachtspunt.
Staatsschuld beperkt financiële ruimte
De staatsschuld blijft ondertussen hoog. Volgens de wettelijke definitie bedroeg de schuldquote in juni 119,6 procent van het bbp, tegenover 121,1 procent in maart.
Volgens de internationale definitie kwam de schuldquote uit op 74,5 procent. Hoewel sprake is van een beperkte verbetering, blijft de schuld volgens de SEOB een belangrijke kwetsbaarheid voor de overheidsfinanciën.
Ook het IMF heeft eerder gewezen op de noodzaak van verdere fiscale aanpassing. Volgens het fonds hebben eerdere fiscale en monetaire ontsporingen de eerder geboekte stabilisatiewinst aangetast.
Het IMF benadrukt dat versterking van begrotingsbeheer, uitgavencontrole en institutionele hervormingen noodzakelijk blijft, zeker nu Suriname zich voorbereidt op de verwachte start van grootschalige offshore olieproductie in 2028.
Begrotingsdiscipline blijft cruciaal
De cijfers van mei maken duidelijk dat tijdelijke overschotten niet voldoende zijn om de financiële positie van de overheid structureel te versterken.
Een plotselinge daling van inkomsten in combinatie met hogere uitgaven kan het begrotingssaldo binnen één maand aanzienlijk doen verslechteren.
Voor Suriname ligt daarmee een belangrijke opgave in het structureel versterken van het begrotingsbeheer, het beheersen van uitgaven en het zorgvuldig omgaan met de beschikbare financiële buffers. Dat is des te belangrijker met het oog op de verwachte olie-inkomsten vanaf 2028.
Het IMF benadrukt dat Suriname juist vóór de komst van deze inkomsten sterke instituties en een geloofwaardig fiscaal kader moet opbouwen om de toekomstige olieopbrengsten duurzaam te kunnen beheren.






