De afkeuring van rode peper en kouseband door de Europese Unie vanwege ernstige overschrijdingen van pesticidenresiduen is geen op zichzelf staand incident.
Binnen slechts vier dagen werden twee belangrijke Surinaamse exportproducten geweerd van de Europese markt. Dat is niet slechts een handelsprobleem, maar een harde waarschuwing over de staat van het nationale voedselveiligheidssysteem.
Wanneer externe controle-instanties structureel problemen detecteren voordat de eigen autoriteiten dat doen, rijst een fundamentele vraag: wie beschermt eigenlijk de consument in Suriname?
Een systeem dat pas reageert als het te laat is
De zorgen die in De Nationale Assemblée werden geuit door VHP-parlementariër Cherryl Dijksteel raken de kern van het probleem.
Haar kritiek dat het voedselveiligheidssysteem niet functioneert zoals het hoort, is geen politieke overdrijving maar een diagnose die steeds moeilijker te negeren valt.
De essentie van voedselveiligheidsbeleid is preventie: controleren vóórdat producten de markt of export bereiken. Maar precies daar lijkt het systeem te falen.
Als gevaarlijke residuen pas aan het licht komen via Europese controles, dan is het nationale controlemechanisme feitelijk een sluitpost geworden in plaats van een beschermingsfilter.
Traceerbaarheid en toezicht: de ontbrekende schakels
Een van de meest verontrustende vragen die in het parlement werd gesteld, is waarom producten niet volledig traceerbaar zijn. Zonder duidelijke herkomstregistratie wordt controle een administratieve illusie.
Wanneer niet met zekerheid kan worden vastgesteld van welk bedrijf of welke regio een besmet product afkomstig is, ontbreekt de basis voor handhaving.
Dan is er geen sprake van toezicht, maar van achteraf zoeken in een systeem dat onvoldoende is ingericht om risico’s te voorkomen.
De vraag is dus niet alleen of er getest wordt, maar vooral of het systeem überhaupt in staat is om gericht en tijdig te controleren.
Bekende problemen, onbeheerde dossiers
Wat deze situatie extra wrang maakt, is dat de problemen niet nieuw zijn. Al in eerdere strategische plannen van het Nationaal Instituut voor Voedselveiligheid werden pesticidenresiduen als prioriteit benoemd. De kennis van het probleem bestaat dus al jaren.
Toch blijven structurele verbeteringen uit. Dit leidt tot een patroon waarin problemen worden geïdentificeerd, maar niet worden opgelost.
Het resultaat is voorspelbaar: afgekeurde export, reputatieschade en een groeiend verlies aan vertrouwen in Surinaamse landbouwproducten op internationale markten.
Wanneer politiek en beleid elkaar in de weg zitten
De discussie wordt verder aangescherpt door de kritiek van NDP-parlementariër Jennifer Vreedzaam, die wijst op het ontbreken van een product recall, zelfs dagen na de Europese afkeuring.
Als producten daadwerkelijk nog in de handel circuleren, ontstaat niet alleen een exportprobleem maar ook een mogelijk volksgezondheidsrisico.
Haar verwijzing naar politisering binnen instituten raakt een breder structureel probleem: wanneer deskundigheid plaatsmaakt voor politieke loyaliteit, wordt beleid kwetsbaar.
Voedselveiligheid is echter geen politiek dossier, maar een technisch en wetenschappelijk domein waar continuïteit en expertise cruciaal zijn.
Bestuurlijke verantwoordelijkheid en het verlies van controle
De kritiek op het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij wijst op een dieper liggend probleem: gebrekkige regie en onvoldoende grip op de landbouwpraktijk.
Wanneer zelfs grote landbouwontwikkelingen en nieuwe spelers in de sector onvoldoende worden gemonitord, ontstaat een beleidsvacuüm waarin risico’s zich ongehinderd kunnen ontwikkelen.
Voedselveiligheid is geen abstract beleidsdoel, maar een keten van controle, handhaving en verantwoordelijkheid. Wanneer die keten breekt, betaalt uiteindelijk de samenleving de prijs.
Een land dat controle uit handen geeft
Wat deze situatie vooral pijnlijk duidelijk maakt, is dat Suriname niet zelf detecteert waar het misgaat, maar wordt gecorrigeerd door externe instanties. Dat is geen teken van internationale samenwerking, maar van afhankelijkheid van andermans waakzaamheid.
Een land dat zijn eigen voedselveiligheid niet sluitend kan garanderen, verliest niet alleen exportkansen maar ook vertrouwen in eigen instituties. En dat vertrouwen is moeilijker te herstellen dan welke handelsrelatie dan ook.
Tot slot: een waarschuwing die niet genegeerd kan worden
De afkeuring van exportproducten is geen administratieve voetnoot. Het is een signaal dat diep in de structuur van toezicht, handhaving en politieke prioriteit iets fundamenteel niet werkt.
Zolang waarschuwingen uit Europa eerder komen dan uit eigen laboratoria en inspecties, blijft het systeem reactief in plaats van beschermend.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via info@gfcnieuws.com of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








