De vissterfte in Creola stelt opnieuw vragen over de waterkwaliteit en de mogelijke gevolgen van menselijke activiteiten voor het milieu in Suriname.
Terwijl de oorzaak nog niet is vastgesteld, wordt rekening gehouden met zowel mogelijke chemische lozingen als natuurlijke factoren, waaronder hoge temperaturen en overmatige algengroei.
De centrale vraag is wat zich in het water heeft afgespeeld en of sprake is van verontreiniging die ook andere delen van het ecosysteem kan treffen.
De Nationale Milieu Autoriteit (NMA) onderzoekt de zaak in samenwerking met onder meer het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG) en de Environmental Crime Unit (ECU).
De bevindingen moeten niet alleen duidelijk maken waardoor de vissen zijn gestorven, maar ook of aanvullende maatregelen nodig zijn om verdere milieuschade te voorkomen.
Chemische lozing blijft een mogelijke verklaring
Wanneer vissen massaal sterven, kan dat wijzen op een plotselinge verandering in de waterkwaliteit. Een chemische lozing is een van de mogelijke verklaringen, maar ook een tekort aan opgeloste zuurstof kan vissterfte veroorzaken. Hoge temperaturen kunnen het zuurstofgehalte in het water verlagen, terwijl bepaalde vormen van algengroei eveneens tot zuurstoftekorten kunnen leiden.
Zonder de resultaten van laboratoriumanalyses is het echter niet mogelijk om vast te stellen welke factor in Creola een rol heeft gespeeld.
Het onderscheid is belangrijk: als sprake is van chemische verontreiniging, moet worden onderzocht waar die vandaan komt en of er sprake is van een overtreding. Als natuurlijke omstandigheden de oorzaak zijn, kan een andere aanpak nodig zijn.
Van incident naar structurele milieubescherming
De zaak in Creola komt op een moment waarop de bescherming van waterbronnen nadrukkelijk aandacht vraagt. De eerdere vissterfte en verontreiniging in het Saramaccagebied hebben duidelijk gemaakt hoe groot de gevolgen kunnen zijn wanneer schadelijke stoffen in het milieu terechtkomen. Bij die eerdere zaak werden in monsters chemische stoffen en zware metalen onderzocht, waaronder cyanide en kwik.
De ervaringen uit dat incident worden meegenomen in de aanpak van de situatie in Creola. Daarmee ligt de uitdaging niet alleen bij het achterhalen van de directe oorzaak, maar ook bij het verbeteren van de controle, de monitoring en de reactie op mogelijke milieuschade.
Wie is verantwoordelijk als verontreiniging wordt vastgesteld?
Als uit het onderzoek blijkt dat chemicaliën zijn geloosd, zal moeten worden nagegaan waar de stoffen vandaan komen, wie daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden en welke juridische of bestuurlijke stappen mogelijk zijn. Dat vereist controleerbare onderzoeksresultaten en zorgvuldig onderzoek; op dit moment is geen verantwoordelijke aangewezen.
Ook wanneer een natuurlijke oorzaak wordt vastgesteld, blijft de vraag relevant of de waterkwaliteit voldoende wordt gemonitord en of er maatregelen nodig zijn om herhaling te beperken.
Niet alleen de oorzaak, maar ook de gevolgen tellen
Voor de gemeenschap is duidelijkheid van belang. Bewoners moeten kunnen vernemen wat de onderzoeksresultaten betekenen voor het water, het ecosysteem en eventuele activiteiten waarbij het water wordt gebruikt. Eventuele waarschuwingen of beperkingen moeten gebaseerd zijn op de feitelijke risico’s en tijdig met de betrokken gemeenschap worden gedeeld.
De vissterfte in Creola moet daarom niet uitsluitend worden beschouwd als een incident waarvan de oorzaak nog moet worden achterhaald.
Het is ook een toets voor de manier waarop Suriname omgaat met milieubescherming, mogelijke verontreiniging en de verantwoordelijkheid om natuurlijke hulpbronnen te beschermen.
Uiteindelijk gaat het niet alleen om de vraag waarom vissen zijn gestorven, maar ook om de vraag of de bevoegde instanties voldoende middelen, toezicht en handhavingsmogelijkheden hebben om vergelijkbare incidenten te voorkomen.






