De invulling van de directeursfunctie bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) is nog niet definitief bepaald.
Minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) zegt de signalen van de politieke top af te wachten over de verdere invulling van de functie.
Intussen moet de overdracht van de bestuurlijke verantwoordelijkheden volgens de geldende wettelijke procedures worden afgehandeld.
Landveld heeft over de kwestie overleg gevoerd met president Jennifer Simons. Daarbij is volgens de minister benadrukt dat de wet moet worden gevolgd.
Hij heeft zowel TAS-directeur Wendy Jap-A-Joe als de Raad van Commissarissen (RvC) schriftelijk verzocht samen te werken aan de continuïteit van het management van de organisatie.
Benoemingstermijn Jap-A-Joe verstreken
De vijfjarige benoemingstermijn van Jap-A-Joe liep af op 19 oktober 2026. De RvC stelt dat zij met ingang van 20 oktober niet langer bevoegd is om als directeur namens TAS op te treden.
De raad beroept zich daarbij op de Wet Telecommunicatievoorzieningen, op grond waarvan de benoeming voor vijf jaar geldt.
Landveld heeft de directeur vervolgens per brief gevraagd haar bestuurlijke verantwoordelijkheden over te dragen. Ook de RvC ontving een schrijven waarin de minister aandrong op maatregelen om de bestuurlijke continuïteit te waarborgen.
Jap-A-Joe heeft zich echter verzet tegen de overdracht. Zij stelt dat haar arbeidsovereenkomst rechtszekerheid en continuïteit van het bestuur waarborgt. Daarmee bestaat er een verschil van inzicht over de juridische gevolgen van het aflopen van haar benoemingstermijn.
Minister betreurt escalatie bij TAS-kantoor
De situatie escaleerde op dinsdag 20 oktober bij het TAS-kantoor, waar de voorgenomen overdracht tot een confrontatie tussen beveiligers en leden van de RvC leidde.
Landveld betreurt de manier waarop het conflict uit de hand is gelopen en stelt dat dit voorkomen had kunnen worden als de betrokken partijen tactvoller hadden gehandeld.
Volgens de minister hadden de directeur en de RvC samen een geschikt moment moeten vinden om de overdracht te bespreken en af te stemmen.
Dat overleg had volgens hem op verschillende momenten kunnen plaatsvinden, zolang partijen bereid waren met elkaar in gesprek te gaan.
Landveld benadrukt dat meningsverschillen binnen een professionele organisatie bespreekbaar moeten blijven. Een zorgvuldige afstemming had volgens hem kunnen voorkomen dat het bestuurlijke conflict uitmondde in een openbare confrontatie.
Politieke besluitvorming over opvolging
Hoewel de minister de wettelijke procedure voor de overdracht benadrukt, is de definitieve invulling van de directeursfunctie nog niet bekend.
De directeur wordt volgens de beschreven benoemingsprocedure voorgedragen door de minister, waarna de voordracht door de Raad van Ministers wordt goedgekeurd en de president de benoeming verricht.
Landveld zegt de signalen van de politieke top af te wachten over de verdere invulling van de functie. Daarmee blijft onduidelijk wanneer een besluit over een opvolger wordt genomen en wie in de tussentijd de dagelijkse leiding van TAS op zich zal nemen.
De president heeft inmiddels aangegeven dat de wet leidend moet zijn bij de afhandeling van de kwestie. Zij heeft tevens gesteld dat eerst een grondig onderzoek naar het functioneren en beleid van TAS moet plaatsvinden voordat zij een nieuwe benoemingsresolutie ondertekent. De RvC heeft daarnaast een kort geding over de overdracht aangekondigd.
Continuïteit van TAS blijft centraal
De aanhoudende onduidelijkheid rond de leiding van TAS maakt een ordelijke overgang noodzakelijk. De organisatie moet haar werkzaamheden kunnen voortzetten, terwijl de juridische en bestuurlijke geschilpunten zorgvuldig worden afgehandeld.
De verdere ontwikkelingen zullen moeten uitwijzen hoe de overdracht wordt geregeld, welke rol de RvC tijdens de overgang vervult en wanneer de politieke besluitvorming over een nieuwe directeur wordt afgerond.






