Suriname heeft de afgelopen jaren aantoonbaar stappen gezet in het versterken van zijn wettelijke kader tegen witwassen en financiële criminaliteit. Volgens de meest recente CFATF-rapportage is op verschillende technische onderdelen vooruitgang geboekt.
Maar precies daar ligt ook het ongemakkelijke probleem: een land kan beschikken over wetten, commissies en beleidsplannen en toch kwetsbaar blijven wanneer de daadwerkelijke handhaving achterblijft.
Dat is de kern van de waarschuwing die econoom Jim Bousaid opnieuw naar voren brengt. Volgens hem is de vooruitgang in het aantal criteria waaraan Suriname voldoet gestagneerd en is vooral de effectiviteit van de uitvoering onvoldoende zichtbaar.
De echte test begint na de wet
Suriname beschikt inmiddels over verschillende structuren voor de aanpak van witwassen, waaronder NAMLAC, de AML-PIU en de Anti-Money Laundering Steering Council. Ook het Openbaar Ministerie heeft een gespecialiseerde desk voor witwaszaken.
De vraag is daarom steeds minder welke nieuwe instantie nog moet worden opgericht. De belangrijkere vraag is: werken de bestaande structuren voldoende effectief?
Want internationale beoordelaars kijken niet alleen naar wat in wetgeving staat. Het gaat ook om toezicht, opsporing, vervolging, confiscatie van crimineel vermogen en internationale samenwerking.
Goudsector en informele economie verdienen aandacht
Juist sectoren waar grote geldstromen circuleren, vragen om zichtbare en consequente controle. De goudsector en de informele economie worden in de recente discussie nadrukkelijk genoemd als gebieden waar de handhaving moet worden versterkt.
Daarbij gaat het niet om het criminaliseren van een hele sector. Het gaat om de vraag of de overheid voldoende zicht heeft op geldstromen, uiteindelijk belanghebbenden en de herkomst van vermogen.
Als illegaal verkregen vermogen nauwelijks wordt opgespoord of afgepakt, blijft de bestrijding van witwassen uiteindelijk vooral een papieren exercitie.
Greylisting is meer dan een internationaal etiket
Een mogelijke plaatsing op een internationale grijze lijst is daarom geen kwestie die alleen financiële instellingen aangaat.
De gevolgen kunnen doorwerken in grensoverschrijdende transacties, investeringen en de manier waarop internationale partijen naar het Surinaamse financiële systeem kijken.
De Centrale Bank van Suriname heeft eerder eveneens gewaarschuwd voor de mogelijke financiële en economische gevolgen van greylisting.
Voor een economie die zich tegelijkertijd wil positioneren voor nieuwe investeringen en een grotere rol in de internationale olie- en gassector, is financiële integriteit geen luxe. Het is een randvoorwaarde.
Minder nieuwe commissies, meer resultaat
Suriname beschikt inmiddels over een institutioneel raamwerk. De uitdaging ligt daarom niet automatisch in het creëren van nóg een commissie of overlegstructuur.
De komende periode zou vooral moeten laten zien dat meldingen leiden tot onderzoek, onderzoek waar nodig tot vervolging en vervolging waar mogelijk tot het daadwerkelijk afpakken van crimineel vermogen.
De volgende grote beoordeling staat gepland voor november 2027. Dat lijkt ver weg, maar voor institutionele hervormingen is die periode kort.
De kernvraag voor Suriname is uiteindelijk eenvoudig: kunnen wij aan de internationale gemeenschap niet alleen laten zien dat wij goede regels hebben, maar ook dat wij bereid en in staat zijn ze daadwerkelijk toe te passen?
Daar zal de geloofwaardigheid van onze financiële sector uiteindelijk op worden beoordeeld.
J. Mangru
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







