De uitspraak van EBS-directeur Leo Brunswijk dat de stroom van De Nationale Assemblee dan maar moet worden afgesloten, klinkt misschien als een provocatie.
Maar achter die scherpe uitspraak schuilt een vraag die veel groter is dan de ruzie tussen EBS en het parlement: wat gebeurt er wanneer de overheid haar eigen rekeningen niet betaalt, terwijl zij tegelijkertijd van burgers verwacht dat zij hun elektriciteitsrekening netjes voldoen?
Brunswijk zou volgens de aangehaalde berichtgeving hebben gesteld dat de stroom van DNA eigenlijk afgesloten zou moeten worden, omdat er volgens hem sprake is van een hoge openstaande elektriciteitsrekening.
Tegelijkertijd verwijt hij parlementariërs dat zij kritiek leveren op EBS, terwijl hun eigen rekening volgens hem niet wordt betaald.
Daarmee raakt hij een gevoelige zenuw.
Want als een gewone burger maandenlang niet betaalt, volgt uiteindelijk afsluiting. Waarom zou een overheidsinstantie dan een uitzonderingspositie hebben?
Maar tegelijkertijd is de vraag gerechtvaardigd of een directeur van een staatsnutsbedrijf zich publiekelijk op deze manier moet uitlaten over een constitutioneel orgaan.
De discussie dreigt daarmee te veranderen in een persoonlijke krachtmeting, terwijl het echte probleem veel fundamenteler is.
De stekker eruit? Dan ook consequent zijn
Als de informatie over de openstaande rekening van DNA klopt, is er weinig principieels tegen het uitgangspunt dat ook overheidsinstellingen hun verplichtingen moeten nakomen.
De overheid kan moeilijk geloofwaardig optreden tegen betalingsachterstanden van burgers en bedrijven wanneer zij zelf rekeningen laat oplopen.
Wie van burgers financiële discipline verlangt, moet die discipline ook binnen de eigen organisatie toepassen.
Maar daar hoort wel een transparante procedure bij. Niet een openbare machtsstrijd tussen een EBS-directeur en parlementariërs, maar duidelijk beleid: welke overheidsinstanties hebben betalingsachterstanden, hoe groot zijn die, waarom zijn ze ontstaan en welke afspraken zijn gemaakt om die achterstanden af te bouwen?
Want zolang die informatie niet openbaar is, blijft het voor de samenleving vooral een kwestie van uitspraken over en weer.
Maar wie betaalt de rekening van jarenlange achterstand?
Brunswijk stelt bovendien dat het probleem bij EBS niet gisteren is ontstaan. Volgens hem waarschuwt hij al sinds 2024 dat er fors geïnvesteerd moet worden en dat uiteindelijk ongeveer 500 miljoen Amerikaanse dollar nodig zou zijn om de elektriciteitsvoorziening structureel te verbeteren.
Als dat bedrag inderdaad noodzakelijk is, dan moeten we ons als samenleving afvragen hoe we überhaupt in deze situatie terecht zijn gekomen.
Een elektriciteitsbedrijf kan niet jarenlang onvoldoende investeren in productiecapaciteit, transmissie, distributie en onderhoud en vervolgens verwachten dat een paar noodmaatregelen het probleem oplossen.
De huidige loadshedding is dan niet het probleem zelf. Het is het symptoom van een veel dieper probleem.
En dat maakt de uitspraak dat Suriname “van geluk mag spreken dat we loadshedding hebben en geen blackouts” tegelijkertijd onthutsend en veelzeggend.
Want voor de burger voelt loadshedding al als een ernstige verstoring van het dagelijks leven. Winkels verliezen omzet. Ondernemers kunnen machines niet gebruiken.
Studenten kunnen niet studeren. Gezinnen zitten zonder verlichting, koeling of internet. Ziekenhuizen en andere vitale instellingen moeten voortdurend rekening houden met de gevolgen.
Moeten we ons werkelijk gelukkig prijzen omdat het systeem nog net niet volledig instort?
De burger heeft recht op meer dan een schuldvraag
Het gevaar van deze discussie is dat iedereen uiteindelijk naar elkaar gaat wijzen.
EBS wijst naar wanbetalers.
Wanbetalers wijzen naar de slechte dienstverlening.
Politici wijzen naar het vermeende mismanagement bij EBS.
EBS wijst vervolgens naar politici die volgens de organisatie zelf hun rekeningen niet betalen.
En ondertussen zit de burger in het donker.
Dat is misschien wel de grootste mislukking van deze hele discussie.
De samenleving heeft geen behoefte aan een wedstrijd wie het hardst kan roepen. Zij heeft behoefte aan een elektriciteitssysteem dat werkt.
Wie heeft jarenlang niet geïnvesteerd?
Als Brunswijk gelijk heeft dat al sinds 2024 wordt gewaarschuwd voor noodzakelijke investeringen, moet de volgende vraag worden gesteld: wie heeft die waarschuwingen genegeerd?
Welke investeringsplannen lagen er?
Welke middelen waren beschikbaar?
Welke investeringen zijn daadwerkelijk gedaan?
Welke zijn uitgesteld?
Waarom?
En welke politieke besluiten hebben ertoe geleid dat EBS vandaag met onvoldoende capaciteit en financiële druk kampt?
Dat zijn de vragen die veel belangrijker zijn dan de vraag of DNA wel of niet zijn elektriciteitsrekening heeft betaald.
Want zelfs als DNA morgen zijn volledige rekening betaalt, is daarmee geen enkele generator gebouwd, geen transmissielijn vernieuwd en geen structureel capaciteitsprobleem opgelost.
Een staatsbedrijf is geen politiek wapen
EBS is een staatsbedrijf. Dat betekent dat de onderneming een maatschappelijke verantwoordelijkheid draagt, maar ook dat zij professioneel en transparant moet worden bestuurd.
Juist daarom is voorzichtigheid geboden met publieke uitspraken die kunnen worden geïnterpreteerd als politieke confrontaties.
De directeur van EBS heeft het recht om wanbetaling aan de kaak te stellen. Sterker nog, als overheidsinstanties structureel niet betalen, moet dat bespreekbaar zijn.
Maar de samenleving mag tegelijkertijd verwachten dat EBS inzicht geeft in zijn eigen financiële huishouding, investeringsbehoefte, operationele problemen en prioriteiten.
Transparantie moet van twee kanten komen.
En de politiek dan?
Ook De Nationale Assemblee kan zich niet verschuilen achter haar politieke positie.
Parlementariërs hebben de taak de regering en staatsbedrijven kritisch te controleren. Maar wie controleert, moet ook bereid zijn naar de eigen verantwoordelijkheid te kijken.
Als een parlementaire instelling inderdaad een aanzienlijke betalingsachterstand bij EBS heeft, moet die worden opgelost.
Niet omdat Brunswijk dat zegt.
Niet omdat EBS daarom vraagt.
Maar omdat dezelfde regel moet gelden voor iedereen.
De overheid kan geen geloofwaardig signaal afgeven over betalingsdiscipline wanneer haar eigen instellingen zich daar niet aan houden.
De echte stekker moet uit het oude beleid
Misschien moeten we daarom ophouden met de vraag of de stekker uit DNA moet.
De echte stekker moet uit een systeem waarin structurele problemen jarenlang worden doorgeschoven.
De stekker moet uit politieke vrijblijvendheid.
De stekker moet uit onvoldoende onderhoud en uitgestelde investeringen.
De stekker moet uit het idee dat tijdelijke noodoplossingen structurele hervormingen kunnen vervangen.
En de stekker moet uit een cultuur waarin pas actie wordt ondernomen wanneer de problemen voor iedereen zichtbaar worden.
Suriname heeft geen behoefte aan een elektriciteitssector die alleen overeind blijft omdat wij “geluk hebben dat het nog geen volledige blackout is”.
Suriname heeft behoefte aan betrouwbare elektriciteit als basisvoorziening voor burgers, bedrijven, ziekenhuizen, scholen en de economie.
Daarvoor zijn investeringen nodig, maar ook verantwoordelijkheid, transparantie en politieke moed.
Dus ja: als DNA een rekening niet betaalt, moet ook daarover verantwoording worden afgelegd.
Maar laat de discussie daar niet eindigen.
Want terwijl EBS en DNA elkaar publiekelijk de maat nemen, blijft één vraag boven alles hangen:
Wie gaat ervoor zorgen dat de gewone burger morgen niet opnieuw in het donker zit?
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







