De waarschuwing van minister van Natuurlijke Hulpbronnen Abiamofo dat de stroomproblemen in Suriname verder kunnen verergeren, heeft opnieuw een oude discussie op scherp gezet.
De vraag naar elektriciteit groeit sneller dan de productiecapaciteit van EBS. Volgens de minister wordt al sinds 2012 gewaarschuwd dat uitbreiding van de productie noodzakelijk is. Toch beschikt het land anno 2026 nog steeds over onvoldoende reservecapaciteit.
Dat roept een fundamentele vraag op: als EBS al veertien jaar weet dat de vraag naar elektriciteit sneller groeit dan de productie, waarom is de noodzakelijke uitbreiding dan niet eerder gerealiseerd?
Een crisis die al lang werd aangekondigd
Wie de archieven erop naslaat, ontdekt dat de huidige problemen geen plotselinge verschijnselen zijn. Al jaren wordt gesproken over de financiële positie van EBS, de stijgende elektriciteitsvraag, hoge productiekosten en de noodzaak van investeringen.
In 2012 werd al gewezen op financiële problemen en betalingsachterstanden binnen de energiesector. In de jaren daarna volgden verschillende onderzoeken en rapporten waarin opnieuw aandacht werd gevraagd voor de bedrijfsvoering, kostprijs en investeringsbehoefte van EBS.
Een doorlichting door Ernst & Young maakte bovendien duidelijk dat de werkelijke kostprijs van elektriciteit aanzienlijk hoger lag dan het gemiddelde tarief dat consumenten betaalden. Tegelijkertijd werd gewezen op mogelijkheden om door efficiënter beheer de kosten te verlagen.
Ook de Energie Autoriteit Suriname heeft in latere rapportages gewezen op de financiële uitdagingen van EBS en de noodzaak van kostendekkende tarieven. De waarschuwingen waren er dus. De vraag is waarom de oplossing niet in hetzelfde tempo is gekomen.
De energierekening is voor de burger allang niet laag
Voor de gemiddelde consument is elektriciteit bovendien geen goedkoop product. Huishoudens worden geconfronteerd met hogere kosten voor levensonderhoud, terwijl de energierekening een steeds grotere druk op het huishoudbudget legt.
Daar staat tegenover dat de overheid blijft benadrukken dat elektriciteit nog altijd wordt gesubsidieerd en dat de werkelijke kostprijs hoger ligt.
Hier ontstaat een tegenstelling die om uitleg vraagt.
Als de burger steeds meer betaalt, terwijl EBS tegelijkertijd onvoldoende middelen zegt te hebben voor noodzakelijke investeringen, waar zit dan precies het financiële tekort?
Dat is geen beschuldiging, maar een legitieme vraag van de samenleving. Hoeveel inkomsten ontvangt EBS jaarlijks uit tarieven? Hoeveel subsidie verstrekt de overheid?
Hoeveel wordt uitgegeven aan brandstof, onderhoud, personeel en overige kosten? En misschien wel het belangrijkst: welk bedrag wordt daadwerkelijk geïnvesteerd in uitbreiding en modernisering van de productiecapaciteit?
Ook kookgas wordt duurder
De discussie wordt nog relevanter wanneer de ontwikkeling van kookgas wordt meegenomen. De afgelopen jaren zijn subsidies op kookgas geleidelijk afgebouwd, waardoor consumenten steeds meer voor hun gascilinder betalen. Ook in 2026 zijn de prijzen opnieuw verhoogd.
De gedachte achter deze maatregel is dat producten uiteindelijk dichter bij de werkelijke kostprijs moeten worden aangeboden en dat overheidssubsidies moeten worden verminderd.
Maar ook hier dringt zich dezelfde vraag op:
Als subsidies worden afgebouwd en burgers steeds meer betalen voor energie, waarom blijft er dan onvoldoende financiële ruimte voor de investeringen die EBS al jaren noodzakelijk noemt?
Daarmee gaat het debat niet alleen over tarieven. Het moet ook gaan over efficiëntie, financiële transparantie en verantwoord bestuur.
Waarom werd niet eerder geïnvesteerd?
Niemand kan ontkennen dat de elektriciteitsvraag blijft groeien. Meer huishoudens gebruiken airconditioning, elektrische apparaten en andere energie-intensieve voorzieningen. Ook bedrijven en nieuwe economische activiteiten vragen steeds meer elektriciteit.
Dat de vraag zou stijgen, was geen verrassing.
Juist daarom is langetermijnplanning binnen de energiesector essentieel. Een energiebedrijf moet investeren voordat de bestaande capaciteit volledig wordt benut.
Wanneer investeringen jarenlang worden uitgesteld, wordt een capaciteitsprobleem uiteindelijk een maatschappelijke crisis. En die crisis wordt niet alleen zichtbaar tijdens loadshedding. Ondernemers kunnen productie verliezen.
Winkels en restaurants kunnen omzet mislopen. Apparatuur kan beschadigd raken en huishoudens worden gedwongen hun dagelijkse activiteiten aan te passen aan de beschikbaarheid van elektriciteit.
De burger verdient transparantie
De huidige situatie zou daarom aanleiding moeten zijn voor een grondige analyse van het energiebeleid over de afgelopen veertien jaar.
Niet alleen moet worden vastgesteld hoeveel geld EBS nu nodig heeft, maar vooral ook wat er sinds 2012 is gebeurd.
Welke investeringen zijn uitgevoerd?
Welke projecten zijn uitgesteld? Welke aanbevelingen uit eerdere onderzoeken zijn opgevolgd? Hoe groot zijn de verliezen binnen het systeem?
Hoeveel subsidie heeft de overheid verstrekt? En hoeveel middelen zijn daadwerkelijk naar uitbreiding van de productiecapaciteit gegaan?
Dit zijn vragen waarop de samenleving recht heeft.
De burger die steeds meer betaalt, mag immers verwachten dat de dienstverlening betrouwbaarder wordt.
Van waarschuwing naar werkelijkheid
De huidige stroomproblemen lijken daarom niet zozeer een onverwachte crisis, maar eerder het resultaat van een probleem dat jarenlang is aangekondigd.mAl in 2012 werd gewaarschuwd.
Veertien jaar later wordt opnieuw gewaarschuwd. Het verschil is dat de waarschuwing inmiddels werkelijkheid is geworden. Daarom moet de discussie verder gaan dan de vraag of de tarieven opnieuw omhoog moeten.
De kernvraag is:
Als EBS al sinds 2012 wist dat de vraag naar elektriciteit sneller zou groeien dan de productiecapaciteit, waarom is er dan niet tijdig geïnvesteerd? En als de burger ondertussen steeds meer betaalt voor elektriciteit en kookgas:
Waar blijft het geld voor de noodzakelijke investering?
Suriname heeft behoefte aan antwoorden, cijfers en transparantie. Want uiteindelijk gaat deze crisis niet alleen over elektriciteit.
Het gaat over beleid, verantwoordelijkheid en vertrouwen. Wie de burger vraagt om meer te betalen, moet ook kunnen laten zien welke verbetering daar tegenover staat.
Kiran Changoer
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







