Onlangs had ik een interessant gesprek met een Surinaams-Nederlandse vrouw die voor vakantie in haar geboorteland was.
Ik vroeg haar wat voor werk zij in Nederland doet. Haar antwoord verraste mij niet zozeer vanwege het beroep, maar vanwege de trots waarmee zij het vertelde.
“Ik ben interieurverzorgster”, zei ze. Ze vertelde uitgebreid dat zij gelukkig is met haar werk, haar inkomen en haar leven in Nederland.
Geen spoor van schaamte, geen verontschuldiging en vooral geen gevoel dat zij zich tegenover mij moest verdedigen.
Waarom kijken wij daar in Suriname anders naar?
Ik moest onmiddellijk denken aan hoe een gemiddelde Surinamer soms reageert wanneer iemand hier vertelt dat hij of zij schoonmaakwerk doet. Het kan bijna klinken alsof iemand een beroep noemt waarvoor hij zich eigenlijk zou moeten schamen.
Waarom? Schoonmaakwerk is eerlijk werk. Iemand zorgt ervoor dat kantoren, woningen, scholen, ziekenhuizen en andere gebouwen schoon en leefbaar blijven. Daar is niets minderwaardigs aan.
Integendeel: zonder deze mensen zouden veel organisaties letterlijk niet kunnen functioneren.
Toch lijkt status in Suriname naar mijn persoonlijke indruk veel zwaarder te wegen.
In Nederland minder ontzag voor een titel
Het opvallende is dat ik tijdens mijn gesprekken met Nederlanders juist een tegenovergesteld fenomeen ervaar. Een minister krijgt daar niet automatisch meer maatschappelijk ontzag omdat hij minister is. De functie verdient respect, maar de persoon wordt niet noodzakelijk als een verheven figuur behandeld.
In Suriname lijkt een titel soms juist deuren te openen. Minister, directeur, dokter of hoge ambtenaar. De maatschappelijke positie kan sterk bepalen hoe iemand wordt benaderd.
Een kwestie van cultuur en psychologie
Volgens mij heeft dit te maken met hoe wij status en succes definiëren. In een kleine samenleving waarin iedereen elkaar kent, kunnen functies, afkomst, opleiding en sociale positie relatief zwaar meewegen.
Mensen ontlenen soms aanzien aan wat iemand vertegenwoordigt, terwijl Nederlanders vaker benadrukken wat iemand doet en hoe iemand zich gedraagt.
Misschien kunnen wij daar iets van leren.
Ik zou veel liever leven in een samenleving waarin iemand met trots zegt: “Ik ben schoonmaker, en ik doe mijn werk goed”, dan in een samenleving waarin iemand zich groter moet voordoen vanwege een titel.
Want uiteindelijk maakt niet de functienaam een mens waardevol, maar de manier waarop hij zijn werk en leven invult.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.






