De regering onderzoekt de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan tegen bestaande rechterlijke uitspraken waarbij beslag is gelegd op domeingronden. Dat heeft minister Stanley Soeropwairo van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) aangegeven.
Volgens de bewindsman is het doel om de Staat juridisch sterker te positioneren tegenover schuldeisers die volgens de regering de uitvoering van het gronduitgiftebeleid belemmeren.
Hannaslust kampt al jaren met grondbeslagen
Een van de gebieden waar de problematiek zich al langere tijd voordoet, is Hannaslust. Beslagen op gronden hebben daar volgens de minister gevolgen voor de mogelijkheden van de overheid om de betreffende domeingronden uit te geven.
Voor woningzoekenden en andere burgers die wachten op een perceel kan een dergelijke situatie leiden tot langdurige onzekerheid.
Gronden die in beginsel onderdeel zijn van het overheidsbeleid voor gronduitgifte, kunnen immers niet zonder meer worden toegewezen wanneer daarop juridische claims of beslagen rusten.
Regering zoekt juridische tegenzet
Soeropwairo zegt dat wordt onderzocht hoe de Staat door middel van juridische procedures tegenvonnissen kan verkrijgen.
Daarmee wil de regering een instrument creëren om bestaande beslagen op domeingronden aan te vechten en uiteindelijk op te heffen.
De kwestie wordt volgens de minister gezamenlijk bekeken met het ministerie van Financiën en Planning.
De inzet is om de juridische en financiële aspecten van de bestaande beslagen in kaart te brengen en vervolgens te bepalen welke stappen de Staat kan zetten.
Belang van rechtszekerheid bij gronduitgifte
De kwestie raakt aan een fundamenteel probleem binnen het grondbeleid: burgers kunnen pas zekerheid hebben over een perceel wanneer de Staat ook daadwerkelijk de juridische ruimte heeft om dat perceel uit te geven.
Wanneer domeingronden langdurig onder beslag liggen, ontstaat een situatie waarin overheidsbeleid en civielrechtelijke claims met elkaar botsen. Dat kan de uitvoering van woningbouwprojecten, verkavelingen en andere ontwikkelingsplannen vertragen.
Voor de regering is het daarom van belang om duidelijkheid te creëren over de juridische status van de betrokken gronden.
Maar ook schuldeisers hebben rechtsbescherming
Tegelijkertijd zal de Staat bij het bestrijden van beslagen rekening moeten houden met de rechten van schuldeisers. Een beslag wordt immers niet zonder reden door een rechter toegestaan.
Als de regering in hoger beroep gaat, zal zij aannemelijk moeten maken waarom bestaande beslissingen moeten worden herzien of waarom de betreffende domeingronden niet op de door schuldeisers aangevoerde wijze kunnen worden uitgewonnen.
Daarmee is de kwestie niet alleen een administratief probleem, maar ook een juridisch vraagstuk waarbij de verhouding tussen staatsbezit, schuldeisers en rechterlijke uitspraken centraal staat.
Samenwerking met Financiën moet oplossing brengen
Het ministerie van GBB werkt samen met het ministerie van Financiën en Planning aan het opheffen van de bestaande beslagen.
Een succesvolle aanpak zal waarschijnlijk vereisen dat per dossier wordt vastgesteld wie beslag heeft gelegd, op welke grond dat is gebeurd, welke rechterlijke uitspraak eraan ten grondslag ligt en welke financiële verplichting van de Staat of een andere partij daarbij betrokken is.
Pas wanneer die juridische en financiële knelpunten zijn opgelost, kan de Staat de betrokken gronden weer volledig inzetten binnen het gronduitgiftebeleid.






