De politieke partij De Nieuwe Leeuw (DNL), onder leiding van Dharm Mungra, heeft twee ontwerpwetten voorbereid die volgens de partij moeten bijdragen aan een transparanter, beter gecontroleerd en toekomstgericht beheer van de natuurlijke rijkdommen en inkomsten van Suriname.
Het gaat om de Ontwerpwet Bunkering en Fiscale Transparantie en de Ontwerpwet op het Sovereign Wealth Fund van de Republiek Suriname.
Beide voorstellen leggen nadruk op fiscale controle, transparantie, onafhankelijke governance en het veiligstellen van nationale inkomsten voor zowel de huidige als toekomstige generaties.
Strenger juridisch kader voor de bunkeringsector
De ontwerpwet Bunkering en Fiscale Transparantie beoogt een integraal juridisch kader te creëren voor de bunkeringsector.
Bunkeringactiviteiten zouden uitsluitend mogen plaatsvinden met een vergunning van een nieuw in te stellen Autoriteit Bunkering en Fiscaliteit (ABF).
Aan vergunningverlening moet volgens het voorstel een due-diligenceonderzoek voorafgaan naar onder meer de fiscale betrouwbaarheid, milieutechnische capaciteit en uiteindelijk belanghebbenden van de aanvrager. Vergunningen zouden voor vijf jaar worden verleend en niet zonder toestemming overdraagbaar zijn.
Meer controle op geldstromen
Een belangrijk onderdeel van het voorstel is de fiscale controleketen. Iedere bunkeringtransactie moet worden geregistreerd, met onder meer gegevens over de leverancier, het schip en IMO-nummer, hoeveelheid en type brandstof, datum en locatie van levering, prijs, factuurgegevens en verschuldigde belastingen en heffingen.
Vergunninghouders zouden daarnaast maandelijks volumes, prijzen en inkomsten moeten rapporteren aan de Belastingdienst en moeten voldoen aan internationale normen voor transfer pricing.
De ontwerpwet voorziet ook in ringfencing, waarmee moet worden voorkomen dat verliezen uit verschillende vergunningen of projecten kunstmatig met elkaar worden verrekend.
Opbrengsten naar staatsbegroting, olie-inkomstenfonds en milieuschadefonds
De ontwerpwet voorziet in een Bunkering Revenue Account bij de Centrale Bank van Suriname. De inkomsten uit bunkering zouden volgens een wettelijk vast te leggen verdeelsleutel worden verdeeld over de staatsbegroting, het Petroleum Revenue Fund en een Milieuschadefonds.
Daarnaast wordt openbare rapportage voorgesteld over bunkeringopbrengsten, belastingafdrachten en de toepassing van de verdeelsleutel. Het voorstel koppelt dit aan internationale transparantiestandaarden, waaronder EITI.
Ook milieu en handhaving onderdeel van het voorstel
Naast fiscale transparantie bevat de ontwerpwet bepalingen over milieu, cybersecurity, noodrespons, decommissioning en het zogenoemde polluter pays-principe. Ook zijn sancties opgenomen voor onder meer bunkering zonder vergunning, fraude en milieuovertredingen.
Bij ernstige of herhaalde overtredingen kan volgens het voorstel de vergunning worden ingetrokken. De ABF zou bovendien onafhankelijk van politieke organen en commerciële belangen moeten functioneren.
DNL stelt Sovereign Wealth Fund voor
Met de tweede ontwerpwet wil DNL een Sovereign Wealth Fund (SWF) wettelijk verankeren. Het fonds moet inkomsten uit niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen omzetten in duurzaam nationaal vermogen voor huidige en toekomstige generaties.
Daarbij worden onder meer olie, gas, goud en andere mineralen, maar ook hout en bosbouwproducten genoemd.
Ook inkomsten uit staatsbedrijven en toekomstige strategische sectoren zouden binnen het voorgestelde kader kunnen vallen.
Drie fondsen binnen één structuur
Het voorgestelde SWF bestaat uit drie afzonderlijke onderdelen: een Spaarfonds, een Stabilisatiefonds en een Investeringsfonds. De vermogens van deze subfondsen moeten juridisch en administratief van elkaar worden gescheiden.
De ontwerpwet voorziet indicatief in een verdeling van 60–70 procent voor het Spaarfonds, 20–30 procent voor het Stabilisatiefonds en 5–10 procent voor het Investeringsfonds. Een wijziging van deze verdeling zou alleen via een wet met een tweederdemeerderheid mogelijk zijn.
Politieke invloed moet worden beperkt
Een opvallend onderdeel van het voorstel is de nadruk op zogenoemde “anti-politieke firewalls”. De Raad van Bestuur zou uit zeven leden bestaan: twee vertegenwoordigers uit de financiële sector, twee academici, twee internationale experts en één vertegenwoordiger van de Centrale Bank.
Politieke benoemingen worden in het voorstel uitgesloten. Kandidaten moeten bovendien minimaal tien jaar relevante ervaring hebben en een integriteitsscreening ondergaan.
Ook worden beperkingen voorgesteld ten aanzien van eerdere en toekomstige politieke functies en belangenconflicten.
Minimaal 30 procent van inkomsten naar het fonds
De ontwerpwet stelt een progressieve stortingsregeling voor. Bij inkomsten op het niveau van de begrotingsreferentieprijs zou minimaal 30 procent naar het fonds gaan.
Bij inkomsten boven die referentie wordt een storting van 50 tot 70 procent voorgesteld. Bij buitengewone meevallers zou dit kunnen oplopen tot 75 tot 100 procent.
De stortingspercentages zouden alleen via wetgeving met een tweederdemeerderheid kunnen worden gewijzigd.
Geen structurele begrotingssteun
Het SWF zou volgens het voorstel niet mogen worden gebruikt voor structurele begrotingstekorten, salarissen, subsidies, politieke campagnes of verkiezingsbeloften. Ook mag het fondsvermogen niet als onderpand of garantie voor staatsschulden worden gebruikt.
Reguliere opnames zouden worden beperkt tot maximaal drie procent van het gemiddelde fondsvermogen over de voorafgaande vijf jaar en zouden de reële waarde van het hoofdkapitaal niet mogen aantasten. Voor noodopnames wordt een tweederdemeerderheid van De Nationale Assemblee voorgesteld.
Investeren in onderwijs, zorg, MKB en duurzame ontwikkeling
Het voorgestelde Investeringsfonds moet niet dienen voor terugkerende overheidsuitgaven, maar voor strategische kapitaalinvesteringen.
De ontwerpwet noemt onder meer klimaatadaptatie en waterbeheer, onderwijs en menselijk kapitaal, volksgezondheid, infrastructuur, het MKB, energietransitie, duurzame technologie, innovatie en digitalisering als prioriteitsgebieden.
Voor het MKB wordt bovendien een revolverend fonds voorgesteld dat onder meer via equity, concessionele leningen, garanties en co-investeringen met commerciële banken moet werken. Subsidieverstrekking vanuit dit fonds wordt uitgesloten.
DNL: natuurlijke rijkdommen moeten nationaal vermogen worden
De twee ontwerpwetten vormen inhoudelijk een bredere visie op het beheer van de inkomsten uit natuurlijke rijkdommen.
Waar de ontwerpwet Bunkering en Fiscale Transparantie zich vooral richt op controle, registratie, belastingheffing en transparantie rond bunkering, richt het Sovereign Wealth Fund zich op sparen, investeren, stabilisatie en vermogensopbouw op lange termijn.
DNL wil daarmee volgens de voorstellen voorkomen dat inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen uitsluitend worden gebruikt voor de financiering van de lopende overheid, maar dat een substantieel deel wordt omgezet in duurzaam nationaal vermogen.
Het gaat vooralsnog om ontwerpwetten die door DNL zijn voorbereid. De voorstellen moeten, voordat zij kracht van wet kunnen krijgen, het constitutionele wetgevingsproces doorlopen.






