Minister Stanley Soeropwairo van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) heeft gereageerd op de actuele ontwikkelingen rond de mennonietengroep die actief is in het Surinaamse binnenland.
Volgens de minister is het eerder gestelde ultimatum inmiddels verstreken. De regering zal daarom maatregelen treffen om de orde in de betreffende operatiegebieden te herstellen.
Soeropwairo benadrukt dat de overheid de kwestie niet benadert als een strijd tegen de mennonietengroep als gemeenschap.
De inzet van de regering is volgens hem primair gericht op ordening van het achterland en handhaving van de Surinaamse wet- en regelgeving.
Alle illegale houtkapactiviteiten worden aangepakt
Volgens de minister zal de regering optreden tegen activiteiten die in strijd zijn met de geldende regelgeving, met name waar het gaat om illegale houtkap.
De kwestie draait volgens Soeropwairo niet uitsluitend om de aanwezigheid van de mennonieten, maar om de vraag of de activiteiten die in het gebied worden ontplooid over de noodzakelijke wettelijke vergunningen en goedkeuringen beschikken.
“Het gaat in de eerste plaats niet om een strijd tegen de groep mennonieten, maar eerder om ordening van het achterland,” stelde de bewindsman.
Daarmee probeert de regering onderscheid te maken tussen de groep als zodanig en eventuele illegale activiteiten die door individuele personen of ondernemingen worden uitgevoerd.
Geen bewijs van houtkapvergunning
Volgens minister Soeropwairo heeft onderzoek tot nu toe niet aangetoond dat de betrokken groep beschikt over een staatsvergunning voor houtkap waarmee vervolgens grootschalige landbouwactiviteiten kunnen worden ontplooid.
De minister erkent dat er in het verleden wel een overeenkomst is gesloten. Aan die overeenkomst zouden volgens hem echter voorwaarden zijn verbonden.
Juist de vraag of aan die voorwaarden is voldaan en welke rechten daaruit precies voortvloeien, vormt een belangrijk onderdeel van de huidige discussie.
USD 86 miljoen schadeclaim
De mennonietengroep heeft volgens de minister gedreigd met een schadeclaim van ongeveer USD 86 miljoen als gevolg van het optreden van de overheid.
Soeropwairo plaatst vraagtekens bij de juridische onderbouwing van dat bedrag. Volgens hem zijn er geen onderliggende documenten aangetoond waaruit blijkt dat de groep gerechtigd is om de betreffende werkzaamheden in het gebied uit te voeren.
Daarmee lijkt de minister de positie in te nemen dat een eventuele schadeclaim niet automatisch betekent dat de Staat aansprakelijk is. Eerst zou moeten worden vastgesteld welke rechten de betrokken groep daadwerkelijk heeft verkregen en welke verplichtingen en voorwaarden aan eerdere afspraken waren verbonden.
Overeenkomst alleen geeft geen onbeperkte rechten
De uitspraken van de minister raken aan een belangrijk juridisch uitgangspunt: een overeenkomst met de Staat kan niet zonder meer worden gelijkgesteld aan een onbeperkte vergunning om natuurlijke hulpbronnen te exploiteren.
Voor activiteiten zoals houtkap kunnen afzonderlijke vergunningen, voorwaarden en wettelijke procedures gelden. Het bestaan van een eerdere overeenkomst betekent daarom niet noodzakelijk dat alle daaropvolgende activiteiten zonder aanvullende toestemming mogen worden uitgevoerd.
Tegelijkertijd zal de overheid, indien zij zich op voorwaarden en het ontbreken van vergunningen beroept, die positie ook juridisch en administratief moeten kunnen onderbouwen.
Handhaving moet transparant en rechtsstatelijk gebeuren
De aangekondigde maatregelen kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor de betrokken groep, maar ook voor de manier waarop Suriname omgaat met landgebruik, bosbeheer en investeringen in het binnenland.
Juist daarom is transparantie van belang. De regering zal duidelijk moeten maken welke afspraken in het verleden zijn gemaakt, welke voorwaarden daarbij golden, welke vergunningen noodzakelijk waren en op welke concrete gronden de huidige activiteiten als illegaal worden aangemerkt.
Een effectieve aanpak van illegale houtkap vereist immers niet alleen optreden op het terrein, maar ook een helder vergunningen- en controlesysteem.
Spanningsveld tussen ontwikkeling en bescherming van het bos
De kwestie rond de mennonieten raakt aan een groter vraagstuk waarmee Suriname al jaren worstelt: hoe kan economische ontwikkeling in het binnenland worden gecombineerd met bescherming van bossen, biodiversiteit en de rechten en belangen van lokale gemeenschappen?
Grootschalige landbouwontwikkeling kan economische kansen bieden, maar kan tegelijkertijd leiden tot ontbossing, aantasting van ecosystemen en conflicten over grondgebruik wanneer de juridische basis onvoldoende duidelijk is.
De regering staat daarom voor de uitdaging om niet alleen de huidige situatie te beheersen, maar ook structurele duidelijkheid te creëren over de voorwaarden waaronder grootschalige landbouw en houtkap in het binnenland kunnen plaatsvinden.
Regering kiest voor ordening van achterland
Met het verlopen van het ultimatum lijkt de kwestie een nieuwe fase in te gaan. De regering kondigt maatregelen aan die volgens minister Soeropwairo moeten leiden tot herstel van orde in de betrokken gebieden.
De komende periode zal moeten uitwijzen welke concrete stappen worden genomen en hoe de betrokken partijen daarop reageren.
Voor Suriname is vooral van belang dat handhaving consequent en voor iedereen gelijk wordt toegepast. Als illegale houtkap wordt aangepakt, moet dat gelden ongeacht de identiteit van degene die de activiteiten uitvoert.
Tegelijkertijd moeten geldige overeenkomsten en verkregen rechten worden gerespecteerd zolang deze juridisch van kracht zijn.






