Het is een onderwerp waar opvallend weinig mensen eerlijk over durven te praten, terwijl het volgens mij allang geen geheim meer is.
Tijdens talrijke gesprekken die ik de afgelopen jaren heb gevoerd met verschillende bouwlieden in Suriname hoorde ik steeds opnieuw hetzelfde verhaal. Niet via-via, niet uit roddels, maar rechtstreeks uit hun eigen mond.
Sommigen geven zonder enige schaamte toe dat zij andere tarieven rekenen zodra zij weten dat een opdrachtgever uit Nederland komt of een Surinamer is die jarenlang in Nederland heeft gewoond.
Volgens hen moet het geld worden gehaald bij degenen die het iets breder hebben. Dat vinden zij volkomen normaal.
Een bouwvakker gaf mij zelfs een concreet voorbeeld. Voor exact dezelfde klus zou hij een Surinaamse opdrachtgever zonder directe band met Nederland ongeveer SRD 12.000 rekenen.
Komt dezelfde opdracht van iemand uit Nederland of van een Surinaamse Nederlander, dan wordt dat zonder blikken of blozen ruim SRD 20.000. Niet omdat het werk anders is. Niet omdat de materiaalkosten stijgen.
Alleen omdat men denkt dat de opdrachtgever het toch wel kan betalen.
Geen slimme handel maar misleiding
Wie een prijs verhoogt op basis van de afkomst of woonplaats van een klant, verkoopt geen vakmanschap maar speelt een spelletje.
Natuurlijk mag iedere ondernemer zijn eigen tarieven bepalen. Dat is zijn goed recht. Maar er is een groot verschil tussen een eerlijke prijs en een prijs die bewust wordt aangepast omdat iemand als een makkelijke prooi wordt gezien.
Het argument dat iemand uit Nederland toch meer geld heeft, houdt bovendien lang niet altijd stand. Er zijn genoeg mensen uit de diaspora die jarenlang hebben gespaard om in Suriname een huis te bouwen.
Zij werken hard voor hun inkomen en verdienen dezelfde eerlijke behandeling als iedere andere klant.
Vertrouwen verdwijnt sneller dan een opdracht
Het grootste probleem is misschien nog wel dat deze werkwijze het vertrouwen in de bouwsector aantast. Zodra mensen het gevoel krijgen dat zij worden beoordeeld op hun paspoort of woonadres in plaats van op de omvang van de opdracht, ontstaat er wantrouwen.
Dat leidt ertoe dat opdrachtgevers steeds meer offertes opvragen, elkaar waarschuwen en soms zelfs besluiten helemaal niet met een lokale vakman in zee te gaan.
Wie goed werk levert, hoeft geen verborgen diaspora-tarief te hanteren. Een vakman verdient respect door kwaliteit, eerlijkheid en transparantie.
Niet door bij voorbaat te bedenken hoeveel extra hij uit een vermeend rijke opdrachtgever kan persen. Zolang sommige bouwlieden dit zelf openlijk blijven toegeven, heeft het weinig zin om te doen alsof dit verschijnsel niet bestaat.
Juist door het probleem te erkennen, kan worden gewerkt aan een bouwsector waarin eerlijkheid weer net zo belangrijk is als vakmanschap.
[Thornhill]







