• Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact
Geen resultaat
Bekijk alle
Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
  • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

De regering van de belofte: tussen oliedromen, leningen en de harde werkelijkheid

GFC Nieuws Opinie door GFC Nieuws Opinie
19 juni 2026 00:00
in Opinie
De grootste crisis is niet financieel maar institutioneel. Foto: Pixabay

De grootste crisis is niet financieel maar institutioneel. Foto: Pixabay

Nog geen jaar na haar aantreden heeft de regering-Simons/Rusland een herkenbare bestuursstijl ontwikkeld. Vrijwel ieder groot maatschappelijk vraagstuk wordt benaderd vanuit dezelfde boodschap: de toekomst wordt beter.

De olie komt eraan, de productiesector zal groeien, onderwijs krijgt prioriteit, de gezondheidszorg wordt versterkt en de economie zal profiteren van nieuwe investeringen.

Voor een bevolking die jarenlang economische onzekerheid, koopkrachtverlies en politieke teleurstellingen heeft meegemaakt, klinkt dat aantrekkelijk.

Het probleem is echter dat er een steeds grotere afstand ontstaat tussen wat de regering belooft en wat zij feitelijk in staat lijkt te realiseren.

Juist tijdens de behandeling van de begroting werd duidelijk dat de financiële ruimte beperkt is, dat ministeries onvoldoende middelen hebben om hun plannen uit te voeren en dat de overheid kampt met een ernstig tekort aan deskundig personeel.

Bekijk ook:

Surinaamse jongeman in Nederland doelwit van pesterijen na relatiebreuk

Bestaansrecht van ressort- en districtsraden anno 2026

Met andere woorden: terwijl de ambities groeien, blijven de middelen en de capaciteit achter. Dat is een gevaarlijke combinatie, omdat verwachtingen uiteindelijk worden afgerekend op resultaten en niet op intenties.

De olie wordt verkocht als oplossing voor alles

Sinds de ontdekking van olie voor de Surinaamse kust lijkt de politiek een nieuwe reddingsboei te hebben gevonden. Vrijwel iedere discussie over economische ontwikkeling eindigt tegenwoordig met een verwijzing naar de toekomstige olie-inkomsten.

De indruk wordt gewekt dat Suriname zich nog slechts enkele jaren verwijderd bevindt van een periode van ongekende welvaart.

Wat echter opvallend ontbreekt in de politieke communicatie zijn concrete cijfers, realistische tijdlijnen en eerlijke verwachtingen.

Zoals verschillende analisten inmiddels hebben aangegeven, zullen de eerste substantiële inkomsten uit Blok 58 waarschijnlijk pas vanaf 2029 daadwerkelijk beschikbaar komen voor de staatskas.

Zelfs als alle werkzaamheden volgens planning verlopen, moet de olie eerst geproduceerd, verkocht, gecontroleerd en afgerekend worden voordat er geld op de rekening van Suriname verschijnt.

Dat betekent dat de huidige regeerperiode grotendeels bestuurd zal moeten worden zonder de olierijkdom waar vandaag al over wordt gesproken alsof deze morgen beschikbaar komt.

Het creëren van dergelijke verwachtingen is riskant, omdat burgers uiteindelijk niet zullen kijken naar de verklaringen van vandaag, maar naar de resultaten van morgen.

De lening van vandaag wordt betaald met de olie van morgen

Tegen deze achtergrond roept ook de recente lening bij Bank of America belangrijke vragen op. De regering presenteert deze financiering als een noodzakelijke stap om investeringen mogelijk te maken en de economie te ondersteunen.

Dat klinkt logisch totdat men beseft dat iedere lening uiteindelijk moet worden terugbetaald. De regering lijkt daarmee een voorschot te nemen op inkomsten die nog niet zijn gerealiseerd.

Verschillende berekeningen laten zien dat Suriname de komende jaren geconfronteerd wordt met omvangrijke rente- en aflossingsverplichtingen.

Dat betekent dat een aanzienlijk deel van toekomstige olie-inkomsten niet beschikbaar zal zijn voor onderwijs, gezondheidszorg, sociale programma’s of infrastructuur, maar rechtstreeks zal verdwijnen naar schuldeisers.

De politieke boodschap luidt dat de olie ons rijk gaat maken, maar de financiële werkelijkheid is dat een deel van die toekomstige rijkdom al is uitgegeven voordat de eerste commerciële olieopbrengsten binnenkomen. Dat hoeft niet automatisch verkeerd te zijn, maar het vraagt wel om volledige openheid richting de bevolking.

Burgers hebben recht om te weten hoeveel van de toekomstige olie-inkomsten daadwerkelijk beschikbaar zullen zijn voor nationale ontwikkeling en hoeveel reeds zijn vastgelegd voor het aflossen van schulden.

De grootste crisis is niet financieel maar institutioneel

Misschien nog belangrijker dan de discussie over geld is de discussie over capaciteit. Tijdens de begrotingsvoorbereiding erkende de regering zelf dat er ernstige tekorten bestaan aan gespecialiseerd personeel.

Internationale financiers stellen steeds hogere eisen aan voorbereiding, uitvoering, controle en rapportage van projecten. Zonder voldoende deskundigheid lopen projecten vertraging op of worden zij helemaal niet uitgevoerd.

Dat is misschien wel het meest onderschatte probleem van Suriname. Ontwikkeling wordt vaak gepresenteerd als een financieel vraagstuk, terwijl het in werkelijkheid vooral een vraagstuk van menselijk kapitaal is.

Wegen worden niet gebouwd door begrotingen maar door ingenieurs. Scholen functioneren niet door beleidsnota’s maar door goed opgeleide leerkrachten. Economische groei ontstaat niet door persconferenties maar door ondernemers, technici, projectmanagers en deskundige bestuurders.

Juist daarom is het opvallend dat de regering grote ontwikkelingsambities presenteert terwijl zij tegelijkertijd toegeeft dat de mensen die deze plannen moeten uitvoeren onvoldoende beschikbaar zijn.

De rekening van decennia verwaarlozing

Het tekort aan deskundigheid is niet gisteren ontstaan. Het is het resultaat van tientallen jaren waarin onderwijs, beroepsvorming, technische opleidingen en institutionele ontwikkeling onvoldoende aandacht kregen. Suriname betaalt vandaag de prijs voor jarenlang uitstelgedrag.

Vakscholen verdwenen naar de achtergrond, technische opleidingen verloren aantrekkingskracht, de kwaliteit van het onderwijs kwam onder druk te staan en steeds meer gekwalificeerde professionals verlieten het land.

Het gevolg is zichtbaar in vrijwel iedere sector. Er zijn tekorten aan ingenieurs, ICT-specialisten, landbouwdeskundigen, financieel experts, projectmanagers en vaktechnici.

Tegelijkertijd wil de regering een moderne productiesector opbouwen, buitenlandse investeringen aantrekken en grote infrastructurele projecten uitvoeren.

Dat is vergelijkbaar met een voetbalclub die kampioen wil worden terwijl zij nauwelijks spelers heeft om een volledig elftal op te stellen. Ambitie zonder capaciteit blijft uiteindelijk slechts ambitie.

Productie verhogen zonder kwaliteitscontrole is een risico

Een ander speerpunt van de regering is het verhogen van de nationale productie. Dat klinkt logisch, omdat Suriname meer moet produceren om minder afhankelijk te worden van import en meer exportinkomsten te genereren. Maar opmerkelijk genoeg wordt er weinig gesproken over de kwaliteit van die productie.

Suriname importeert al jaren aanzienlijke hoeveelheden pesticiden, insecticiden en andere landbouwchemicaliën. Tegelijkertijd wil men de landbouwexport vergroten.

Dat roept fundamentele vragen op. Hoe gaat Suriname voldoen aan de steeds strengere eisen van internationale markten?

Hoe wordt gecontroleerd welke middelen worden gebruikt op landbouwgronden? Welke laboratoria beschikken over de capaciteit om producten te testen voordat zij worden geëxporteerd?

In een wereld waarin voedselveiligheid, duurzaamheid en certificering steeds belangrijker worden, is productie alleen niet voldoende.

Productie zonder kwaliteitscontrole kan leiden tot afgekeurde exporten, reputatieschade en economische verliezen. De discussie zou daarom niet alleen moeten gaan over meer produceren, maar vooral over beter produceren.

De SLM en Grassalco als voorbeelden van een oude bestuurscultuur

Ook de dossiers rond SLM en Grassalco laten zien dat de regering moeite heeft om afstand te nemen van oude politieke reflexen.

Bij de SLM blijft gemeenschapsgeld vloeien naar een onderneming waarvan de levensvatbaarheid nog steeds niet overtuigend is aangetoond. Tegelijkertijd wordt van burgers gevraagd begrip te hebben voor beperkte middelen en moeilijke keuzes.

Bij Grassalco zien we een vergelijkbaar patroon. Terwijl de overheid spreekt over efficiëntie en kostenbeheersing, wordt de topstructuur uitgebreid met extra directiefuncties en bestuurslagen.

Misschien zijn die functies inhoudelijk verdedigbaar, maar de samenleving heeft recht om te weten waarom zij noodzakelijk zijn, wat zij kosten en welke resultaten daar tegenover staan.

Opvallend genoeg lijken dergelijke vragen vaak minder urgent te worden zodra het gaat om topfuncties binnen staatsbedrijven. Dat versterkt het gevoel dat er voor bestuurders altijd ruimte is, terwijl voor de rest van de samenleving voortdurend wordt gewezen op financiële beperkingen.

De politiek van de verwachting kan gevaarlijk worden

Het grootste risico voor deze regering ligt uiteindelijk niet in de schuldenlast, niet in de olie en zelfs niet in het begrotingstekort.

Het grootste risico ligt in de verwachtingen die zij zelf creëert. Hoe vaker burgers horen dat betere tijden eraan komen, hoe hoger de lat komt te liggen.

Wanneer die verwachtingen vervolgens niet worden waargemaakt, verandert hoop in frustratie en vertrouwen in cynisme.

Suriname heeft dat proces al vaker meegemaakt. Regeringen beloofden economische groei, sociale vooruitgang en nationale ontwikkeling, maar slaagden er onvoldoende in die beloften om te zetten in tastbare resultaten.

De huidige regering lijkt dezelfde fout te dreigen maken door de nadruk te leggen op toekomstige mogelijkheden terwijl de structurele problemen van vandaag onvoldoende worden aangepakt.

Ontwikkeling begint niet met olie maar met mensen

Niemand twijfelt eraan dat Suriname grote kansen heeft. De olie is er. De natuurlijke hulpbronnen zijn er. De geografische ligging biedt mogelijkheden. Maar natuurlijke rijkdom is nog nooit een garantie geweest voor ontwikkeling.

De geschiedenis staat vol met landen die rijk waren aan grondstoffen maar arm bleven aan bestuur, kennis en instituties.

De echte vraag voor Suriname is daarom niet hoeveel olie er in de bodem zit, maar of het land beschikt over de mensen, de kennis en de instellingen om die rijkdom verstandig te beheren. Dat vraagt om investeringen in onderwijs, beroepsvorming, deskundigheid en institutionele versterking.

Het vraagt ook om politieke eerlijkheid. Surinamers hebben geen behoefte aan nieuwe dromen over “bogo bogo money” wanneer tegelijkertijd duidelijk is dat de eerste grote inkomsten pas later zullen komen en een aanzienlijk deel daarvan reeds bestemd is voor schulden en verplichtingen.

De toekomst van Suriname zal uiteindelijk niet worden bepaald door de hoeveelheid olie die wordt opgepompt, maar door de kwaliteit van de keuzes die vandaag worden gemaakt.

Zolang die realiteit niet centraal staat in het beleid, blijft het risico bestaan dat Suriname rijk wordt aan verwachtingen maar arm blijft aan resultaten.

Dr. Ashwin Ramcharan RO

Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.

Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud

ShareTweetSendSend

Meer berichten

koppel liefde handen stel
Column

Surinaamse jongeman in Nederland doelwit van pesterijen na relatiebreuk

gfc ingezonden
Opinie

Bestaansrecht van ressort- en districtsraden anno 2026

lgbt homo lesbisch
Column

Suriname kan nog veel leren van Nederland als het gaat om acceptatie homoseksuelen

Welke bijdrage kan ieder van ons leveren aan de oplossing?
Opinie

Suriname: het ontbreekt ons niet aan rijkdom, maar aan richting

suriname
Opinie

Suriname moet af van de “ik wil”-cultuur

ADEK anton de kom universiteit
Column

Suriname kan niet vooruit als mensen niet in zichzelf willen investeren

Nieuws uit Suriname | gfcnieuws.com

© 2026 GFC Nieuws

GFC Nieuws is een toonaangevend Surinaams mediahuis, gevestigd in Paramaribo. Sinds 2010 brengen wij dagelijks betrouwbaar nieuws, actualiteiten en lifestyle-artikelen met focus op Suriname en de Surinaamse gemeenschap wereldwijd. Onze redactie bestaat uit ervaren journalisten en columnisten, actief in zowel Suriname als Nederland.

  • Contact
  • Word redacteur
  • Colofon

Sociale media

Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

© 2026 GFC Nieuws