Duitsland had geen genade. Curaçao, dat voor het eerst in de geschiedenis op een Wereldkampioenschap staat, werd in Houston met 7-1 van het veld geveegd.
Wat begon als een sprookje eindigde in een harde confrontatie met de realiteit van het mondiale topvoetbal. Curaçao maakte geschiedenis met zijn eerste WK-doelpunt ooit, maar kreeg tegelijkertijd een les in het verschil tussen deelname en competitief zijn op het hoogste niveau.
En terwijl miljoenen voetballiefhebbers naar deze wedstrijd keken, werd in Suriname een ongemakkelijke vraag opnieuw gesteld: wat als Natio zich wél had geplaatst?
Voor veel Surinamers is het antwoord verrassend eenvoudig.
Dan waren wij misschien ook verpletterd.
De pijnlijke waarheid achter de droom
Iedere Surinamer droomt van een WK. Het volkslied op het grootste podium ter wereld. Een stadion vol rood, groen en wit. De wereld die eindelijk ziet wat voor voetbaltalent Suriname voortbrengt.
Maar dromen en realiteit zijn niet hetzelfde.
De afgelopen jaren heeft Suriname enorme stappen gezet. Dankzij de verruimde nationaliteitsregels konden spelers met Surinaamse roots worden toegevoegd aan Natio.
Namen als Sheraldo Becker, Gleofilo Vlijter en anderen gaven het nationale elftal meer kwaliteit en internationale uitstraling.
Toch moet men eerlijk zijn.
Een aantal spelers met Surinaamse roots die in Europa actief zijn, maken nog geen wereldtopselectie. Daarnaast ontbreekt het Suriname nog steeds aan stabiele infrastructuur, een sterke binnenlandse competitie, hoogwaardige jeugdopleidingen en voldoende internationale ervaring op het hoogste niveau.
Een WK speel je niet op emotie.
Een WK speel je tegen Duitsland, Frankrijk, Argentinië, Spanje en Engeland.
Curaçao is een waarschuwing
Het verhaal van Curaçao is in veel opzichten vergelijkbaar met dat van Suriname.
Ook Curaçao profiteerde van spelers die in Nederland zijn opgeleid. Ook daar leeft de droom van Caribische trots. Ook daar gelooft men dat talent het verschil kan maken.
Maar Duitsland liet zien dat talent alleen niet genoeg is. De Duitsers wonnen uiteindelijk met 7-1 en maakten pijnlijk duidelijk hoe groot de kloof nog steeds is tussen ambitieuze kleinere voetballanden en de absolute wereldelite.
Veel Surinamers zagen die wedstrijd en dachten hetzelfde:
“Misschien zijn we nog niet zover.”
En misschien hebben ze gelijk.
Een WK-ticket is geen eindbestemming
In Suriname wordt kwalificatie vaak gezien als de ultieme overwinning.
Maar eigenlijk zou kwalificatie pas het begin moeten zijn.
Wat heeft het voor zin om naar een WK te gaan als je daar slechts dient als figurant? Wat heeft het voor zin om drie wedstrijden te spelen, vijftien doelpunten tegen te krijgen en zonder punten terug naar huis te keren?
Dat klinkt hard.
Maar topsport is hard.
Landen als Japan, Marokko en Kroatië hebben laten zien dat je niet alleen moet streven naar deelname. Je moet streven naar concurrentievermogen.
Dat vereist tientallen jaren investeren in jeugdontwikkeling, trainersopleidingen, faciliteiten, scouting en professionele competities.
Het echte probleem ligt thuis
Misschien is de discussie over WK-kwalificatie zelfs de verkeerde discussie.
Want terwijl wij praten over Duitsland en Curaçao, worstelt het Surinaamse voetbal nog steeds met problemen die veel dichter bij huis liggen.
Stadions die onderhoud nodig hebben.
Jeugdcompetities die niet altijd optimaal functioneren.
Clubs die financieel kwetsbaar zijn.
Bestuurlijke discussies die vaak meer aandacht krijgen dan voetbalontwikkeling.
De waarheid is dat geen enkel land duurzaam succesvol wordt door uitsluitend spelers uit het buitenland te halen. Uiteindelijk moet een land ook zelf voetballers produceren.
Niet incidenteel.
Structureel.
Liever later en sterker
Sommige Surinamers zullen deze column pessimistisch vinden.
Dat is niet de bedoeling.
Integendeel.
Misschien is het juist positief dat Suriname het WK niet heeft gehaald.
Niet omdat we daar niet thuishoren.
Maar omdat het ons dwingt eerlijk te kijken naar waar we werkelijk staan.
Een WK-deelname die eindigt in vernederingen levert misschien mooie foto’s op, maar weinig sportieve vooruitgang.
Een extra cyclus van investeren, bouwen, opleiden en professionaliseren kan uiteindelijk veel waardevoller zijn.
Want het doel moet niet zijn om ooit een WK te halen.
Het doel moet zijn om een WK te halen én daar respect af te dwingen.
De les van Duitsland-Curaçao
De grootste les van Duitsland-Curaçao is niet dat Curaçao zwak is.
De grootste les is dat het niveau van een Wereldkampioenschap genadeloos hoog ligt.
Curaçao heeft geschiedenis geschreven door zich te plaatsen. Dat verdient respect. Maar de uitslag laat ook zien hoeveel werk er nog nodig is voordat kleinere voetballanden werkelijk kunnen concurreren met de grootmachten van het mondiale voetbal.
Misschien moet Suriname daarom niet treuren om een gemiste kwalificatie.
Misschien moet Suriname zich afvragen hoe het ervoor zorgt dat wanneer Natio uiteindelijk wél op een Wereldkampioenschap verschijnt, het niet alleen aanwezig is, maar ook meedoet.
Want tussen dromen van het WK en winnen op het WK ligt een wereld van verschil.
Ulrich Bronne
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








