Suriname houdt van zijn diaspora. Dat zeggen wij vaak. Wij zijn trots wanneer Surinamers in Nederland, Amerika of elders succesvol zijn.
Wij noemen hen graag “onze mensen”. Zeker wanneer zij goed kunnen voetballen, zingen, ondernemen of studeren. Dan zeggen wij: dat is ook een Surinamer.
Maar de recente kwestie rond voetballers van Surinaamse afkomst laat zien dat mooie woorden niet genoeg zijn. De zaak is ingewikkeld, maar het probleem kan eenvoudig worden uitgelegd.
Liefde voor Suriname versus juridische realiteit
Een aantal voetballers is in Nederland geboren of woont daar al heel lang. Zij hebben Surinaamse ouders, grootouders of familie.
Zij voelen zich verbonden met Suriname. Daarom willen zij graag voor het Surinaams nationaal elftal spelen. Dat is begrijpelijk. Voor Suriname is dat ook belangrijk, want goede spelers kunnen Natio sterker maken.
Maar toen kwam het juridische probleem. Om voor Suriname uit te komen, hadden sommige spelers een Surinaamse nationaliteit of een Surinaams paspoort nodig.
Als een Nederlander vrijwillig een andere nationaliteit aanneemt, kan hij volgens de Nederlandse wet zijn Nederlandse nationaliteit kwijtraken.
Dat betekent niet alleen verlies van een paspoort. Het kan ook gevolgen hebben voor werk, verblijf, reizen en rechten in Europa.
Dat is ernstig. Een speler denkt misschien: ik speel voor het land van mijn ouders of grootouders. Maar juridisch kan er iets heel anders gebeuren: hij kan ineens niet meer gewoon als Nederlander worden behandeld.
Suriname moet ook in de spiegel kijken
Dit probleem ligt niet alleen bij Nederland. Ook Suriname moet in de spiegel kijken. Als Suriname spelers uit de diaspora wil betrekken, dan moet Suriname zijn wetgeving beter regelen. Het mag niet zo zijn dat mensen uit liefde voor Suriname in juridische problemen komen.
Suriname heeft daarom een duidelijke en moderne nationaliteitswetgeving nodig. De regering moet goed nadenken over de positie van Surinamers in het buitenland.
Niet iedereen hoeft meteen volledig Surinaams staatsburger te worden. Maar er kan wel een aparte regeling komen voor mensen van Surinaamse afkomst. Bijvoorbeeld een officiële diaspora-status.
Tijd voor duidelijke diaspora-regels
Zo’n status kan zeggen: deze persoon heeft Surinaamse wortels en mag Suriname op bepaalde manieren vertegenwoordigen, bijvoorbeeld in sport of cultuur.
Maar tegelijk moet duidelijk zijn: deze status betekent niet automatisch dat iemand zijn andere nationaliteit verliest. Alles moet zwart op wit staan. Geen losse afspraken. Geen onduidelijke paspoorten. Geen oplossingen achteraf.
Suriname moet ook vooraf onderzoeken wat de gevolgen zijn volgens de Nederlandse wet. Spelers, ouders, clubs en bonden moeten precies weten waar zij aan toe zijn. Want liefde voor Suriname mag geen juridisch risico worden.
Meer dan alleen een sportkwestie
De regering moet deze kwestie dus niet zien als een klein sportprobleem. Dit gaat over identiteit, afkomst, staatsburgerschap en de band tussen Suriname en zijn diaspora. Als Suriname werkelijk zegt dat de diaspora erbij hoort, dan moet Suriname dat netjes, veilig en wettelijk regelen.
De oplossing is niet moeilijk te begrijpen: geef de diaspora erkenning, maar breng hen niet in problemen.
Suriname moet zijn kinderen in het buitenland niet alleen omarmen wanneer zij scoren. Suriname moet hen ook beschermen wanneer de wet hen raakt.
Johan Blomhoff
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via info@gfcnieuws.com of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








