Sinds het begin van de jaren 2000 staat Suriname voor een hardnekkige realiteit: criminaliteit ontwikkelt zich sneller en professioneler dan de staat haar kan beheersen.
Wat begon als voornamelijk lokale en opportunistische criminaliteit, is in de loop der jaren geëvolueerd naar een complexer geheel van georganiseerde misdaad, drugstransit, gewapende overvallen en grensoverschrijdende netwerken.
Tegen deze achtergrond is de vraag niet alleen hoe criminaliteit is toegenomen, maar vooral hoe de aanpak ervan is vormgegeven door opeenvolgende ministers van Justitie en Politie en wisselende korpschefs van het Korps Politie Suriname (KPS).
Juist daar ligt de kern van het probleem: de aanpak is vaak wisselend, politiek gevoelig en onvoldoende structureel.
Politieke leiding en de zoektocht naar controle (2000–2010)
In de periode van de opeenvolgende kabinetten-Venetiaan lag de verantwoordelijkheid voor Justitie en Politie bij onder meer Siegfried Gilds en later Chan Santokhi.
Deze fase werd gekenmerkt door een relatief institutionele benadering, waarin vooral werd ingezet op professionalisering van het politieapparaat en samenwerking met internationale partners.
Toch bleef de aanpak kwetsbaar. Hoewel er pogingen werden gedaan om de politieorganisatie te versterken, groeide tegelijkertijd de invloed van externe factoren zoals drugstransit via Suriname en toenemende regionale criminaliteitsstromen.
De politie beschikte eenvoudigweg niet over de middelen en capaciteit om deze verschuiving bij te benen. Hierdoor ontstond een kloof tussen beleidsambitie en uitvoeringsrealiteit.
De korpsleiding kende in deze periode ook al wisselingen, met onder andere Humphrey Tjin Liep Shie en Delano Braam in verschillende fasen.
Die wisselingen zorgden ervoor dat beleid zelden lang genoeg kon worden doorgezet om structurele effecten te bereiken.
Van law-and-order naar fragmentatie (2010–2020)
De periode van 2010 tot 2020, onder de opeenvolgende ministers van Justitie en Politie in de Bouterse-jaren, markeert een duidelijke verschuiving in aanpak.
Ministers als Edward Belfort, Jennifer van Dijk-Silos en Stuart Getrouw zetten sterk in op zichtbaar optreden, strengere handhaving en het herstellen van gezag via een law-and-order benadering.
Op het eerste gezicht leek dit een daadkrachtige koers. Politieoptredens werden zichtbaarder, controles namen toe en er werd nadruk gelegd op orde en discipline.
Toch was de kern van het probleem dat deze aanpak vaak reactief bleef. In plaats van structurele preventie en modernisering van opsporingscapaciteit, werd vooral gereageerd op incidenten.
Daarbij kwam een tweede fundamenteel probleem: de voortdurende wisseling van zowel ministers als korpschefs. In deze periode werd het KPS geleid door verschillende figuren in korte tijd, waardoor beleid niet kon uitgroeien tot een consistente langetermijnstrategie.
Roberto Prade werd in de latere fase een belangrijke korpschef, maar ook zijn periode bleef beperkt in continuïteit en werd niet volledig gedragen door stabiele institutionele verankering.
Ondertussen ontwikkelde criminaliteit zich verder. Suriname kreeg steeds meer kenmerken van een doorvoerland in internationale drugslijnen, terwijl lokale geweldscriminaliteit verhardde. Het gebruik van vuurwapens nam toe en gewapende overvallen werden frequenter en brutaler.
Een nieuwe beleidsfase met oude beperkingen (2020–heden)
Met het aantreden van de regering-Santokhi werd opnieuw ingezet op hervorming en modernisering. Minister Kenneth Amoksi en later Harish Monorath legden nadruk op institutionele versterking, digitalisering en samenwerking met internationale veiligheidsdiensten.
De bedoeling was duidelijk: een moderner en professioneler justitie- en politiebestel.
Toch blijft de praktijk weerbarstig. De politieorganisatie kampt met personeelstekorten, beperkte logistieke middelen en een zware werkdruk.
Daarnaast blijkt dat hervormingen vaak traag worden geïmplementeerd. Beleidsdocumenten zijn aanwezig, maar de uitvoering blijft achter.
Ook in de korpsleiding blijft de instabiliteit zichtbaar. Na de periode van Roberto Prade volgden waarnemende structuren, later Bryan Isaacs en recent Melvin Pinas. Hoewel deze leiders elk hun eigen accenten legden, bleef de rode draad dat structurele continuïteit moeilijk te waarborgen was.
De criminaliteit daarentegen blijft zich ontwikkelen. Niet alleen nam het aantal gewelddadige incidenten toe, ook werd de criminaliteit professioneler georganiseerd, met internationale netwerken en snellere aanpassingsstrategieën dan de overheid kon bijbenen.
De kern van het probleem: beleid zonder duurzame verankering
Wanneer de ontwikkeling van de afgelopen 25 jaar wordt bekeken, valt vooral één structureel patroon op: het ontbreken van continuïteit in de aanpak.
Zowel ministers van Justitie en Politie als korpschefs van het KPS hebben relatief korte zittingstermijnen gehad, waardoor elke nieuwe leiding vaak opnieuw begon met hervormingen.
Daardoor ontstaat een situatie waarin beleid steeds opnieuw werd geformuleerd, maar zelden volledig werd afgemaakt. Politieke prioriteiten verschoof per kabinet, terwijl de politieorganisatie zelf onvoldoende autonoom en stabiel genoeg was om een eigen langetermijnkoers te volgen.
De criminaliteit profiteert juist van deze fragmentatie. Waar de staat zich herstructureert, professionaliseren criminele netwerken verder. Waar beleid wisselt, groeit de voorspelbaarheid van de staat niet mee met de onvoorspelbaarheid van criminaliteit.
Een strijd die vooral institutioneel verloren of gewonnen wordt
De criminaliteitsbestrijding in Suriname is in de kern geen gebrek aan intentie, maar een gebrek aan continuïteit en institutionele stabiliteit.
Ministers kwamen en gingen, korpschefs wisselden regelmatig, en elk nieuw beleid begon vaak opnieuw in plaats van voort te bouwen op het vorige.
Zolang de aanpak van criminaliteit blijft schommelen tussen politieke prioriteiten en organisatorische wisselingen, zal de staat steeds een stap achter blijven op de evoluerende criminaliteit.
De echte uitdaging ligt daarom niet alleen in strengere wetten of meer politieoptreden, maar in het bouwen van een duurzaam veiligheidsapparaat dat bestand is tegen politieke wisselingen en dat consistent kan werken aan preventie, opsporing en vertrouwen.
D. Karamat-Ali
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








