Velen praten elkaar na in de Surinaamse gemeenschap. Het gaat altijd over leiderschap, instituten en nog meer van dit soort open deuren waar tegeltjeswijsheden aan hangen.
Maar niemand heeft het over het echte probleem in de Surinaamse samenleving: NO BRAIN.
Men stelt geen eisen aan de wetenschappelijke inborst van regeerders. Politiemannen, militairen, verouderde artsen en ministers die hun diploma’s hebben gekocht, regeren zonder enige wetenschappelijke basis. Zo ook met de miljarden uit olie en gas. Wat denkt u dat er gaat gebeuren?
En zo zit er altijd een fietser in de cockpit van de Surinaamse Space Shuttle. Men vindt het ook niet meer raar dat de Surinaamse Space Shuttle crasht voordat hij kan vliegen.
Ministers weten nooit iets, en dat is normaal
Als een minister zegt niet te weten waar geld van het volk aan wordt besteed, vindt men het prima. Niemand vraagt om het aftreden van deze incompetente minister.
Overheidsfunctionarissen komen weg met de ergste criminele en corrupte handelingen. Niemand vraagt om hun aftreden of vervanging. Zo zit de geschiedenis van het Surinaamse bestuur vol met dergelijke voorbeelden.
Suriname praat graag over ontwikkeling, economische groei, olie en gas, goud, infrastructuur, armoedebestrijding en een betere toekomst voor de volgende generatie.
Maar onder al deze grote politieke ambities ligt een veel fundamenteler probleem. Daarover wordt in het publieke debat nauwelijks serieus gesproken.
Suriname heeft onvoldoende wetenschappelijke kennis, onvoldoende technische capaciteit en onvoldoende institutionele deskundigheid om een moderne staat professioneel en structureel onderbouwd te besturen.
Dat probleem is niet uitsluitend toe te schrijven aan de regering-Simons. De achterstand in wetenschap, onderzoek, laboratoriumcapaciteit, technische opleidingen en kennisinstituten is gedurende tientallen jaren opgebouwd.
Maar de huidige regering draagt wel de verantwoordelijkheid om te erkennen dat een land zonder voldoende wetenschappelijke infrastructuur de complexe uitdagingen van de eenentwintigste eeuw onmogelijk adequaat kan aanpakken.
Vergif in de Saramaccarivier legt het ontbreken van wetenschap bloot
De recente gebeurtenissen rond de Saramaccarivier maken dit probleem op een pijnlijke manier zichtbaar. Het gaat niet alleen om een milieuprobleem, mogelijke vervuiling en massale vissterfte.
Tegelijkertijd wordt zichtbaar hoe afhankelijk Suriname nog altijd is van buitenlandse wetenschappelijke capaciteit.
Wanneer betrouwbare antwoorden moeten worden gevonden op vragen die rechtstreeks betrekking hebben op de gezondheid van de eigen bevolking en de veiligheid van de eigen leefomgeving, blijkt dat niet alle kennis en capaciteit lokaal beschikbaar zijn.
Uit het onderzoek naar de verontreiniging kwamen onder meer cyanide en zware metalen naar voren. De regering heeft daarop aangegeven dat vis uit het getroffen gebied niet gegeten mag worden en dat het rivierwater niet gebruikt mag worden.
De officiële communicatie van de regering vermeldt bovendien dat de aanwijzingen uit het onderzoek richting het gebied rond de Moeroekreek wijzen.
De Nationale Milieu Autoriteit heeft daarbij een verband vastgesteld met activiteiten op of rond een goudconcessie.
Maar juist hier zou de Surinaamse samenleving zichzelf een veel fundamentelere vraag moeten stellen dan alleen wie de rivier heeft vervuild.
De werkelijke bestuurlijke zwakte wordt zichtbaar wanneer blijkt dat niet alle noodzakelijke wetenschappelijke analyses in Suriname zelf konden worden uitgevoerd.
Aanvullende monsters moesten naar het buitenland worden gestuurd. Berichtgeving over het onderzoek vermeldt dat monsters voor verdere analyse naar Frans-Guyana en Frankrijk zijn verzonden, omdat bepaalde gespecialiseerde onderzoeken niet lokaal konden worden uitgevoerd.
Dat gegeven zou in Suriname eigenlijk een veel groter nationaal debat moeten veroorzaken dan het debat dat nu vooral draait om de vraag wie verantwoordelijk is voor de vervuiling.
Een moderne staat is namelijk niet alleen verantwoordelijk voor het verbieden van vervuiling. De staat moet ook de kennis en infrastructuur ontwikkelen waarmee vervuiling tijdig kan worden gedetecteerd, wetenschappelijk kan worden vastgesteld, juridisch kan worden bewezen en vervolgens effectief kan worden bestreden.
Een land dat zijn eigen water niet volledig kan onderzoeken, kan zichzelf niet volledig controleren
Wanneer Suriname voor belangrijke milieuanalyses afhankelijk is van laboratoria in het buitenland, betekent dit niet automatisch dat het land wetenschappelijk niets kan.
Suriname beschikt wel degelijk over laboratoria, wetenschappers, technici, universiteiten en deskundigen die belangrijke onderzoeken uitvoeren.
Het betekent wel dat de nationale capaciteit onvoldoende breed en diep is om alle risico’s die een moderne samenleving met zich meebrengt zelfstandig te beheersen.
Dat verschil is essentieel.
Het probleem moet niet worden gereduceerd tot de bewering dat Suriname “geen laboratoria” heeft. De werkelijke kwestie is veel fundamenteler.
Suriname beschikt niet over voldoende wetenschappelijke capaciteit om op alle kritieke terreinen zelfstandig, continu en volgens de hoogste internationale standaarden onderzoek, monitoring en kwaliteitscontrole uit te voeren.
Daarmee raakt deze kwestie rechtstreeks aan nationale veiligheid, volksgezondheid, voedselveiligheid, milieubescherming, landbouw, mijnbouw, waterbeheer en economische ontwikkeling.
Een regering kan alleen effectief verantwoordelijkheid nemen wanneer zij beschikt over betrouwbare informatie over de werkelijkheid waarover zij bestuurlijke beslissingen moet nemen.
Wanneer men niet weet wat er precies in een rivier zit, kan men de bevolking niet volledig beschermen.
Wanneer men niet structureel kan meten welke stoffen in voedsel aanwezig zijn, kan men voedselveiligheid niet volledig garanderen.
Wanneer men de bodem onvoldoende kan onderzoeken, wordt het moeilijker om landbouw, mijnbouw en ruimtelijke ontwikkeling verantwoord te plannen.
En wanneer milieuschade niet onafhankelijk en wetenschappelijk kan worden vastgesteld, wordt het bovendien moeilijker om degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn juridisch en financieel ter verantwoording te roepen.
Regeren zonder voldoende wetenschap verandert beleid in een vorm van gokken
Wetenschappelijk bestuur betekent uiteraard niet dat iedere minister wetenschapper moet zijn. Ook hoeft iedere parlementariër geen laboratoriumopleiding te hebben gevolgd.
Het betekent wel dat een moderne overheid haar belangrijkste besluiten zoveel mogelijk moet baseren op betrouwbare gegevens, onafhankelijke analyses, reproduceerbare metingen, deskundige adviezen, risicoanalyses en instellingen die de vrijheid en capaciteit hebben om vast te stellen wat feitelijk aan de hand is.
Precies daar ligt een van de fundamentele zwaktes van Suriname.
Wij hechten als samenleving opvallend veel waarde aan politieke meningen, persoonlijke ervaringen en partijpolitieke overtuigingen.
Veel minder aandacht gaat naar de vraag welke wetenschappelijke kennis noodzakelijk is om een besluit daadwerkelijk te kunnen onderbouwen.
De regering-Simons kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor iedere tekortkoming die in de afgelopen vijftig jaar is ontstaan.
Zij kan wel verantwoordelijk worden gehouden voor de vraag of zij deze achterstand als een structureel nationaal probleem erkent.
Ook moet zij laten zien of zij bereid is wetenschap, onderzoek en technische kennis een centrale plaats te geven in het ontwikkelingsbeleid van Suriname.
De Saramaccarivier zou daarom niet alleen als een incident moeten worden behandeld. De rivier is een spiegel waarin de staat zichzelf moet bekijken.
Wanneer een ernstige vervuiling plaatsvindt en vervolgens blijkt dat voor bepaalde cruciale analyses buitenlandse laboratoria nodig zijn, moet de vraag niet alleen zijn waarom de vervuiling kon plaatsvinden.
De vraag moet ook zijn waarom de noodzakelijke wetenschappelijke infrastructuur om dergelijke risico’s zelfstandig te controleren nog niet volledig in Suriname aanwezig is.
Zelfs voedselveiligheid kan niet zonder een sterke wetenschappelijke infrastructuur
Hetzelfde probleem geldt voor voedselveiligheid.
Het zou onjuist zijn om te beweren dat Suriname helemaal geen voedselveiligheidscontroles uitvoert. Er zijn wel degelijk laboratoria en controlemechanismen. Ook is de afgelopen jaren geïnvesteerd in uitbreiding en verbetering van deze capaciteit.
Het fundamentele probleem is echter dat een moderne voedselketen veel meer vereist dan incidentele controles.
Voedselveiligheid is afhankelijk van een permanent systeem. Daarin moeten grondstoffen, bodem, water, gewassen, importproducten, vlees, vis, zuivel en andere voedingsmiddelen op een betrouwbare en controleerbare manier kunnen worden onderzocht.
Dat onderzoek moet onder meer gericht zijn op pesticiden, zware metalen, microbiologische besmetting, mycotoxinen en andere schadelijke stoffen.
Voedselveiligheid is uiteindelijk geen kwestie van vertrouwen, maar van meten.
Een consument moet niet hoeven geloven dat zijn voedsel veilig is omdat een minister dat zegt. De consument moet erop kunnen vertrouwen dat de staat beschikt over onafhankelijke laboratoria, deskundige inspecteurs, internationale kwaliteitsnormen, transparante procedures en voldoende capaciteit om risico’s daadwerkelijk te detecteren.
Juist daarom zijn investeringen in laboratoria geen luxe voor een arm land. Zij behoren tot de meest fundamentele investeringen die een land kan doen.
Het probleem gaat veel verder dan de Saramaccarivier
Wie goed kijkt naar de verschillende vitale sectoren van Suriname, ziet dat hetzelfde structurele probleem telkens opnieuw verschijnt.
Onvoldoende kennis en onvoldoende institutionele capaciteit beperken het land in zijn vermogen om beleid te ontwikkelen en vervolgens ook daadwerkelijk te controleren.
In de gezondheidszorg is gespecialiseerde medische kennis essentieel om diagnoses en behandelingen te verbeteren.
In de landbouw zijn bodemonderzoek, klimaatdata, genetica en gewaswetenschap noodzakelijk om de productiviteit te verhogen.
In de mijnbouw zijn geologie, hydrologie en milieuwetenschappen noodzakelijk om natuurlijke hulpbronnen verantwoord te exploiteren.
In de energiesector zijn technische expertise en systeemanalyses noodzakelijk om de energievoorziening toekomstbestendig te maken.
In de economie zijn betrouwbare statistieken, modellen en onafhankelijke analyses noodzakelijk om begrotingsbeleid, monetair beleid en ontwikkelingsbeleid te kunnen beoordelen.
Toch wordt in Suriname nog veel te vaak gedaan alsof kennis vanzelf ontstaat zodra een regering een politieke beslissing heeft genomen.
Dat is precies omgekeerd.
Eerst moet een land weten wat er aan de hand is. Daarna moet het bepalen wat het wil bereiken. Vervolgens moet het op basis van kennis vaststellen welke maatregelen daarvoor noodzakelijk zijn.
Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in Suriname wordt beleid nog te vaak vanuit politieke intuïtie, persoonlijke overtuiging of kortetermijnbelangen ontwikkeld.
Pas achteraf wordt gezocht naar argumenten die het genomen besluit moeten ondersteunen.
Suriname heeft veel meningen, maar te weinig georganiseerde kennis
Het grootste probleem is daarom misschien niet eens dat Suriname te weinig slimme mensen heeft.
Suriname heeft buitengewoon veel intelligente en goed opgeleide mensen. Dat geldt zowel binnen het land als in de diaspora.
Het probleem is dat deze kennis onvoldoende is georganiseerd in sterke nationale instituties die onafhankelijk onderzoek kunnen uitvoeren en die daadwerkelijk invloed hebben op de besluitvorming.
Suriname heeft duizenden mensen die iets vinden over economie, olie, landbouw, gezondheidszorg, onderwijs, mijnbouw, klimaat, energie en bestuur.
Maar een moderne staat kan niet worden bestuurd op basis van de vraag: “Wat vindt u ervan?”
De moderne staat moet steeds vaker de vraag stellen: “Wat zeggen de gegevens? Wat laat het onderzoek zien? Hoe groot is het risico? En welke oplossing heeft volgens de beschikbare wetenschappelijke kennis de grootste kans van slagen?”
Dat is het fundamentele verschil tussen een samenleving die voornamelijk reageert op problemen en een samenleving die problemen probeert te voorspellen en te voorkomen.
De grootste rijkdom van Suriname is niet goud, olie of gas, maar kennis
Suriname beschikt over goud, hout, landbouwgrond, water, biodiversiteit en toekomstige olie- en gasvoorraden.
Maar natuurlijke rijkdommen maken een land niet automatisch ontwikkeld.
Kennis maakt een land ontwikkeld.
Een ontwikkeld land is niet een land dat toevallig over veel grondstoffen beschikt. Het is een land dat in staat is zijn natuurlijke rijkdommen wetenschappelijk te onderzoeken, economisch te waarderen, duurzaam te exploiteren, milieuschade te meten, risico’s te beheersen en de opbrengsten vervolgens verstandig in te zetten voor de toekomstige ontwikkeling van de samenleving.
Daarom zou de regering-Simons de Saramaccarivier moeten aangrijpen voor een veel groter nationaal programma waarin wetenschap, onderzoek, laboratoriumcapaciteit, universiteiten en technische deskundigheid centraal staan.
Suriname zou structureel moeten investeren in hoogwaardige laboratoria, wetenschappelijke opleidingen, data-infrastructuur, onafhankelijke onderzoeksinstituten en internationale onderzoeksverbanden.
Tegelijkertijd zou de Surinaamse diaspora veel actiever moeten worden ingezet om ontbrekende kennis tijdelijk of permanent naar Suriname te brengen.
Want wanneer Suriname straks miljarden aan olie- en gasinkomsten ontvangt, maar onvoldoende wetenschappers, ingenieurs, economen, juristen, milieudeskundigen, data-analisten en technische instituten heeft om die miljarden professioneel te beheren, zal het land opnieuw dezelfde historische fout maken.
Veel natuurlijke rijkdom bezitten, maar onvoldoende kennis hebben om die rijkdom om te zetten in duurzame ontwikkeling.
De Saramaccarivier heeft daarmee een veel grotere boodschap voor Suriname dan alleen de waarschuwing dat vervuild water gevaarlijk is.
De rivier laat zien dat een staat die haar eigen omgeving niet volledig kan meten, controleren en begrijpen, uiteindelijk ook moeite heeft om verantwoordelijkheid te nemen voor haar eigen toekomst.
En daar ligt misschien wel de meest pijnlijke conclusie van allemaal.
Suriname heeft geen gebrek aan mensen die ergens een mening over hebben
Suriname heeft een tekort aan systemen die kunnen vaststellen wat daadwerkelijk waar is.
Zolang politieke beslissingen kunnen worden genomen zonder voldoende data, zonder voldoende onderzoek en zonder voldoende onafhankelijke wetenschappelijke capaciteit, blijft ontwikkeling in belangrijke mate afhankelijk van politieke overtuiging, persoonlijke kennis en toevallige deskundigheid.
Een land hoeft niet alles zelf te kunnen. Het mag voor kennis altijd samenwerken met andere landen, universiteiten en internationale instellingen.
Maar een land dat voor essentiële vragen over zijn eigen water, voedsel, bodem, gezondheid, energie en natuurlijke hulpbronnen structureel afhankelijk blijft van anderen, heeft een ontwikkelingsprobleem dat veel dieper gaat dan geldgebrek.
De Saramaccarivier is daarom geen geïsoleerd milieuprobleem.
Het is een waarschuwing over de kwaliteit van de Surinaamse staat.
Suriname, het land waar niemand hoeft te weten
Als een minister niet altijd hoeft te weten en beleid zonder voldoende wetenschappelijke onderbouwing kan worden gemaakt, ontstaat uiteindelijk ook een samenleving waarin niemand precies weet waarom het land niet vooruitgaat.
Misschien is dat wel de belangrijkste wetenschappelijke conclusie die Suriname vandaag zou moeten durven trekken:
Suriname moet niet alleen meer investeren in wat het land bezit, maar vooral in het vermogen om te begrijpen wat het bezit, wat het ermee doet en welke gevolgen dat heeft voor de volgende generatie.
Dr. Ashwin Ramcharan
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







