Voorzitter Newalsing Nanhkoesingh van de politieke partij Wi Sranan roept de Surinaamse regering en Staatsolie op om maximale transparantie en strikte controle te waarborgen bij de ontwikkeling van de offshore olie-industrie.
Volgens de politicus laten de recente ontwikkelingen in Guyana zien dat Suriname nu de kans heeft om kostbare fouten te voorkomen voordat de olieproductie op grote schaal van start gaat.
Ontwikkelingen in Guyana zijn volgens Wi Sranan een belangrijk signaal
Nanhkoesingh reageert op berichtgeving waaruit blijkt dat ExxonMobil Guyana Limited (EMGL) in 2025 voor ongeveer USD 395 miljoen aan productiekosten heeft gedeclareerd binnen het Stabroek-blok.
Deze kosten worden verrekend via het zogenoemde cost recovery-systeem, waardoor zij rechtstreeks van invloed zijn op het aandeel van de Guyanese staat in de olie-inkomsten.
Volgens de voorzitter van Wi Sranan moet Suriname deze ontwikkelingen niet zien als een succesverhaal waar uitsluitend naar wordt opgekeken, maar vooral als een waarschuwing voor de uitdagingen die gepaard gaan met de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen.
“Terwijl de bevolking droomt van olierijkdom, lopen de miljarden aan gedeclareerde kosten door de oliemaatschappijen op. Dat betekent één ding: voordat het volk profiteert, verdienen anderen vaak al miljarden,” stelt Nanhkoesingh.
Suriname staat volgens Wi Sranan op hetzelfde kruispunt
Volgens Nanhkoesingh bevindt Suriname zich nu in een beslissende fase. Juist nu, voordat alle contracten definitief zijn vastgelegd en de grootschalige productie begint, moeten volgens hem de juiste waarborgen worden ingebouwd.
Hij benadrukt dat achteraf ingrijpen vaak nauwelijks nog mogelijk is wanneer contractuele afspraken eenmaal zijn gemaakt.
“Daarom moet de regering nú handelen, niet achteraf wanneer contracten al zijn getekend en niemand nog iets kan veranderen.”
Oproep tot maximale transparantie en onafhankelijke controle
De voorzitter van Wi Sranan doet een dringende oproep aan de regering en Staatsolie om iedere gedeclareerde kostenpost onafhankelijk te laten controleren.
Daarnaast pleit hij voor maximale openheid over oliecontracten en een prominente rol voor Surinaamse deskundigen bij zowel audits als onderhandelingen met internationale oliemaatschappijen.
Volgens hem moet worden voorkomen dat Suriname gedurende tientallen jaren miljarden dollars aan inkomsten misloopt als gevolg van onvoldoende toezicht of zwakke contractuele afspraken.
Nanhkoesingh benadrukt dat olie alleen een zegen kan zijn wanneer de controle op de sector goed is georganiseerd.
Natuurlijk rijk, maar niet arm blijven
De politicus waarschuwt ervoor dat natuurlijke rijkdom niet automatisch leidt tot welvaart voor de bevolking.
Volgens hem mag Suriname niet terechtkomen in een situatie waarin de opbrengsten uit de bodem grotendeels verdwijnen, terwijl burgers blijven kampen met hoge kosten van levensonderhoud, tekorten in de gezondheidszorg, woningnood en beperkte economische kansen.
“Wij mogen niet wakker worden in een situatie waarin de rijkdom uit onze bodem verdwijnt, terwijl de Surinamer blijft worstelen met hoge prijzen, slechte gezondheidszorg, onvoldoende woningen en een gebrek aan kansen.”
Leren van de ervaringen van Guyana
Volgens Nanhkoesingh biedt de huidige situatie Suriname een unieke mogelijkheid om lessen te trekken uit de ervaringen van buurland Guyana.
Hij wijst erop dat verschillende kostenaudits daar miljoenen dollars aan onterecht gedeclareerde uitgaven aan het licht hebben gebracht en dat andere onderzoeken nog niet openbaar zijn gemaakt.
Juist daarom is het volgens hem noodzakelijk dat Suriname vanaf het begin inzet op sterke controlemechanismen, transparantie en deskundigheid.
Geen aanval op investeerders
Nanhkoesingh benadrukt dat zijn oproep niet bedoeld is als kritiek op internationale investeerders of oliemaatschappijen.
Volgens hem is zijn boodschap juist een oproep aan de Surinaamse overheid om haar verantwoordelijkheid te nemen bij het beheer van de natuurlijke rijkdommen van het land.
“Bescherm niet de belangen van oliemaatschappijen. Bescherm de belangen van het Surinaamse volk.”
Hij besluit dat de olie-industrie alleen een blijvende bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van Suriname wanneer transparantie, goed bestuur en deskundige controle vanaf het begin centraal staan.







