VHP Nederland volgt met grote bezorgdheid de ontwikkelingen rond de massale vissterfte in de bovenloop van de Saramaccarivier.
De mogelijke chemische verontreiniging en de gevolgen daarvan voor mens, dier en milieu maken volgens de organisatie een snelle, volledige en transparante reactie van de bevoegde autoriteiten noodzakelijk.
Tegelijkertijd benadrukt VHP Nederland dat voorzichtigheid geboden is bij het aanwijzen van mogelijke verantwoordelijken.
Zolang het onderzoek niet definitief heeft vastgesteld wat de vissterfte heeft veroorzaakt, waar een eventuele verontreiniging vandaan komt en wie daarvoor verantwoordelijk is, mogen bedrijven, organisaties of personen volgens de organisatie niet zonder voldoende bewijs als schuldige worden aangewezen.
Onderzoeksresultaten roepen vragen op
Uit de tot nu toe bekendgemaakte onderzoeksgegevens blijkt dat in watermonsters onder meer cyanide en kwik zijn aangetroffen. Volgens de beschikbare informatie lagen deze concentraties onder de geldende normwaarden.
Daarnaast zijn verhoogde waarden vastgesteld van onder meer ijzer, aluminium, mangaan, zwevende stoffen en Chemical Oxygen Demand (COD).
Deze onderzoeksresultaten geven volgens VHP Nederland aanleiding tot verdere analyse, maar leveren op zichzelf nog geen definitief antwoord op de vraag wat de massale vissterfte heeft veroorzaakt.
Juist daarom vindt de organisatie het van belang dat het onderzoek onafhankelijk, deskundig en zorgvuldig wordt uitgevoerd en dat de samenleving volledig wordt geïnformeerd over de bevindingen.
Voorzorg mag niet wachten op definitieve schuldvraag
Hoewel de exacte oorzaak nog moet worden vastgesteld, betekent dit volgens VHP Nederland niet dat de overheid moet afwachten met het nemen van voorzorgsmaatregelen.
De gemeenschappen die in het getroffen gebied wonen, zijn in belangrijke mate afhankelijk van de rivier voor voedselvoorziening, drinkwater, landbouw en inkomsten. Wanneer bewoners gedurende langere tijd wordt geadviseerd om geen vis uit de rivier te consumeren en het rivierwater niet te gebruiken, heeft de situatie gevolgen die veel verder reiken dan alleen het milieu.
Er ontstaat dan ook een sociaal-economisch vraagstuk en mogelijk een volksgezondheidsvraagstuk.
Toezicht op mijnbouwactiviteiten verdient aandacht
VHP Nederland wijst daarnaast op de afspraken die kort vóór de vissterfte zijn gemaakt tussen de overheid, de Matawai-gemeenschap en Zijin Rosebel Mines over de ordening, veiligheid, registratie en monitoring van mijnbouwactiviteiten in het Moeroekreekgebied.
De organisatie benadrukt dat hiermee geen verantwoordelijkheid wordt toegeschreven aan enige partij. Wel vindt zij dat de ontwikkelingen aanleiding geven om kritisch te kijken naar de uitvoering en effectiviteit van het toezicht.
Daarbij moeten volgens VHP Nederland onder meer de opslag en het gebruik van chemicaliën, de controle van opvang- en mijnbouwbekkens en het functioneren van de afgesproken monitoringsstructuren worden onderzocht.
Alle onderzoeksgegevens moeten openbaar
VHP Nederland vindt dat de samenleving recht heeft op volledige inzage in de relevante onderzoeksresultaten. Daarbij gaat het niet alleen om watermonsters, maar ook om onderzoeken van vis, sediment, bodem en andere relevante materialen.
Volgens de organisatie moet waar nodig gebruik worden gemaakt van internationaal geaccrediteerde laboratoria en onafhankelijke deskundigen op het gebied van milieu en toxicologie. Dit moet bijdragen aan een betrouwbaar en controleerbaar beeld van wat zich in het gebied heeft afgespeeld.
Een onafhankelijk onderzoek is volgens VHP Nederland bovendien belangrijk om te voorkomen dat speculatie, politieke beschuldigingen of publieke beeldvorming het feitenonderzoek gaan beïnvloeden.
Gezondheid en bestaanszekerheid centraal
Naast het vaststellen van de oorzaak moet volgens VHP Nederland onmiddellijk aandacht worden besteed aan de gevolgen voor de getroffen gemeenschappen.
Bewoners die niet langer veilig gebruik kunnen maken van rivierwater of vis uit de rivier, mogen niet aan hun lot worden overgelaten.
De overheid moet volgens de organisatie ervoor zorgen dat veilig drinkwater en voedsel beschikbaar blijven en waar nodig medische begeleiding en langdurige milieumonitoring organiseren.
Ook de economische gevolgen moeten zorgvuldig worden vastgesteld. Vissers, landbouwers, gezinnen en andere personen die mogelijk inkomsten verliezen door de situatie kunnen langdurig worden geraakt.
Wanneer eenmaal vaststaat wie verantwoordelijk is en welke schade daadwerkelijk is veroorzaakt, moet volgens VHP Nederland worden voorzien in een adequate regeling voor de benadeelden.
Bewijsmateriaal moet veilig worden gesteld
VHP Nederland benadrukt daarnaast het belang van het veiligstellen van alle relevante gegevens en bewijsmiddelen.
Monsters, meetgegevens, onderzoeksresultaten, vergunningen, registraties, monitoringsgegevens en andere relevante informatie moeten zorgvuldig worden bewaard.
Alleen wanneer de feiten goed worden gedocumenteerd, kan later onafhankelijk worden vastgesteld wat zich precies heeft voorgedaan en waar eventuele verantwoordelijkheid ligt.
Voorzorgsbeginsel als uitgangspunt
De organisatie onderschrijft het voorzorgsbeginsel en het internationaal erkende uitgangspunt dat degene die aantoonbaar verantwoordelijk is voor milieuverontreiniging ook verantwoordelijkheid behoort te dragen voor herstel en schade.
Dat uitgangspunt betekent volgens VHP Nederland echter niet dat voorafgaand aan het onderzoek al een schuldige moet worden aangewezen.
Eerst moeten de feiten worden vastgesteld. Vervolgens moet op basis van betrouwbaar bewijs worden bepaald waar verantwoordelijkheid ligt.
Tussentijdse rapportage aan DNA en samenleving
VHP Nederland ondersteunt daarom de oproep om op korte termijn een tussentijdse rapportage aan De Nationale Assemblée en de samenleving te presenteren.
De bevolking heeft volgens de organisatie recht op actuele en feitelijke informatie over de stand van het onderzoek, de mogelijke gezondheidsrisico’s en de maatregelen die de overheid inmiddels heeft getroffen.
Vooral de getroffen gemeenschappen moeten weten waar zij aan toe zijn. Onduidelijkheid over de veiligheid van water en voedsel kan immers niet onbeperkt voortduren.
Milieukwestie moet boven partijpolitiek staan
VHP Nederland stelt dat de kwestie rond de Saramaccarivier boven partijpolitieke tegenstellingen moet worden geplaatst.
Het gaat volgens de organisatie uiteindelijk om de bescherming van mensen, hun leefomgeving en natuurlijke hulpbronnen. Die verantwoordelijkheid strekt zich bovendien uit tot toekomstige generaties.
De massale vissterfte moet daarom niet alleen worden benaderd als een incident dat moet worden opgelost. De situatie kan ook aanleiding zijn om het milieutoezicht, de monitoring van mijnbouwactiviteiten en de bescherming van kwetsbare gemeenschappen structureel te verbeteren.
Transparantie en daadkracht noodzakelijk
VHP Nederland zegt de verdere ontwikkelingen nauwlettend te zullen blijven volgen en roept alle betrokken instanties op tot transparantie, zorgvuldigheid en voortvarend handelen.
Volgens de organisatie moeten twee zaken tegelijkertijd worden bewaakt: enerzijds mag niemand zonder voldoende bewijs verantwoordelijk worden gesteld, maar anderzijds mag het ontbreken van een definitieve schuldvaststelling geen reden zijn om noodzakelijke voorzorgs- en beschermingsmaatregelen uit te stellen.
De bevolking heeft recht op duidelijkheid. De getroffen gemeenschappen hebben recht op bescherming. En wanneer uiteindelijk verantwoordelijkheid wordt vastgesteld, moet daar ook daadwerkelijk gevolg aan worden gegeven.






