De Surinaamse offshore-oliesector komt steeds dichter bij de eerste olieproductie. Volgens local-contentdeskundige Anne-Rita Wijdh moeten Surinaamse bedrijven, professionals en werknemers zich echter nu al voorbereiden om daadwerkelijk te kunnen profiteren van de economische kansen die de sector biedt.
In een bericht op LinkedIn benadrukte Wijdh dat de ontwikkeling van het GranMorgu-project in Block 58 niet langer slechts een toekomstperspectief is.
De voorbereidingen zijn inmiddels zichtbaar en internationale bedrijven zijn volop bezig met het opzetten van activiteiten, het aangaan van samenwerkingen en het mobiliseren van materieel.
GranMorgu wordt werkelijkheid
GranMorgu, dat wordt ontwikkeld door TotalEnergies, geldt als het eerste offshore olieproject van Suriname. Het project omvat de Sapakara- en Krabdagu-ontdekkingen in Block 58 en mikt op de productie van de eerste olie in 2028.
TotalEnergies heeft een belang van 40 procent in het project. Ook APA Corporation bezit 40 procent, terwijl Staatsolie een belang van 20 procent heeft.
Volgens Wijdh moeten Surinamers de ontwikkelingen binnen de offshoresector nauwlettend volgen. Wie wil profiteren van de mogelijkheden, kan volgens haar niet afwachten totdat de overheid, een oliemaatschappij of een andere betrokken partij met een concrete kans komt.
“GranMorgu is geen belofte meer. Het wordt werkelijkheid,” stelt Wijdh. Zij roept ondernemers en werknemers daarom op om ontwikkelingen binnen alle offshoreblokken actief te volgen en zelf op zoek te gaan naar mogelijkheden.
Niet wachten op kansen, maar zich voorbereiden
De local-contentdeskundige wijst erop dat internationale ondernemingen zich al voorbereiden op de activiteiten die de offshore-ontwikkeling met zich meebrengt.
Bedrijven openen kantoren, zoeken lokale en internationale partners en brengen apparatuur en andere middelen in gereedheid.
Voor Surinaamse bedrijven betekent dit volgens Wijdh dat zij hun dienstverlening, capaciteit en professionaliteit tijdig op orde moeten brengen.
Alleen het hebben van een lokaal bedrijf betekent immers niet automatisch dat men klaar is om als leverancier of dienstverlener binnen de olie- en gassector te opereren.
Ook werknemers moeten volgens haar kritisch kijken naar hun eigen inzetbaarheid.
CV en vaardigheden moeten voortdurend worden bijgewerkt
Wijdh adviseert werkzoekenden en professionals om hun curriculum vitae regelmatig te actualiseren en voortdurend te investeren in hun ontwikkeling. Een professioneel CV is volgens haar de eerste kennismaking tussen een werknemer en de sector.
Daarnaast moeten werknemers nagaan welke vaardigheden zij al bezitten en waar nog tekorten bestaan. Die zogenoemde skills gaps moeten vervolgens actief worden aangepakt door aanvullende opleidingen en trainingen te volgen.
Volgens Wijdh zijn daarvoor tegenwoordig tal van mogelijkheden beschikbaar via online leerplatforms. Hierdoor kunnen werknemers ook buiten traditionele onderwijsinstellingen hun kennis en vaardigheden blijven ontwikkelen.
Local content vraagt om actieve voorbereiding
De ontwikkeling van de offshore-industrie biedt Suriname mogelijkheden voor werkgelegenheid, ondernemerschap, dienstverlening en kennisontwikkeling. Die kansen komen echter niet vanzelf bij Surinaamse bedrijven en werknemers terecht.
De boodschap van Wijdh is daarom vooral dat lokale participatie begint met voorbereiding. Ondernemers moeten weten welke ontwikkelingen eraan komen, welke diensten nodig zullen zijn en aan welke kwaliteitseisen zij moeten voldoen. Werknemers moeten op hun beurt beschikken over de kennis, vaardigheden en professionele presentatie die de sector vraagt.
Daarbij is het volgens haar belangrijk om niet uitsluitend te kijken naar de kansen die vandaag zichtbaar zijn. De ontwikkelingen binnen de verschillende offshoreblokken kunnen nieuwe mogelijkheden creëren voor uiteenlopende sectoren en beroepsgroepen.
Projectactiviteiten nemen verder toe
De voorbereidingen voor GranMorgu zijn inmiddels verder gevorderd. TechnipFMC maakte op 4 augustus bekend dat de eerste boorapparatuur voor het project was vertrokken.
Ook zijn onderdelen geïnstalleerd die nodig zijn om de subsea-infrastructuur te verbinden met het drijvende productie-, opslag- en overslagschip, de zogenoemde FPSO.
Deze ontwikkelingen laten zien dat de offshore-industrie geleidelijk overgaat van de voorbereidingsfase naar daadwerkelijke uitvoering.
Voor Suriname betekent dit dat de tijd om zich voor te bereiden steeds korter wordt. De vraag is volgens de oproep van Wijdh dan ook niet langer of er kansen zullen ontstaan, maar vooral wie er klaar zal zijn om ze te benutten.
Lokale kansen moeten worden omgezet in lokale waarde
De komst van de offshore-oliesector biedt Suriname een belangrijke mogelijkheid om de lokale economie structureel te versterken. Daarvoor is het noodzakelijk dat lokale bedrijven en werknemers niet pas in beeld komen wanneer de grote contracten al zijn verdeeld.
Voor ondernemers betekent dit dat zij nu moeten investeren in kwaliteit, certificering, netwerkvorming en kennis van de sector.
Voor werknemers betekent het dat opleiding en bijscholing geen eenmalige activiteit kunnen zijn, maar onderdeel moeten worden van een voortdurende professionele ontwikkeling.
De ontwikkeling van GranMorgu maakt daarmee niet alleen duidelijk dat Suriname een nieuwe economische fase tegemoetgaat, maar ook dat voorbereiding bepalend kan zijn voor de vraag hoeveel van de toekomstige oliewaarde daadwerkelijk in de Surinaamse economie terechtkomt.






