Suriname-analist R. Pinas blijft bij zijn zeer scherpe beoordeling van het kennisniveau van onderwijsgevenden in Suriname.
In gesprek met GFC Nieuws stelt Pinas dat de felle reacties op zijn kritiek volgens hem juist aangeven waar de schoen wringt in de Surinaamse samenleving.
Onvoldoende bereidheid tot zelfreflectie
Volgens hem is er onvoldoende bereidheid tot zelfreflectie.
Zodra iemand kritisch kijkt naar de kwaliteit van het onderwijspersoneel en stelt dat het niveau aanzienlijk omhoog moet, wordt dat volgens de onafhankelijke waarnemer niet gezien als een oproep tot verbetering, maar als een persoonlijke aanval.
“Waarom mag ik niet aangeven dat het niveau naar een veel hoger punt moet worden gebracht? Waarom wordt dat onmiddellijk als een aanval gezien? Moet ik dan mijn mond dichthouden? Dat is precies de mentaliteit die ons niet vooruit brengt.”
De observator legt uit dat hij niet beweert dat iedere leerkracht ondermaats functioneert.
Zijn kritiek richt zich volgens hem op wat hij omschrijft als de overgrote meerderheid van het onderwijspersoneel. Naar zijn mening is het algemene kennisniveau bij een groot deel veel te laag.
Een leerling verdient meer dan minimale kwaliteit
Volgens Pinas zou juist binnen het onderwijs voortdurend ruimte moeten zijn voor zelfonderzoek.
Een onderwijsgevende draagt volgens hem een enorme verantwoordelijkheid omdat die dagelijks bezig is kinderen en jongeren voor te bereiden op een steeds complexere wereld.
“Een goede onderwijsgevende moet zichzelf voortdurend ontwikkelen. Nieuwe kennis opdoen, kritisch kunnen nadenken, taalvaardig zijn, informatie kunnen beoordelen en moderne onderwijsmethoden begrijpen. En vooral bereid zijn te erkennen dat ook hij of zij nog veel kan leren.”
Wie kritiek op kwaliteit niet verdraagt maakt verbetering onmogelijk
Daar ligt volgens de ervaren analist een belangrijk probleem. Kritiek op vakkennis, algemene ontwikkeling, taalbeheersing, didactische vaardigheden en professionele ontwikkeling wordt volgens hem te snel persoonlijk opgevat.
Hij vindt dat een dergelijke houding juist verbetering in de weg staat.
“Het probleem wordt nog groter wanneer middelmatigheid wordt verdedigd als solidariteit. Wanneer kritiek op kwaliteit wordt opgevat als kritiek op de persoon en collega’s elkaar beschermen in plaats van elkaar professioneel scherp te houden. Dat brengt een onderwijsstelsel nooit vooruit.”
Pinas stelt dat Suriname juist moet durven erkennen waar tekortkomingen liggen. Volgens hem is het niet afbreken van onderwijsgevenden het doel, maar het verhogen van het niveau.
“Een leerling heeft niets aan een samenleving die bang is om haar onderwijsgevenden kritisch te beoordelen. Kinderen verdienen onderwijs van het allerhoogste niveau dat wij kunnen realiseren.”
Pinas zegt daarom niet van plan te zijn zijn kritiek in te slikken omdat sommige onderwijsgevenden zich erdoor aangevallen voelen.
“Als wij werkelijk begaan zijn met de toekomst van Suriname, moeten wij durven zeggen wat gezegd moet worden.
Niet om onderwijsgevenden af te breken, maar om het niveau op te bouwen. Wie zelfs dát niet kan verdragen, is naar mijn mening onderdeel van het probleem.”






