Bankgerelateerde vraagstukken rond de Surinaamse Postspaarbank (SPSB) stonden centraal tijdens een tweedelige vergadering van de parlementaire Commissie belast met het horen van politieke ambtsdragers en gewezen politieke ambtsdragers op 15 mei.
De bijeenkomst vond plaats in het kader van een verzoek van de Procureur-Generaal om drie voormalige ministers in staat van beschuldiging te stellen.
De commissie buigt zich daarmee over een juridisch en politiek gevoelige procedure die direct raakt aan de verantwoordelijkheid van voormalige bewindslieden en de rol van het Openbaar Ministerie.
Toelichting door SPSB-top en juridische procedure
Tijdens het eerste deel van de vergadering gaf Allard Colli samen met deskundigen van de Surinaamse Postspaarbank een toelichting aan de commissie.
Daarbij werd ingegaan op de interne procedures en administratieve stappen die relevant zijn voor de beoordeling van de aangeleverde informatie.
De commissie stelde aanvullende vragen om meer duidelijkheid te krijgen over de gevolgde processen binnen de bank en de institutionele context van de SPSB-dossiers.
Standpunt Openbaar Ministerie: informatie reeds volledig verstrekt
In het tweede deel van de vergadering werd een reactiebrief van de Procureur-Generaal besproken. Garcia Paragsingh gaf daarin aan dat het Openbaar Ministerie alle noodzakelijke informatie reeds heeft verstrekt aan De Nationale Assemblée.
Volgens de Procureur-Generaal gaat het om drie vorderingen tot in staat van beschuldigingstelling, ingediend op 9 maart 2026 op basis van artikel 140 van de Grondwet en de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers.
Zij stelt dat het OM desgewenst schriftelijk kan reageren op aanvullende vragen, maar dat de reeds ingediende stukken de volledige basis vormen voor de beoordeling door het parlement.
Drie voormalige bewindslieden in beeld
De vorderingen hebben betrekking op drie voormalige ministers: Riad Nurmohamed, Bronto Somohardjo en Gillmore Hoefdraad.
In het geval van Nurmohamed gaat het onder meer om het Pan American Real Estate-project. De zaak tegen Somohardjo is mede gebaseerd op bevindingen uit een CLAD-rapport. Hoefdraad, die momenteel voortvluchtig is, wordt in verband gebracht met de SPSB-kwestie en wordt opnieuw onderwerp van een vordering tot vervolging.
Parlementaire deadline nadert
De commissie staat onder tijdsdruk, aangezien het parlement vóór 9 juni 2026 een besluit moet nemen over de ingediende vorderingen.
De behandeling van deze dossiers wordt daarmee een cruciaal moment in het proces rond mogelijke vervolging van voormalige politieke ambtsdragers.







