De hervorming van het Surinaamse belastingstelsel krijgt verder vorm.
De Commissie van Rapporteurs die belast is met de behandeling van de ontwerp-Algemene Wet Belastingen heeft inmiddels twee inhoudelijke besprekingen gevoerd. De commissie staat onder voorzitterschap van Rabindre Parmessar.
De voorgestelde wet moet zorgen voor meer uniformiteit in de formele regels die van toepassing zijn op de verschillende belastingwetten en moet daarmee bijdragen aan een overzichtelijker en consistenter belastingstelsel.
Belastingregels bundelen en uniformeren
Tijdens de eerste bespreking in De Nationale Assemblée, overlegde de commissie met directeur Marita Lautan-Wijnerman van de Belastingdienst Suriname en haar staf.
Aan de hand van een presentatie werd de commissie geïnformeerd over de inhoud en belangrijkste wijzigingen die met de Algemene Wet Belastingen worden voorgesteld.
Daarbij kwamen onder meer de algemene bepalingen, uniforme begripsomschrijvingen, het opleggen van belastingaanslagen en het fiscale identificatienummer aan de orde.
Een belangrijk uitgangspunt van de ontwerpwet is het zoveel mogelijk bundelen en uniformeren van formele belastingregels die momenteel verspreid zijn opgenomen in verschillende belastingwetten.
Meer duidelijkheid voor belastingplichtigen
De voorgestelde wet moet er volgens de toelichting toe leiden dat begrippen en procedures binnen het belastingstelsel zoveel mogelijk op dezelfde wijze worden toegepast.
De commissie stelde daarbij nadrukkelijk vragen over de positie van belastingplichtigen. Onder meer de rechten en verplichtingen van burgers en ondernemingen kwamen aan de orde, evenals de mogelijkheden om belastingen terug te vragen en de praktische gevolgen van de nieuwe regelgeving.
Daarmee staat niet alleen de positie van de Belastingdienst centraal, maar ook de rechtszekerheid van belastingplichtigen.
KKF vraagt aandacht voor informele economie
Tijdens een tweede bespreking sprak de commissie met Widjendra Baboelal, jurist bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken (KKF).
Een belangrijk onderwerp daarbij was de omvang van de informele sector in Suriname. De aanwezigheid van grote aantallen niet-geregistreerde ondernemingen heeft volgens de bespreking gevolgen voor bedrijven die wel formeel geregistreerd zijn en aan hun belastingverplichtingen voldoen.
De commissie en de KKF bespraken daarom ook de vraag hoe ondernemingen die buiten het formele systeem opereren kunnen worden gestimuleerd om zich te registreren.
Kritiek en voorstellen vanuit bedrijfsleven
De KKF bracht daarnaast verschillende inhoudelijke aandachtspunten met betrekking tot het ontwerp naar voren. Zo werd onder meer gesproken over de termijn van één jaar voor de betaling van een belastingaanslag en de mogelijkheden voor het indienen van bezwaarschriften.
Ook werden artikelsgewijs voorstellen gedaan. Daarbij werd onder meer aandacht gevraagd voor een duidelijke afbakening van de bevoegdheden van de Belastingdienst bij digitale audits.
Een ander aandachtspunt betreft de hoogte van boetes. Volgens de besproken voorstellen zou moeten worden bekeken of boetebedragen voldoende rekening houden met de omvang van ondernemingen.
Een vaste boete kan voor een kleine onderneming immers een aanzienlijk zwaardere financiële impact hebben dan voor een grote onderneming.
Digitale audits en gegevensuitwisseling
Ook de toegang tot bedrijfsgegevens kwam ter sprake. De commissie wilde onder meer weten in hoeverre de Belastingdienst inzage kan krijgen in gegevens die bij de KKF zijn geregistreerd.
Dit vraagstuk wordt steeds belangrijker nu de overheid verder inzet op digitalisering van de administratie en digitale belastingcontroles.
Tegelijkertijd moeten daarbij duidelijke wettelijke grenzen worden gesteld aan de bevoegdheden van de fiscus en de bescherming van bedrijfs- en persoonsgegevens.
De KKF heeft toegezegd haar overige opmerkingen en voorstellen schriftelijk aan de commissie te zullen voorleggen.
Fiscaal identificatienummer opnieuw tegen het licht
Ook het fiscale identificatienummer kreeg tijdens de gesprekken bijzondere aandacht. De commissie besprak onder meer de vraag of dit nummer beter kan worden afgestemd op andere relevante wetgeving.
Daarnaast werd de mogelijkheid besproken om op termijn te werken met een burgerservicenummer in plaats van een afzonderlijk fiscaal identificatienummer. De commissie wilde weten of hierover reeds overleg met de regering heeft plaatsgevonden.
Een dergelijke koppeling kan de overheidsadministratie vereenvoudigen, maar vereist tegelijkertijd duidelijke regels over gegevensbescherming, toegang tot informatie en het gebruik van persoonsgegevens.
Balans tussen efficiënte belastinginning en bescherming
De behandeling van de Algemene Wet Belastingen raakt daarmee aan een bredere vraag binnen de belastinghervorming: hoe kan de overheid de belastinginning efficiënter maken zonder de rechtsbescherming van belastingplichtigen uit het oog te verliezen?
De commissie heeft daarom ook aandacht gevraagd voor de positie van burgers en ondernemingen tegenover de Belastingdienst.
Naast effectieve handhaving zijn duidelijke procedures, bezwaar- en beroepsmogelijkheden en transparante bevoegdheden van de fiscus essentieel voor vertrouwen in het belastingstelsel.
Informele sector blijft grote uitdaging
De aanpak van de informele economie vormt eveneens een belangrijk onderdeel van de discussie. De commissie wil weten welke instrumenten de nieuwe wet biedt om niet-geregistreerde bedrijven richting formalisering te bewegen.
Daarbij gaat het niet alleen om het innen van belastingen. Formalisering kan ondernemers ook toegang geven tot financiële diensten, overheidsprogramma’s, zakelijke contracten en andere voorzieningen die voor geregistreerde ondernemingen beschikbaar zijn.
Een effectieve belastinghervorming zal daarom een evenwicht moeten vinden tussen handhaving enerzijds en het aantrekkelijker maken van formalisering anderzijds.
Hervorming moet leiden tot modern en rechtvaardig belastingstelsel
Met de behandeling van de Algemene Wet Belastingen zet De Nationale Assemblée een belangrijke stap in de verdere hervorming van het fiscale systeem.
De bundeling en uniformering van regels kan bijdragen aan meer duidelijkheid, maar de uiteindelijke kwaliteit van de wet zal sterk afhangen van de manier waarop deze in de praktijk wordt uitgevoerd.
De komende behandeling zal daarom niet alleen moeten kijken naar technische belastingregels, maar ook naar rechtsbescherming, digitalisering, gegevensuitwisseling, de positie van kleine ondernemingen en de integratie van de informele sector in de formele economie.






