Het Ministerie van Jeugd, Ontwikkeling en Sport (JOS) werkt aan de voorbereiding van een nieuwe Sportwet. Minister Lalinie Gopal maakte dit bekend voorafgaand aan de wekelijkse vergadering van de Raad van Ministers.
Met de wet wil het ministerie onder meer een structurele financieringsbasis voor de sport creëren en de bijdrage van het bedrijfsleven aan sportontwikkeling versterken.
Speciale sportpot voor ontwikkeling
Volgens Gopal wordt bij de voorbereiding van de Sportwet samengewerkt met het bedrijfsleven. Het voornemen is om bedrijven na de inwerkingtreding van de wet te verplichten een financiële bijdrage te leveren aan een speciale sportpot.
De middelen moeten worden ingezet voor de verdere ontwikkeling van de sport in Suriname. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op het stimuleren van een gezonde levensstijl, maar ook op het creëren van meer kansen voor jongeren om zich sportief te ontwikkelen en Suriname te vertegenwoordigen op internationale podia.
Een structurele financiering moet volgens het ministerie voorkomen dat sportontwikkeling uitsluitend afhankelijk blijft van incidentele subsidies, donaties en overheidsbijdragen.
Zwemmen krijgt bijzondere aandacht tijdens vakantie
Het ministerie heeft tijdens de grote vakantie verschillende activiteiten georganiseerd om jongeren een zinvolle vrijetijdsbesteding te bieden. Voor verschillende leeftijds- en doelgroepen staan activiteiten op het programma.
Gopal noemt met name zwemactiviteiten belangrijk. Volgens haar is zwemvaardigheid van grote waarde en behoort zwemmen tot de basisvaardigheden die jongeren zouden moeten ontwikkelen.
Met de vakantieactiviteiten wil JOS jongeren stimuleren om actief bezig te zijn en tegelijkertijd hun talenten en vaardigheden verder te ontwikkelen.
Sportbonden krijgen uitleg over subsidies
Ook de ondersteuning van sportbonden krijgt aandacht. Tijdens een speciale informatiesessie heeft minister Gopal sportbonden geïnformeerd over de wijze waarop zij in aanmerking kunnen komen voor overheidssubsidies.
Daarbij vraagt het ministerie nadrukkelijk aandacht voor inclusie. Sportbonden worden gestimuleerd om jongeren uit de districten meer te betrekken bij hun wervings- en ontwikkelingsbeleid. Ook gendergelijkheid binnen de sport moet volgens JOS nadrukkelijker worden meegenomen.
Het ministerie wil hiermee bereiken dat sportmogelijkheden niet uitsluitend geconcentreerd blijven in Paramaribo, maar ook jongeren buiten de hoofdstad daadwerkelijk bereiken.
JOS keert terug naar Sosis-terrein
Op organisatorisch gebied heeft het ministerie eveneens plannen voor verandering. Het bestaande pand op het Sosis-terrein zal verder worden afgebouwd, waarna JOS daar zijn intrek moet nemen.
Volgens minister Gopal zal een centraal hoofdkantoor de coördinatie van de werkzaamheden verbeteren. Momenteel zijn medewerkers verspreid over verschillende panden, wat de onderlinge afstemming en bedrijfsvoering kan bemoeilijken.
De bewindsvrouw spreekt haar tevredenheid uit over de voorgenomen terugkeer naar één centrale locatie.
Renovatie zwembad Nieuw Nickerie wordt voortgezet
Ook in Nickerie wordt verder gewerkt aan de sportinfrastructuur. De renovatie van het zwembad in Nieuw Nickerie wordt voortgezet met ondersteuning van een grant van de Republiek India.
Het project wordt gezamenlijk opgepakt door het Ministerie van Jeugd, Ontwikkeling en Sport en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Internationale Samenwerking, in samenwerking met de Ambassade van India in Suriname.
De renovatie moet bijdragen aan betere sport- en zwemfaciliteiten voor de bevolking van Nickerie en omgeving.
Van incidentele steun naar structurele sportontwikkeling
Met de aangekondigde Sportwet, de aandacht voor sportsubsidies, de ontwikkeling van sportinfrastructuur en de activiteiten voor jongeren lijkt JOS te willen toewerken naar een meer structurele aanpak van sportontwikkeling.
Vooral de voorgenomen sportpot kan daarbij een belangrijke verandering betekenen. Tegelijkertijd zal bij de verdere uitwerking van de wet duidelijk moeten worden welke bedrijven onder de regeling vallen, hoe hoog de bijdragen worden vastgesteld, hoe de middelen worden beheerd en op welke wijze transparantie en verantwoording worden gegarandeerd.






