Een groep bezorgde burgers plaatst vraagtekens bij de recente investeringen van de regering in drones en Safe City-camera’s ter bestrijding van geweld en verkeerschaos.
Veiligheid is zonder meer belangrijk, zo stellen zij, maar de gemaakte keuzes roepen fundamentele vragen op over prioriteiten, wetgeving en privacy.
De vraag raakt volgens hen aan een bredere maatschappelijke discussie: wat verstaat de overheid onder veiligheid?
Wettelijke basis onduidelijk
Naast de financiële prioriteiten stellen de burgers een cruciale rechtsstatelijke vraag: op basis van welke wet worden deze drones ingezet?
Tot op heden is volgens hen onduidelijk:
welke wettelijke grondslag bestaat voor het gebruik van drones in de openbare ruimte;
wie toezicht houdt op het gebruik van camerabeelden;
hoe wordt omgegaan met nummerplaatherkenning en mogelijke gezichtsherkenning;
welke waarborgen er zijn tegen misbruik en willekeur.
“Zonder duidelijke wetgeving en onafhankelijk toezicht,” waarschuwen zij, “verandert veiligheid ongemerkt in surveillance.”
Privacy onder druk
De burgers wijzen erop dat cameratoezicht en dataverzameling diep kunnen ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer.
“Privacy verdwijnt niet met één besluit,” stellen zij, “maar geruisloos, stap voor stap, wanneer technologie sneller wordt ingevoerd dan wetgeving en controle.”
Zij benadrukken dat burgers recht hebben op transparantie: wat wordt vastgelegd, hoe lang worden gegevens bewaard en wie heeft toegang?
Veiligheid begint bij mensen
Tot slot benadrukken de burgers dat een samenleving niet veiliger wordt door camera’s alleen.
“Echte veiligheid ontstaat wanneer mensen centraal staan,” luidt hun boodschap. “Wanneer ouderen waardig kunnen leven, wanneer zorgverleners en leerkrachten zich gesteund voelen, en wanneer burgers erop kunnen vertrouwen dat hun rechten worden beschermd.”
Zonder die basis, zo stellen zij, blijft technologische veiligheid leeg en kwetsbaar.







