Het blijft een van de meest pijnlijke tegenstrijdigheden binnen het Surinaamse overheidsbeleid: terwijl grote delen van Paramaribo, Wanica en landbouwgebieden bij elke stevige regenbui onder water lopen, blijken negentien grote waterpompen jarenlang ongebruikt in opslag te hebben gestaan.
Tegelijkertijd zag Suriname zich recent genoodzaakt om twee pompen te lenen van Guyana. Dat roept een fundamentele vraag op: hoe kan een land miljoenen lenen voor waterbeheersing, maar vervolgens niet in staat zijn de aangekochte voorzieningen daadwerkelijk operationeel te maken?
Een lening van miljoenen dollars zonder resultaat
In 2018 werden in het kader van de India-creditline negentien grote waterpompen aangeschaft via een lening van maar liefst US$ 12,6 miljoen. Het doel was duidelijk: de structurele wateroverlast in de kustvlakte aanpakken en de afwatering verbeteren.
Suriname kampt immers al jaren met ernstige problemen rond ontwatering, verstopte trenzen, gebrekkige sluizen en onvoldoende pompcapaciteit.
Maar in plaats van snel geplaatst en ingezet te worden, verdwenen de pompen jarenlang in een loods. Alsof dat niet schrijnend genoeg is, liep de opslaghuur volgens informatie zelfs op tot ongeveer zes miljoen euro.
Dat betekent dat de samenleving niet alleen opdraaide voor de aankoop van de pompen, maar ook jarenlang betaalde voor het simpelweg bewaren ervan.
Hoe kan dit gebeuren?
De situatie legt een dieper probleem bloot binnen het bestuursapparaat van Suriname: een chronisch gebrek aan planning, uitvoering en verantwoordelijkheid.
Want pompen kopen is één ding. Maar infrastructuurprojecten vereisen voorbereiding, locaties, technische integratie, onderhoudsplannen, aanbestedingen en coördinatie tussen verschillende instanties.
Blijkbaar ontbrak het aan die noodzakelijke voorbereiding. Of erger nog: de urgentie werd politiek uitgesproken, maar bestuurlijk nooit serieus vertaald naar concrete uitvoering.
Terwijl burgers hun huizen zagen onderlopen en boeren hun oogsten verloren, bleven miljoeneninvesteringen stof verzamelen in een magazijn.
Ondertussen leent Suriname van Guyana
Dat Suriname uiteindelijk pompen moest lenen van Guyana maakt de situatie extra confronterend. Het gaat niet eens meer alleen om inefficiëntie, maar ook om geloofwaardigheid.
Hoe leg je aan burgers uit dat er miljoenen zijn uitgegeven aan apparatuur die ongebruikt bleef, terwijl een buurland moet bijspringen tijdens wateroverlast?
Guyana, dat zelf volop investeert in infrastructuur en waterbeheer, kon blijkbaar sneller schakelen dan Suriname met eigen middelen heeft gedaan. Dat contrast maakt duidelijk hoe belangrijk bestuurlijke daadkracht is. Middelen alleen lossen geen problemen op. Uitvoering wel.
Wateroverlast is geen nieuw probleem
Niemand kan zeggen dat de waterproblematiek onverwacht kwam. Suriname weet al decennialang dat grote delen van de kustvlakte kwetsbaar zijn voor hevige regenval, stijgende zeespiegels en gebrekkige afwatering. Deskundigen waarschuwen daar al jaren voor.
Juist daarom is het moeilijk te begrijpen dat cruciale infrastructuurprojecten zo lang blijven steken in opslag, bureaucratie of politieke besluiteloosheid.
Want iedere regentijd opnieuw worden burgers geconfronteerd met dezelfde problemen: overstroomde straten, beschadigde woningen, verlies van landbouwproductie en verhoogde gezondheidsrisico’s.
De rekening komt steeds bij de samenleving terecht
Het meest wrange is misschien wel dat de rekening uiteindelijk steeds bij de samenleving belandt. Burgers betalen via belastingen, leningen en inflatie voor projecten die hun doel niet bereiken. Tegelijkertijd worden zij geconfronteerd met de directe gevolgen van falend beleid.
De vraag die daarom gesteld moet worden is niet alleen waarom de pompen acht jaar ongebruikt bleven, maar ook wie daarvoor verantwoordelijkheid draagt. Want zonder transparantie, evaluatie en consequenties dreigt Suriname dezelfde fouten te blijven herhalen.
Tijd voor structureel bestuur
Deze kwestie laat opnieuw zien dat Suriname niet alleen behoefte heeft aan investeringen, maar vooral aan degelijk bestuur.
Infrastructuur draait niet om persmomenten of aankondigingen, maar om systemen die daadwerkelijk functioneren wanneer de bevolking ze nodig heeft.
Waterbeheer is geen luxeproject. Het raakt volksgezondheid, voedselzekerheid, economie en veiligheid. Een land dat miljoenen investeert in waterpompen, maar vervolgens pompen moet lenen van een buurland, moet zichzelf ernstig afvragen waar het structureel misgaat.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








