De verkoop van bereid eten en drinken lijkt in Suriname steeds verder toe te nemen. Langs wegen, bij winkels, op drukke locaties en vanuit particuliere woningen worden maaltijden, snacks, salades, roti’s en andere voedingsproducten aangeboden.
Voor veel Surinamers is het verkopen van voedsel een manier om een inkomen te verdienen. In een tijd waarin steeds meer mensen proberen zelf in hun levensonderhoud te voorzien, is het begrijpelijk dat burgers zoeken naar mogelijkheden om geld te verdienen. Het ondernemerschap en het zogenoemde ‘hosselen’ zijn dan ook niet het probleem.
De vraag is echter of de groei van deze voedselverkoop voldoende wordt gevolgd door registratie, vergunningverlening, keuring en toezicht.
Thuiskeukens worden verkooppunten
Een ontwikkeling die eveneens aandacht verdient, is de verkoop van voedsel vanuit woningen. Via sociale media en mond-tot-mondreclame worden maaltijden besteld, waarna klanten deze thuis ophalen of de producten laten bezorgen.
In sommige gevallen functioneert een particuliere woning daarmee feitelijk als een kleine voedselonderneming. De keuken waarin het eten wordt bereid, wordt de productielocatie en de woning het verkooppunt.
Daarbij rijst de vraag of deze locaties bij de bevoegde instanties bekend zijn en of wordt gecontroleerd of zij voldoen aan de geldende voorschriften voor voedselveiligheid en hygiëne.
Beschikt iedere voedselverkoper over de vereiste vergunningen?
Niet iedere persoon die eten verkoopt, blijkt over de benodigde vergunningen of registratie te beschikken. Dat geldt niet alleen voor straatverkopers, maar kan ook betrekking hebben op personen die vanuit huis maaltijden bereiden en verkopen.
Wanneer iemand structureel voedsel bereidt met het doel dit commercieel aan derden te verkopen, is het van belang dat duidelijk is aan welke wettelijke en gezondheidsvoorschriften deze persoon moet voldoen.
Een consument kan immers niet zelf beoordelen of een keuken hygiënisch genoeg is, of voedsel op de juiste temperatuur wordt bewaard en of degene die het voedsel bereidt aan de daarvoor geldende gezondheidseisen voldoet.
Medische en hygiënische controle is geen overbodige formaliteit
Bij voedselbereiding speelt niet alleen de staat van de keuken een rol. Ook de persoonlijke hygiëne en gezondheid van personen die beroepsmatig met voedsel omgaan, zijn van belang.
Het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg, het BOG, heeft binnen de volksgezondheid een belangrijke taak op het gebied van hygiëne en voedselveiligheid.
Waar medische keuringen of andere gezondheidsvereisten voor voedselbereiders van toepassing zijn, behoren deze voorwaarden niet vrijblijvend te zijn.
Het gaat daarbij niet om het pesten van kleine ondernemers met regels, maar om een fundamentele vraag: weet de consument wie zijn voedsel heeft bereid en onder welke omstandigheden dat is gebeurd?
Wat gebeurt er bij een voedselincident?
Het belang van registratie en controle wordt vooral zichtbaar wanneer zich een calamiteit voordoet.
Stel dat verschillende mensen na het eten van een bepaald gerecht ziek worden. De autoriteiten moeten dan zo snel mogelijk kunnen achterhalen waar het voedsel vandaan kwam, wie het heeft bereid en waar het is verkocht.
Bij een geregistreerde onderneming is die informatie in principe gemakkelijker te achterhalen. Bij iemand die zonder registratie vanuit een woning voedsel verkoopt, kan dat aanzienlijk moeilijker zijn.
Juist daarom is traceerbaarheid een belangrijk onderdeel van voedselveiligheid.
De consument heeft recht op bescherming
Een consument die SRD’s betaalt voor een maaltijd, mag verwachten dat deze onder verantwoorde omstandigheden is bereid. Dat geldt voor een restaurant, maar evenzeer voor een eetkraam langs de weg of een maaltijd die vanuit een woning wordt verkocht.
Het feit dat iemand vanuit huis werkt of met een kleine mobiele verkoopstand begint, betekent niet dat voedselveiligheid minder belangrijk wordt.
Kleine ondernemers verdienen ondersteuning, maar consumenten verdienen tegelijkertijd bescherming.
Niet alleen handhaven, ook begeleiden
Een harde aanpak waarbij alle kleine voedselverkopers onmiddellijk worden aangepakt, is waarschijnlijk niet de meest effectieve oplossing. Veel van deze ondernemers proberen op een eerlijke manier inkomen te verdienen.
De overheid zou daarom naast controle ook moeten inzetten op voorlichting en begeleiding. Kleine voedselondernemers moeten weten welke vergunningen nodig zijn, waar zij zich moeten registreren, aan welke hygiënevoorwaarden zij moeten voldoen en welke gezondheidscontroles van toepassing zijn.
Een laagdrempelig traject naar legalisatie kan daarbij helpen.
Gelijke regels voor iedereen
Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat ondernemers die wel investeren in vergunningen, keuringen, hygiëne en registratie worden benadeeld door concurrenten die zonder deze verplichtingen werken.
Wie zich aan de regels houdt, maakt kosten. Als anderen zonder vergunning of controle dezelfde markt betreden, ontstaat niet alleen een risico voor de volksgezondheid, maar ook een ongelijk speelveld voor bonafide ondernemers.
Daarom is toezicht niet alleen een gezondheidskwestie, maar ook een kwestie van eerlijke concurrentie.
Suriname moet weten wie voedsel verkoopt
De groei van voedselverkoop langs de weg, vanuit woningen en op andere informele locaties vraagt om een bredere aanpak.
De overheid moet inzicht hebben in hoeveel personen en kleine ondernemingen actief zijn in deze sector en onder welke omstandigheden zij voedsel bereiden en verkopen.
Registratie, vergunningverlening, hygiënecontrole en waar van toepassing medische keuringen kunnen samen bijdragen aan een veiliger voedselsysteem.
Het doel hoeft daarbij niet te zijn om het kleine ondernemerschap te ontmoedigen. Integendeel. Suriname heeft ondernemers nodig. Maar ondernemerschap mag niet betekenen dat voedselveiligheid een vrije keuze wordt.
Hosselen mag. Ondernemen mag. Vanuit huis verkopen mag waar de regels dat toestaan. Maar voedselveiligheid mag nooit worden overgeslagen.






