Oud-districtscommissaris Ricardo Bhola van Paramaribo Noord-Oost heeft, toen hij nog in functie was, een contract gesloten namens het districtscommissariaat met een bedrijf waarin hij zelf mede-eigenaar is. Dat blijkt uit documenten die recentelijk op sociale media zijn gelekt.
Het gaat om MMB Waste Management Suriname N.V., een onderneming waarvan Bhola volgens een uittreksel van 9 januari jongstleden één van de drie oprichters is.
Overeenkomst voor afvalinzameling bij vijf markten
Het betreffende contract betreft het ophalen en afvoeren van vuil bij vijf grote markten in Paramaribo: De Centrale Markt, Vreedzaammarkt, Kwakoemarkt, Haïtimarkt en Markt Zuid.
De overeenkomst werd gesloten tussen het districtscommissariaat en MMB Waste Management Suriname N.V., waarbij het bedrijf verantwoordelijk werd gesteld voor de dagelijkse afvalverwerking op deze locaties.
Opvallende timing van contract en bedrijfsregistratie
Opvallend is dat het contract werd ondertekend op 1 februari 2024, terwijl het bedrijf pas enkele maanden later, op 4 juli 2024, officieel werd ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken.
Daarnaast is het contract aangegaan voor onbepaalde tijd, wat vragen oproept over de besluitvorming en toetsing voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst.
Volgens de overeenkomst ontvangt het bedrijf een vergoeding van SRD 550 per kubieke meter afval. Vastgesteld is dat de betrokken markten gezamenlijk gemiddeld 15 kubieke meter afval per dag produceren. Dit komt neer op een dagelijks bedrag van SRD 8.250,-.
Verder is in het contract opgenomen dat dit bedrag jaarlijks per 1 januari wordt aangepast op basis van de geldende inflatie.
Kritische vragen over belangenverstrengeling en toezicht
De gelekte documenten roepen serieuze vragen op over belangenverstrengeling, transparantie en bestuurlijke zorgvuldigheid.
Het feit dat een zittende districtscommissaris een overeenkomst sluit met een bedrijf waarin hij zelf een financieel belang heeft, raakt aan fundamentele principes van goed bestuur en integriteit.
In het bijzonder rijst de vraag in hoeverre interne controlemechanismen, juridische toetsing en politiek-bestuurlijk toezicht hebben gefunctioneerd bij het aangaan van deze overeenkomst.







