Wie vanuit Nederland duizenden euro’s overmaakt om het ouderlijk huis in Suriname op te knappen, kan bij een familieconflict voor een onaangename verrassing komen te staan.
Zelfs wanneer het geld aantoonbaar is besteed aan een nieuw dak, badkamer of andere verbouwing, bestaat niet automatisch recht op terugbetaling.
Volgens het Surinaamse Burgerlijk Wetboek hangt veel af van de gemaakte afspraken, de eigendomssituatie en de vraag wie toestemming heeft gegeven voor de werkzaamheden.
Bankoverschrijving bewijst niet alles
Stel dat iemand in Nederland 15.000 euro naar een broer in Paramaribo overmaakt voor de renovatie van het familiehuis.
Jaren later ontstaat ruzie tussen de kinderen over de verkoop van de woning. De geldgever wil zijn investering terug, maar de overige familieleden stellen dat nooit een terugbetaling is afgesproken.
In zo’n situatie is een bankafschrift alleen mogelijk onvoldoende bewijs.
Het toont aan dat geld is overgemaakt, maar niet noodzakelijk dat sprake was van een lening in plaats van een schenking of vrijwillige bijdrage.
Volgens het Surinaamse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet degene die terugbetaling eist, zijn aanspraak in beginsel kunnen bewijzen.
Niet iedere broer of zus mag alleen beslissen
Het Surinaamse Burgerlijk Wetboek, dat op 1 mei 2025 in werking trad, bevat regels voor gezamenlijk eigendom.
Artikel 3:170 bepaalt dat een mede-eigenaar gewoon onderhoud of dringende werkzaamheden onder bepaalde omstandigheden zelfstandig mag uitvoeren.
Bij grote verbouwingen is doorgaans gezamenlijke besluitvorming nodig.
Volgens artikel 3:172 moeten mede-eigenaren in beginsel naar verhouding bijdragen aan uitgaven die bevoegdelijk voor het gezamenlijke bezit zijn gedaan.
Dat betekent niet dat één familielid zonder overleg een nieuwe verdieping kan laten bouwen en vervolgens automatisch geld van alle erfgenamen kan eisen.
Verbouwing betalen maakt iemand niet automatisch eigenaar
Een ander misverstand is dat iemand door een grote investering vanzelf recht krijgt op een groter aandeel in de woning.
Wie bijvoorbeeld 20.000 euro bijdraagt aan het huis van zijn moeder, wordt daarmee niet automatisch mede-eigenaar.
Zelfs zonder schriftelijke lening kan onder bepaalde omstandigheden een vergoeding mogelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer een ander ongerechtvaardigd is verrijkt.
Artikel 6:212 van het Surinaamse Burgerlijk Wetboek biedt daarvoor een mogelijke juridische basis.
Of daadwerkelijk recht op vergoeding bestaat en hoe hoog die uitvalt, moet afzonderlijk worden beoordeeld.
Afspraken vooraf kunnen problemen voorkomen
Wie vanuit Nederland geld in Surinaams familiebezit wil investeren, doet er verstandig aan eerst te controleren wie juridisch eigenaar is.
Bij MI-GLIS kan informatie over geregistreerde rechten op percelen worden opgevraagd.
Daarnaast is het verstandig schriftelijk vast te leggen wie betaalt, waarvoor het geld dient en of terugbetaling wordt verwacht.
Bankafschriften, facturen en WhatsApp-gesprekken kunnen later als bewijs dienen.
Vooral bij een woning met meerdere erfgenamen is het belangrijk dat afspraken worden gemaakt met personen die bevoegd zijn daarover te beslissen.






