Als columniste van GFC Nieuws krijg ik dagelijks WhatsApp-berichten van lezers die reageren op mijn columns. Regelmatig zitten daar berichten tussen die mij aan het denken zetten.
Eén van mijn trouwe lezers kwam onlangs met een voorstel dat op het eerste gezicht bijna absurd klinkt, maar bij nader inzien een interessante gedachteoefening oplevert.
Zijn voorstel is simpel. Draag het bestuur van Suriname gedurende vijf jaar volledig over aan Nederland en geef de Nederlanders de opdracht om het land bestuurlijk, economisch en institutioneel op orde te brengen.
Hij beweert dat Suriname na die vijf jaar een totaal ander land zou zijn. Veel welvarender, efficiënter en beter georganiseerd.
‘Kijk niet naar de koloniale periode’
De lezer haastte zich om erbij te zeggen dat niemand volgens hem de koloniale geschiedenis als argument moet gebruiken. Nederland van honderden jaren geleden is volgens hem niet te vergelijken met Nederland anno 2026.
Daar zit een punt in.
Het Nederland van vandaag beschikt over een uitzonderlijk sterke kennisinfrastructuur, hoogwaardige universiteiten, gespecialiseerde overheidsdiensten, een ontwikkelde rechtsstaat, moderne infrastructuur en een economie die internationaal zwaar meetelt.
Het land heeft in de afgelopen decennia enorme stappen gezet op het gebied van technologie, landbouw, watermanagement, logistiek, gezondheidszorg en bestuurlijke organisatie.
Nederland is bovendien een klein land dat heeft laten zien dat geografische beperkingen geen excuus hoeven te zijn voor economische ontwikkeling.
Wat als Nederland vijf jaar de leiding had?
Stel dat het mogelijk zou zijn om vijf jaar lang Nederlandse kennis, systemen en bestuurlijke discipline vrijwel rechtstreeks in Suriname toe te passen.
Dan is het niet ondenkbaar dat er grote veranderingen zouden plaatsvinden.
Denk aan digitalisering van de overheid, veel strengere controle op overheidsuitgaven, efficiëntere belastinginning, professionele ruimtelijke ordening, beter onderhoud van infrastructuur, transparantere aanbestedingen en een overheid waarin procedures minder afhankelijk zijn van persoonlijke contacten.
Ook op het gebied van landbouw, energie, waterbeheer, onderwijs en logistiek zou Nederland enorme kennis kunnen inbrengen.
Als die kennis daadwerkelijk consequent zou worden toegepast en corruptie, vriendjespolitiek en inefficiëntie drastisch zouden worden teruggedrongen, is het aannemelijk dat Suriname economisch een forse sprong zou kunnen maken.
Toch blijft het een ongemakkelijke gedachte
Mijn lezer gaat echter nog een stap verder. Volgens hem zou Suriname vandaag de dag eigenlijk onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden moeten kunnen zijn.
Niet vanuit het koloniale verleden, maar juist omdat Nederland inmiddels zoveel kennis en ervaring heeft opgebouwd.
Daar wringt het voor mij.
Een land geef je niet zomaar vijf jaar uit handen. Onafhankelijkheid, democratische zeggenschap en nationale verantwoordelijkheid zijn geen technische problemen die je tijdelijk bij een ander kunt parkeren.
Gedachte-experiment fascinerend
Maar als gedachte-experiment vind ik zijn voorstel fascinerend.
Want misschien zit achter zijn provocerende idee een ongemakkelijke waarheid. Nederland heeft laten zien wat er mogelijk is met sterke instituties, kennis, planning en bestuurlijke discipline. Suriname beschikt over enorme natuurlijke rijkdommen, talent en potentieel.
De vraag is dus misschien niet of wij Nederland vijf jaar het bestuur moeten geven.
De echte vraag is waarom wij niet veel meer van de kennis, systemen en bestuurlijke kracht van Nederland zouden kunnen overnemen terwijl Suriname zelf aan het roer blijft.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.






