De ambitie van Asis Gajadien om met een eigen kandidatenlijst deel te nemen aan de komende bestuursverkiezingen van de Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP) markeert een nieuwe fase in de strijd om de politieke toekomst van de partij.
Na het overlijden van voormalig voorzitter en oud-president Chan Santokhi staat de VHP voor de opgave om niet alleen een nieuwe leider te kiezen, maar ook te bepalen hoe zij verdergaat met de erfenis van de man die de partij jarenlang heeft geleid.
Gajadien, fractieleider in De Nationale Assemblée en ondervoorzitter van de VHP, bevestigde het afgelopen weekend tijdens het programma KAAK dat hij op voordracht en met ondersteuning van partijstructuren een eigen kandidatenlijst wil indienen.
Zijn boodschap is duidelijk: de toekomstige leiding moet haar legitimiteit ontlenen aan de partijbasis en niet uitsluitend aan een beperkte groep binnen de partijtop.
Van samenwerking met Santokhi naar een nieuwe leiderschapsfase
De kandidatuur van Gajadien krijgt extra betekenis tegen de achtergrond van zijn jarenlange samenwerking met Santokhi.
Als ondervoorzitter maakte hij deel uit van de partijleiding onder het voorzitterschap van Santokhi, die sinds 2011 aan het hoofd van de VHP stond en de partij naar een historische verkiezingsoverwinning in 2020 leidde.
Onder Santokhi groeide de VHP uit tot een brede politieke beweging, maar na de verkiezingen van 2025 en zijn overlijden op 30 maart 2026 staat de partij voor een ingrijpende periode van heroriëntatie.
Gajadien heeft publiekelijk blijk gegeven van waardering voor de bijdrage van Santokhi aan de partij en het land. Tijdens de herdenkingsdienst in mei pleitte hij ervoor om Santokhi en de voormalige VHP-leider Jagernath Lachmon postuum tot erevoorzitters te benoemen. Daarmee onderstreepte hij het belang van de historische continuïteit binnen de partij.
Tegelijkertijd betekent waardering voor een overleden partijleider niet automatisch dat de toekomstige koers ongewijzigd moet blijven.
De vraag is hoe de VHP de verworvenheden uit het verleden kan behouden en tegelijkertijd ruimte kan maken voor organisatorische hervormingen, een vernieuwde politieke visie en een leiderschapsstijl die past bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen.
Partijstructuren moeten doorslaggevende stem krijgen
Gajadien benadrukt dat zijn ambitie voortkomt uit verzoeken en gesprekken binnen de partijstructuren. Volgens hem liggen de kracht en de legitimiteit van de VHP bij haar leden, kernen en afdelingen, die gedurende tientallen jaren de fundamenten van de partij hebben gevormd.
Hij wil samen met andere partijleden een breed gedragen kandidatenlijst samenstellen voor de bestuursverkiezingen die voor mei 2027 zijn voorzien.
Daarbij stelt hij dat een kennismakingsronde binnen de partij niet nodig is, omdat hij jarenlang op verschillende niveaus actief is geweest en de organisatie goed kent.
De komende gesprekken moeten volgens hem daarom vooral gaan over de inhoudelijke koers, de toekomstvisie en de verdere versterking van de partij.
Daarmee verschuift de discussie van uitsluitend de vraag wie de nieuwe voorzitter wordt naar de vraag welk leiderschap en welke organisatie de VHP de komende jaren nodig heeft.
Vernieuwing met het oog op 2050
Gajadien vindt dat de VHP zich zowel ideologisch als organisatorisch moet vernieuwen om aansluiting te houden bij maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen.
De partij moet volgens hem verder kijken dan de eerstvolgende verkiezingen en werken aan een nationale ontwikkelingsvisie richting 2050.
Daarbij wil hij een eigentijdse ideologische grondslag, een sterkere organisatorische verankering in alle districten, wijken en gemeenschappen en een partijcultuur waarin ervaring en vernieuwing samengaan.
Integriteit, collectief leiderschap, deskundigheid, ondernemerschap, sociale rechtvaardigheid en gelijke kansen moeten belangrijke uitgangspunten vormen.
Ook jongeren moeten volgens Gajadien een actieve rol kunnen spelen, zonder dat de ervaring van oudere partijleden verloren gaat.
De uitdaging is om van de VHP een moderne, toegankelijke en toekomstgerichte politieke organisatie te maken die niet alleen tijdens verkiezingen zichtbaar is, maar ook daarbuiten contact houdt met haar leden en de samenleving.
Integriteit en corruptiebestrijding als toetssteen
Naast organisatorische vernieuwing legt Gajadien nadruk op integriteit en verantwoord bestuur. Politieke functies mogen volgens hem niet worden gebruikt voor persoonlijke verrijking of voor het bevoordelen van familieleden en politieke netwerken.
Hij pleit daarom voor duidelijke wetgeving, transparante besluitvorming, onafhankelijk toezicht en effectieve handhaving. Ook binnen politieke partijen moet ruimte bestaan voor kritische zelfevaluatie en het afleggen van verantwoording.
Een concreet voorstel is wetgeving die politieke ambtsdragers en hun familieleden in de eerste graad verbiedt om tijdens de ambtsuitoefening overheidsgronden en concessies aan te vragen of te verkrijgen.
Met zo’n regeling wil hij voorkomen dat politieke invloed wordt ingezet om staatsbezittingen of economische voordelen te verkrijgen.
Daarnaast wil hij dat alle uitgegeven domeingronden en concessies openbaar worden gemaakt, met informatie over de begunstigden, de oppervlakte, de locatie en de uitgiftevoorwaarden.
Volgens Gajadien behoren overheidsgronden en natuurlijke hulpbronnen aan de samenleving toe en moet de overheid daarover op transparante en controleerbare wijze verantwoording afleggen.
Openbaarheid moet meer zijn dan een belofte
In reactie op uitspraken van DNA-lid Bronto Somohardjo over gronduitgiften aan VHP’ers stelde Gajadien dat alle beschikbare informatie openbaar moet kunnen worden gemaakt. Eventuele onregelmatigheden moeten volgens hem op basis van feiten en zonder politieke selectiviteit worden onderzocht.
Gajadien zegt al sinds de behandeling van de Anticorruptiewet in 2017 aan te dringen op wettelijke openbaarheid van uitgegeven gronden en concessies.
Volgens hem bevat de wet wel een verplichting tot openbaarmaking, maar ontbreekt een effectieve sanctie bij niet-naleving.
Tijdens de vorige regeerperiode heeft hij naar eigen zeggen geprobeerd de transparantieverplichting via een aanpassing van het Decreet Uitgifte Domeingrond wettelijk te versterken, maar daarvoor onvoldoende medewerking gekregen.
Verder maakte hij bekend dat hij samen met DNA-lid Ebu Jones een aangepast initiatiefvoorstel voor een Wet Openbaarheid van Bestuursinformatie opnieuw heeft ingediend bij De Nationale Assemblée.
De voorgestelde wet moet de democratische rechtsstaat versterken, de controle op overheidshandelen verbeteren en burgers meer inzicht geven in het beheer van publieke middelen en staatsbezittingen.
Volgens Gajadien moet openbaarheid het uitgangspunt zijn en mag geheimhouding alleen plaatsvinden wanneer daarvoor een duidelijke wettelijke rechtvaardiging bestaat.
De erfenis van Santokhi en de keuze voor de toekomst
De komende bestuursverkiezingen zullen duidelijk maken in hoeverre de VHP haar historische continuïteit wil combineren met een nieuwe organisatorische en politieke koers.
Voor Gajadien gaat de vernieuwing niet uitsluitend om personen of bestuursfuncties, maar vooral om de inhoudelijke richting van de partij en haar bijdrage aan de ontwikkeling van Suriname.
Zijn waardering voor Santokhi en zijn pleidooi voor een grotere rol van de partijstructuren vormen daarbij twee belangrijke elementen van zijn positionering.
De uiteindelijke uitdaging is om die historische verbondenheid te vertalen naar een toekomstvisie die breed wordt gedragen en waarin ruimte is voor kritische evaluatie, collectief leiderschap en nieuwe ideeën.
Een sterke VHP vraagt volgens Gajadien om integriteit, deskundigheid, een duidelijke ontwikkelingsvisie en een organisatie waarin de partijstructuren daadwerkelijk centraal staan.
Of zijn kandidatuur voldoende steun krijgt om die koers vorm te geven, zal in de aanloop naar de bestuursverkiezingen moeten blijken.






