De rechter doet vandaag, maandag, uitspraak in twee kortgedingen over de leiding en bestuurlijke bevoegdheid binnen de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS).
De behandeling van de zaken duurde zondag ruim tweeënhalf uur, maar een schikking tussen de Raad van Commissarissen (RvC) en Wendy Jap-A-Joe bleef uit.
Centraal staat de vraag of de benoemingstermijn van Jap-A-Joe als directeur is verstreken en of de RvC bevoegd is om het bestuur van TAS waar te nemen.
Beide partijen hebben hun standpunten tijdens de rechtszitting toegelicht en verschillen daarnaast van mening over de rechtsgeldigheid van een arbeidsovereenkomst uit 2021.
RvC eist overdracht van bedrijfsmiddelen en gegevens
De RvC stelt dat de wettelijke benoemingstermijn van Jap-A-Joe is verstreken en dat de raad daarom de bestuurstaken moet kunnen uitvoeren.
Volgens advocaat Gerold Sewcharan, die namens TAS en de Staat optreedt, is Jap-A-Joe tijdig en persoonlijk schriftelijk geïnformeerd over het einde van haar benoeming.
De RvC stelt verder dat zij op 19 en 20 oktober niet heeft meegewerkt aan een ordelijke overdracht en dat leden van de raad de toegang tot het TAS-gebouw werd geweigerd.
De RvC vraagt de rechter om Jap-A-Joe te verplichten de bedrijfsmiddelen en gegevens van de organisatie onmiddellijk over te dragen.
Het gaat onder meer om inloggegevens, bankgegevens, autosleutels en andere zaken die noodzakelijk zijn voor het bestuur van TAS.
Ook wil de raad dat Jap-A-Joe en personen die haar vergezellen, zolang de juridische procedure loopt, de toegang tot het TAS-gebouw wordt ontzegd.
Volgens de RvC is rechterlijk ingrijpen noodzakelijk om de uitvoering van de bestuurstaken niet langer te belemmeren.
De raad heeft tevens gevraagd om, indien nodig, de sterke arm in te schakelen om het vonnis uit te voeren. Sewcharan drong aan op een snelle uitspraak, zodat de RvC duidelijkheid krijgt over de uitoefening van zijn bestuurstaken.
Jap-A-Joe betwist de bevoegdheid van de RvC
De advocaten van Jap-A-Joe, Iris Nazir en Chandra Algoe, stellen dat de RvC niet bevoegd is om in deze zaak namens TAS op te treden.
Zij hebben de rechter daarom gevraagd de raad niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vorderingen. Volgens de verdediging is Jap-A-Joe sinds 2015 werkzaam bij TAS en ontleent zij nog steeds rechten aan een arbeidsovereenkomst uit 2021.
In die overeenkomst zou een opzegtermijn van twaalf maanden zijn opgenomen. De advocaten bestrijden dat het contract nietig is en stellen dat het is gesloten ter uitvoering van een regeringsmissive.
Volgens hen maakt het feit dat de toenmalige president-commissaris de overeenkomst heeft ondertekend, deze niet zonder meer ongeldig.
De verdediging wees er ook op dat een eerder verzoek om Jap-A-Joe te schorsen door de Raad van Ministers zou zijn afgewezen.
Daarnaast stelde zij de vraag waarom haar cliënt de toegang tot de organisatie zou moeten worden ontzegd zolang haar arbeidsrechtelijke positie niet definitief is beëindigd.
De advocaten uitten bovendien kritiek op de publieke uitlatingen over het conflict en stelden dat een interne aangelegenheid daardoor is uitgegroeid tot een publieke kwestie en tot een vijandige werkomgeving heeft geleid.
Staat stelt dat benoeming van rechtswege is geëindigd
Namens de Staat werd aangevoerd dat de benoeming van Jap-A-Joe voor een wettelijk bepaalde termijn gold en dat deze termijn inmiddels is verstreken.
Volgens de landsadvocaat is daarvoor geen afzonderlijk ontslagbesluit nodig, omdat het aflopen van een benoeming juridisch iets anders is dan ontslag of schorsing.
De Staat stelt verder dat de wettelijke regeling de RvC de bevoegdheid geeft om het bestuur waar te nemen wanneer een directeur ontbreekt of verhinderd is.
Ook de rechtsgeldigheid van de arbeidsovereenkomst uit 2021 werd door de Staat betwist. Daarbij werd aangevoerd dat het contract is ondertekend door de toenmalige president-commissaris en niet door de bevoegde minister.
Volgens het standpunt van de Staat is bovendien niet gebleken dat de Raad van Ministers de overeenkomst heeft goedgekeurd.
Tijdens de behandeling werd ook de vraag opgeworpen of de overeenkomst achteraf is opgesteld. De advocaten van Jap-A-Joe weerspraken de bezwaren en bleven bij hun standpunt dat de overeenkomst rechtsgeldig is.
De rechter moet zich buigen over de juridische argumenten en de vorderingen die door de betrokken partijen zijn ingediend.
Schikkingspoging levert geen akkoord op
Na de pleidooien werd geprobeerd te onderzoeken of de partijen tot een schikking konden komen. Die poging leverde geen overeenstemming op, waardoor de rechter de zaak zelf moet beoordelen.
De RvC bleef aandringen op een snelle voorziening om de bestuurstaken te kunnen uitvoeren, terwijl Jap-A-Joe zich bleef verzetten tegen het optreden van de raad.
De uitspraak moet duidelijkheid brengen over de onmiddellijke bestuurlijke situatie bij TAS en over de gevraagde maatregelen.
Daarbij gaat het onder meer om de toegang tot het gebouw, de overdracht van bedrijfsmiddelen en gegevens en de bevoegdheid om de organisatie te besturen.
De uitspraak in de kortgedingen betekent niet noodzakelijk dat daarmee alle mogelijke arbeidsrechtelijke geschilpunten definitief zijn beslecht.






