De olieprijs is vandaag opnieuw opgelopen door de escalatie rond het Midden-Oosten. Brent staat rond de 96 dollar per vat en WTI rond de 92 dollar.
Ook de raffinagemarkt staat onder zware druk. Vooral benzine en diesel worden duurder doordat raffinagecapaciteit in onder meer de Golfregio en Rusland is weggevallen. Analisten verwachten dat de krapte in geraffineerde brandstoffen zelfs tot in 2027 kan aanhouden.
Voor Suriname is dit relevant. De regering Simons- Rusland heeft eerder een price cap van SRD 48,32 voor unleaded en SRD 53,27 voor diesel ingesteld en zelf aangegeven dat deze maatregel op termijn niet onbeperkt houdbaar is wanneer internationale prijzen verder oplopen.
Een nieuwe brandstofschok is geen theoretisch scenario meer. Als de internationale prijzen langere tijd hoog blijven, zullen landen met beperkte financiële ruimte steeds meer moeite krijgen om de stijging aan de pomp af te remmen.
En Suriname behoort tot die kwetsbare groep.
Suriname kan niet blijven doen alsof de rekening verdwijnt
Voor de Surinaamse automobilist is dit bijzonder belangrijk. Wanneer brandstof duurder wordt, stopt het effect namelijk niet bij het tankstation.
Busvervoer wordt duurder. Goederen moeten duurder worden vervoerd. Winkeliers krijgen hogere kosten. Producenten betalen meer voor logistiek. Uiteindelijk komt een groot deel van die rekening bij de consument terecht.
Suriname moet daarom oppassen dat een nieuwe internationale oliecrisis niet opnieuw uitmondt in een binnenlandse koopkrachtcrisis.
De vraag is niet óf Suriname geraakt kan worden, maar hoe hard de klap deze keer zal zijn
De gevolgen kunnen verder reiken dan alleen een duurdere tankbeurt. Surinamers die nu al iedere maand moeten rekenen om rond te komen, kunnen opnieuw worden geconfronteerd met hogere vervoerskosten en duurdere boodschappen.
Ook ondernemers zullen stijgende brandstofkosten uiteindelijk moeten doorberekenen. De overheid kan de pijn tijdelijk dempen, maar niet eindeloos.
Juist daarom moet ons land volgens het KIVC nu vooruitkijken en voorkomen dat een internationale olieprijsschok opnieuw uitgroeit tot een probleem dat vooral de gewone burger diep in de portemonnee raakt.






