De voorzitter van De Nationale Assemblée (DNA), Ashwin Adhin, heeft een uitgebreide verklaring uitgebracht naar aanleiding van de ontstane commotie rond uitspraken van VHP-assembleelid Cedric van Samson, die stelde dat Suriname “nooit meer een vrouw als president” zou moeten kiezen.
Volgens Adhin was ingrijpen noodzakelijk vanwege de grondwettelijke verantwoordelijkheid van het parlement om discriminatie en uitsluiting tegen te gaan.
De uitspraak van Van Samson leidde tot grote verontwaardiging binnen en buiten het parlement. Verschillende vrouwelijke assembleeleden verlieten uit protest de vergaderzaal nadat het VHP-lid weigerde zijn woorden terug te nemen of excuses aan te bieden.
Ook andere coalitieleden en de oppositiepartij NDP sloten zich aan bij het protest, waarna de vergadering werd verdaagd.
Voorzitter beroept zich op Grondwet en Reglement van Orde
In zijn verklaring benadrukt Adhin dat zijn bevoegdheid als voorzitter niet alleen betrekking heeft op de orde binnen de vergaderzaal, maar ook op de bredere verantwoordelijkheid van De Nationale Assemblée als staatsorgaan.
Volgens hem verbiedt artikel 37 lid 2 van het Reglement van Orde beledigende uitlatingen tijdens vergaderingen en heeft de voorzitter op basis van artikel 7 lid 3 de taak om de orde te handhaven.
Hoewel de gewraakte uitspraak buiten de vergaderzaal werd gedaan, kreeg deze volgens Adhin een zodanig gewicht dat een reactie noodzakelijk was.
“Boven het Reglement van Orde staat de Grondwet. Het Reglement ordent onze vergaderingen. De Grondwet ordent onze hele Republiek”, aldus de DNA-voorzitter.
Gelijkheid van man en vrouw als grondwettelijk uitgangspunt
Adhin verwees daarbij naar artikel 8 lid 2 van de Grondwet, waarin staat dat niemand mag worden gediscrimineerd op grond van onder meer geboorte, geslacht of enige andere status. Ook wees hij op artikel 35 lid 2, waarin is vastgelegd dat mannen en vrouwen voor de wet gelijk zijn.
Volgens de voorzitter geldt dit gelijkheidsbeginsel ook voor het hoogste politieke ambt van het land.
“Dat geldt voor elk ambt in onze Republiek, tot het hoogste toe”, stelde Adhin.
Hij benadrukte dat alle DNA-leden bij de aanvaarding van hun ambt de eed hebben afgelegd waarin zij beloven gehoorzaamheid aan de Grondwet.
Uitspraak buiten de zaal heeft gevolgen binnen het parlement
Volgens Adhin kan een parlementariër zich niet volledig losmaken van zijn verantwoordelijkheid zodra hij de vergaderzaal verlaat.
Het publieke optreden van volksvertegenwoordigers heeft volgens hem invloed op het vertrouwen in de democratische rechtsstaat.
“De verantwoordelijkheid van een lid van DNA reikt verder dan de vergaderzaal, omdat zijn woord verder reikt dan de vergaderzaal”, verklaarde hij.
De voorzitter benadrukte dat hij terughoudend omgaat met zijn bevoegdheid om een vergadering te schorsen. Volgens hem wordt deze maatregel alleen ingezet wanneer het onderwerp voldoende zwaar weegt.
Een uitspraak die volgens hem “de helft van ons volk bij voorbaat uitsluit van het hoogste ambt”, terwijl deze afkomstig is van een volksvertegenwoordiger, viel volgens Adhin onder die categorie.
Van Samson: kritiek op functioneren, niet op geslacht
Van Samson heeft inmiddels verklaard dat zijn uitspraken volgens hem verkeerd zijn geïnterpreteerd. Hij stelde dat zijn kritiek betrekking had op het functioneren van president Jennifer Geerlings-Simons en niet bedoeld was als een aanval op vrouwen in de politiek.
Volgens het assembleelid werd zijn uitspraak uit de context gehaald en ging het hem om de manier waarop leiderschap wordt beoordeeld.
De kwestie heeft echter opnieuw het debat geopend over de positie van vrouwen in de politiek, gendergelijkheid en de grenzen van politieke vrijheid van meningsuiting.
Debat over politieke verantwoordelijkheid blijft voortduren
De controverse rond de uitspraak van Van Samson raakt daarmee aan een breder maatschappelijk vraagstuk: hoe ver mag politieke kritiek gaan en wanneer verandert kritiek in uitsluiting of discriminatie?
Terwijl politieke tegenstanders vinden dat de uitspraak een gevaarlijk signaal afgeeft over de positie van vrouwen in leiderschapsfuncties, benadrukken anderen het belang van ruimte voor scherpe politieke kritiek.
Voorzitter Adhin heeft duidelijk gemaakt dat volgens hem de Grondwet daarbij de grens bepaalt. “Het debat blijft vrij en scherp. De Grondwet blijft het fundament waarop wij allen staan”, aldus de voorzitter.






