De DNA-leden Ameerani Jarbandhan en Rawien Raghoenandan hebben hun verbazing uitgesproken over de manier waarop binnen De Nationale Assemblée wordt omgegaan met de positie van de Procureur-Generaal (PG).
Volgens de VHP-parlementariërs wordt het ambt van de PG “te lichtelijk” genomen, met name door leden van de paarse partij die momenteel deel uitmaken van de coalitie.
Discussie over uitnodiging aan instituut
De uitspraken volgden na een recente vergadering van de parlementaire commissie belast met het horen van politieke ambtsdragers in DNA.
Aanleiding was de situatie waarbij een instituut ervoor koos niet fysiek aanwezig te zijn in het parlement, ondanks een uitnodiging vanuit de commissie.
Volgens Jarbandhan bestaan er duidelijke afspraken binnen het parlementaire proces. Instituten kunnen volgens haar ervoor kiezen om fysiek te verschijnen of schriftelijk te reageren op vragen van DNA.
De parlementariër benadrukte dat er daarom geen sprake kan zijn van een volledige weigering, aangezien de mogelijkheid tot schriftelijke beantwoording altijd openstaat.
Kritiek op uitspraken over “desavouering”
Opmerkelijk vonden de DNA-leden dat juist coalitieleden spraken van een “desavouering van het hoogste college van de staat”. Jarbandhan en Raghoenandan noemen die kritiek hypocriet.
Daarbij verwezen zij naar artikel 86 van het Reglement van Orde, waarin staat dat DNA vragen mag richten aan de president van Suriname. Volgens de parlementariërs blijft beantwoording vanuit het staatshoofd echter regelmatig uit.
“Als men spreekt van desavouering, dan moet men ook naar de President kijken,” stelde Jarbandhan.
Spanningsveld tussen parlement en instituties
Volgens de twee parlementariërs hebben zowel de Procureur-Generaal als de president het recht om schriftelijk te reageren op vragen vanuit DNA.
Zij wijzen erop dat vanuit de rechterlijke macht tenminste nog inhoudelijke antwoorden worden verstrekt, terwijl de president volgens hen structureel in gebreke blijft.
De kwestie legt volgens Jarbandhan en Raghoenandan een breder spanningsveld bloot tussen het parlement en verschillende staatsinstituties.
Waar sommige coalitieleden spreken van ondermijning van het parlement, stellen de DNA-leden juist dat consequent en gelijkwaardig moet worden omgegaan met alle staatsorganen.
Oproep tot consistentie en respect voor staatsinstituten
De parlementariërs benadrukken dat de positie van de Procureur-Generaal met het nodige respect en institutionele zorgvuldigheid moet worden behandeld.
Volgens hen mag politieke discussie niet leiden tot het ondermijnen van belangrijke constitutionele functies binnen de democratische rechtsstaat.







