De Nationale Assemblée (DNA) behandelt vandaag, maandag 7 september, het initiatiefwetsvoorstel tot wijziging van de Wet op het Surinamerschap en het Ingezetenschap.
Volgens Dr. Ruben del Prado biedt de behandeling een historische kans om de juridische band tussen Suriname en de wereldwijde Surinaamse diaspora structureel en op een rechtvaardige manier te regelen.
Del Prado waarschuwt tegelijkertijd dat de voorgestelde Nota van Wijziging volgens hem te beperkt is en ruimte laat voor politieke en bestuurlijke selectie.
Hij ondersteunt de snelle besluitvorming die nodig is voor Surinaamse voetballers met een internationale deadline op 24 september, maar vindt dat de tijdsdruk niet mag leiden tot wetgeving die later juridische of maatschappelijke problemen veroorzaakt.
Aanleiding ligt bij Natio
De directe aanleiding voor de wetswijziging is de positie van spelers van Natio met een Surinaamse achtergrond. Om hen tijdig voor Suriname te kunnen laten uitkomen, is een snelle juridische oplossing noodzakelijk.
Del Prado zegt begrip te hebben voor die urgentie. Volgens hem moet het parlement echter voorkomen dat een tijdelijke oplossing voor sporters uitmondt in een regeling waarbij slechts een beperkte groep mensen op basis van politieke of bestuurlijke besluitvorming aanspraak kan maken op de Surinaamse nationaliteit.
“Laten we Natio helpen. Dat betekent niet dat ons Parlement een wet moet aannemen die voor een kleine groep rechten creëert en duizenden anderen met precies dezelfde Surinaamse afkomst buitensluit”, stelt Del Prado.
Kritiek op politieke aanwijzing
Een belangrijk bezwaar van Del Prado betreft de manier waarop de voorgestelde regeling de nationaliteitsverkrijging vormgeeft.
Hoewel wordt gesproken over het verkrijgen van de nationaliteit “van rechtswege”, is daarvoor tegelijkertijd een voordracht door een minister en een persoonlijke aanwijzing door de President vereist.
Volgens Del Prado is dat moeilijk te verenigen met het idee van een automatisch recht. Als individuele gevallen afhankelijk zijn van een politieke of bestuurlijke beslissing, bestaat volgens hem het risico op ongelijke behandeling en willekeur.
Hij pleit daarom voor duidelijke en objectieve criteria, transparante procedures, een motiveringsplicht en mogelijkheden voor bezwaar en beroep.
‘Nationaliteit is geen beloning’
Volgens Del Prado moet de Surinaamse nationaliteit niet worden gekoppeld aan de maatschappelijke waarde die iemand op een bepaald moment voor Suriname heeft.
“Nationaliteit is geen medaille of onderscheiding”, stelt hij. Volgens hem zou het uitgangspunt moeten zijn dat personen van Surinaamse afkomst op basis van dezelfde objectieve regels worden behandeld, ongeacht hun beroep, inkomen, opleiding, prestaties, huidige nationaliteit of woonland.
Daarbij verwijst hij naar het beginsel van jus sanguinis, waarbij nationaliteit wordt verbonden aan afstamming.
Registratie als alternatief voor selectie
Del Prado pleit voor een systeem waarin de overheid de identiteit en Surinaamse afkomst van een persoon juridisch vaststelt.
Personen die aan vooraf vastgelegde voorwaarden voldoen, zouden vervolgens volgens dezelfde procedure moeten kunnen worden geregistreerd.
De wetgever kan volgens hem bepalen welke generaties onder de regeling vallen en welke documenten nodig zijn om de familierelatie en Surinaamse afkomst aan te tonen.
Voor iedereen zouden vervolgens dezelfde controles moeten gelden op onder meer identiteit, fraude, strafrechtelijke antecedenten en nationale veiligheid.
Ook moeten afwijzingen volgens Del Prado kunnen worden gemotiveerd en moet er effectieve rechtsbescherming bestaan. Daarnaast zou niemand zonder medeweten of instemming de Surinaamse nationaliteit moeten verkrijgen, vanwege mogelijke gevolgen voor een andere nationaliteit of de juridische positie van de betrokkene.
Tijdelijke oplossing voor Natio
Om de internationale deadline van 24 september te halen, ziet Del Prado ruimte voor een versnelde procedure voor de betrokken Natio-spelers.
Die oplossing moet volgens hem echter nadrukkelijk als tijdelijk worden beschouwd en mag geen exclusief permanent recht voor sporters creëren.
Tegelijkertijd zou gewerkt moeten worden aan één transparante regeling voor personen van Surinaamse afkomst wereldwijd, met uniforme identiteits-, afstammings- en veiligheidscontroles en duidelijke mogelijkheden voor rechtsbescherming.
Oproep vanuit de diaspora
De discussie over de nationaliteitswet staat volgens Del Prado niet los van een bredere discussie over het beleid ten aanzien van de Surinaamse diaspora.
In januari 2026 richtte een internationaal samengestelde groep van veertien Surinamers zich al tot de President, de voorzitter van DNA en de minister van Buitenlandse Zaken met een oproep om bestaande verplichtingen tegenover personen van Surinaamse afkomst verder uit te werken in een samenhangend diasporabeleid.
De groep pleitte onder meer voor een Directoraat Diasporabeleid dat registratie, dienstverlening, kennisoverdracht, investeringen en samenwerking met diasporaorganisaties kan coördineren.
Volgens Del Prado moet het parlementaire debat daarom verder kijken dan de directe aanleiding rond Natio. De behandeling van de wetswijziging biedt volgens hem de mogelijkheid om na tientallen jaren een bredere en rechtvaardige regeling voor de Surinaamse diaspora tot stand te brengen.
Zijn boodschap aan regering en parlement is duidelijk: “Geen gunsten. Geen willekeur. Eén transparante regeling voor iedereen van Surinaamse afkomst.”






