De waarschuwing van districtscommissaris Ernesto Muller over de verkoop van roti, bami, nasi en bara bij winkelkassa’s heeft op sociale media veel discussie losgemaakt.
In reacties op het eerdere artikel van GFC Nieuws verdedigen verschillende mensen deze verkoop met het argument dat de maaltijden nog warm zijn.
Maar volgens internationale voedselveiligheidsrichtlijnen kan juist daarin een gevaarlijke vergissing schuilgaan.
Een roti die nog 40 graden warm is, kan namelijk een temperatuur hebben waarbij bacteriën zich gemakkelijk vermenigvuldigen.
Warm aanvoelen betekent niet veilig zijn
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie moet bereid voedsel dat warm wordt bewaard, op een temperatuur van meer dan 60 graden Celsius worden gehouden.
Tussen ongeveer 5 en 60 graden kunnen veel ziekteverwekkende bacteriën zich vermenigvuldigen.
Een maaltijd van 40 graden voelt voor de consument nog behoorlijk warm aan, maar bevindt zich wel binnen dit risicogebied.
Ook een plastic verpakking of afgesloten bak voorkomt niet dat bacteriën zich kunnen vermenigvuldigen wanneer het voedsel te lang op een ongeschikte temperatuur wordt bewaard.
Snel uitverkocht geeft geen garantie
Sommige mensen wijzen erop dat de maaltijden vaak al rond negen of tien uur in de ochtend zijn uitverkocht.
Dat zegt echter weinig over de veiligheid. Wanneer nasi of roti bijvoorbeeld al om vier uur ‘s morgens wordt bereid, kunnen er meerdere uren verstrijken voordat de laatste portie wordt verkocht.
Ook vers bereid voedsel kan in die periode onveilig worden als het onvoldoende wordt gekoeld of warmgehouden.
De WHO adviseert om bereid voedsel niet langer dan twee uur op kamertemperatuur te laten staan.
Vooral bij nasi en bami bestaat extra risico
Het Nederlandse Voedingscentrum waarschuwt specifiek voor de bacterie Bacillus cereus, die onder meer in rijst- en pastagerechten kan voorkomen.
Sporen van deze bacterie kunnen het koken overleven. Wanneer gekookte rijst vervolgens verkeerd wordt bewaard, kunnen bacteriën zich ontwikkelen en voedselvergiftiging veroorzaken.
Sommige gifstoffen verdwijnen bovendien niet door opnieuw opwarmen.
Besmet voedsel hoeft daarbij niet vreemd te ruiken of zichtbaar bedorven te zijn.
Temperatuurcontrole geeft duidelijkheid
Muller heeft winkeliers in Wanica Zuid-Oost opnieuw gewaarschuwd om te stoppen met de betreffende verkoop bij de kassa. Sommige ondernemers hebben al een aanmaning ontvangen.
De bezorgdheid over betaalbare maaltijden en inkomsten van kleine verkopers speelt eveneens mee in de discussie.
Of de aangeboden gerechten daadwerkelijk onveilig worden bewaard, kan echter niet zonder temperatuurmetingen en controle van de bewaartijd worden vastgesteld.
Volgens de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is een voedselthermometer geschikt om de temperatuur te controleren.
Voor zowel winkeliers als consumenten geldt daarmee dat de voelbare warmte van een maaltijd geen betrouwbaar bewijs is dat het voedsel veilig is.






