De positie van de directie van de Energiebedrijven Suriname (EBS) is volgens criticus Alberto Boerleider bestuurlijk en governance-technisch niet langer houdbaar.
Hij vindt dat de Staat als honderd procent aandeelhouder van het energiebedrijf nu verantwoordelijkheid moet nemen en de onderneming nadrukkelijker moet aansturen.
Boerleider baseert zijn kritiek naar eigen zeggen op openbare rapporten, overheidspublicaties en informatie van EBS.
Volgens hem is vooral de vraag aan de orde of de aanbevelingen uit de doorlichting van EBS door Ernst & Young daadwerkelijk voldoende zijn opgevolgd.
“Mijn conclusie is direct: de directiepositie is niet houdbaar. De aandeelhouder is aan zet”, stelt Boerleider.
EY-rapport legde governanceproblemen bloot
In 2022 werd EBS doorgelicht door Ernst & Young in het kader van het IMF-programma. Volgens de overheid had de doorlichting betrekking op financiële, operationele en governance-aspecten.
De regering stelde vervolgens dat op basis van het rapport een herstel- en reorganisatietraject moest worden ingezet.
In de uiteindelijke overheidsrapportage over de EY-doorlichting werden onder meer problemen genoemd met de financiële administratie, de tijdigheid van financiële rapportage en governance binnen EBS.
Ook werd melding gemaakt van verschillende belangenconflicten binnen de Raad van Commissarissen en het management. EY adviseerde volgens de publicatie onder meer verbetering van het toezicht en het invoeren van opvolgingsplanning.
Boerleider stelt dat juist tegen die achtergrond kritisch moet worden gekeken naar de verhouding tussen toezicht en uitvoering binnen het staatsbedrijf.
Van toezichthouder naar directeur
Een belangrijk onderdeel van zijn kritiek betreft Leo Brunswijk. Brunswijk was eerder voorzitter van de Raad van Commissarissen van EBS.
Inmiddels is hij algemeen directeur van het bedrijf. De overheid bevestigde in december 2025 dat Brunswijk als algemeen directeur deel uitmaakte van de leiding van EBS bij de benoeming van een nieuwe Raad van Commissarissen en een CFO.
Volgens Boerleider roept die ontwikkeling fundamentele vragen op over corporate governance.
“Het probleem gaat voor mij niet primair over de persoon, maar over de constructie”, zegt hij. “Wanneer iemand vanuit een toezichthoudende positie doorstroomt naar de uitvoerende leiding van dezelfde onderneming, moet je heel zorgvuldig kijken naar de scheiding tussen toezicht en bestuur.”
Volgens Boerleider ontstaat daarmee ook de vraag hoe besluiten en ontwikkelingen uit de periode waarin iemand toezicht hield, achteraf onafhankelijk kunnen worden beoordeeld.
“Een toezichthouder hoort toezicht te houden op de directie. Zodra die rollen door elkaar gaan lopen, moet je extra waarborgen hebben om belangenconflicten en de schijn daarvan te voorkomen.”
De financiële achterstand blijft een belangrijk aandachtspunt
Boerleider richt zijn kritiek daarnaast op de financiële rapportage van EBS.
De overheid maakte in juni 2024 bekend dat de jaarrekeningen over 2019 en 2020 tijdens een Algemene Vergadering van Aandeelhouders waren behandeld en goedgekeurd. Daarbij werd afgesproken om de bestaande achterstand verder weg te werken.
Volgens de toen gepubliceerde planning moesten de jaarrekeningen over 2021 tot en met 2024 worden ingehaald, waarbij accountants per verslag ongeveer drie maanden zouden krijgen.
Voor Boerleider is daarmee de discussie echter niet beëindigd.
Hij vindt dat de samenleving inzicht moet kunnen krijgen in de actuele financiële positie van het staatsbedrijf en in de voortgang van het traject om de achterstanden in de financiële verslaggeving weg te werken.
“Het gaat niet alleen om de vraag of er uiteindelijk een jaarrekening wordt geproduceerd. Het gaat om tijdige, gecontroleerde en bruikbare informatie waarop de aandeelhouder zijn beleid kan baseren”, aldus Boerleider.
Staatsbetalingen zijn geen volledige verklaring
Een belangrijk argument in de discussie over de financiële positie van EBS is volgens Boerleider dat de Staat en overheidsinstellingen hun elektriciteitsrekeningen niet altijd tijdig betalen en dat subsidies en andere financiële verplichtingen druk leggen op de onderneming.
Dat probleem bestaat volgens hem daadwerkelijk, maar mag niet worden gebruikt als volledige verklaring voor de financiële en bestuurlijke problemen van EBS.
“Als de Staat structureel niet of te laat betaalt, moet de aandeelhouder daar uiteraard iets aan doen. Maar juist een Raad van Commissarissen heeft een verantwoordelijkheid om de financiële belangen van de onderneming te bewaken en problemen tijdig te signaleren en aan te kaarten.”
Boerleider vindt daarom dat de discussie over betalingsachterstanden van de overheid en de discussie over het functioneren van EBS niet tegenover elkaar moeten worden geplaatst.
“Het één ontslaat het ander niet van verantwoordelijkheid.”
Nieuwe investeringen vragen om harde cijfers
De discussie krijgt volgens Boerleider extra gewicht vanwege de grote investeringsbehoefte binnen de energiesector.
Minister David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen heeft in De Nationale Assemblee aangegeven dat naar schatting ongeveer USD 500 miljoen nodig is om de elektriciteitsopwekkingscapaciteit de komende twee tot drie jaar aanzienlijk uit te breiden en de stroomvoorziening structureel veilig te stellen.
Volgens de minister bedroeg de vraag tijdens piekuren in het EPAR-gebied ongeveer 280 megawatt, tegenover ongeveer 254 megawatt beschikbare capaciteit.
Volgens Boerleider moet een dergelijke omvangrijke financieringsbehoefte gepaard gaan met maximale transparantie.
“Als honderden miljoenen dollars moeten worden geïnvesteerd in de elektriciteitsvoorziening, moet de samenleving kunnen zien waarop die berekeningen zijn gebaseerd.”
Daarbij noemt hij onder meer inzicht in de werkelijke kostprijs van elektriciteitsopwekking, technische en niet-technische verliezen, de incassograad, de betalingsachterstanden en de efficiëntie van de verschillende opwekkingsinstallaties.
De EY-doorlichting uit 2022 bevatte al een analyse van de kostprijs en wees volgens de overheid op aanzienlijke mogelijkheden voor kostenbesparing en efficiëntieverbetering.
De aandeelhouder moet zijn rol pakken
Voor Boerleider ligt de sleutel uiteindelijk bij de Staat als aandeelhouder.
Hij vindt dat de aandeelhouder niet alleen moet optreden wanneer EBS in crisis verkeert, maar structureel moet toezien op goed bestuur, financiële verslaggeving, transparantie en verantwoord investeringsbeleid.
De overheid heeft in 2022 zelf aangegeven dat de EY-bevindingen aanleiding vormden voor een herstelplan met onder meer kostenverlaging, efficiëntieverhoging en verbetering van de financiële huishouding. Voor dat hersteltraject werd aanvankelijk de periode juli 2022 tot december 2023 uitgetrokken.
Boerleider stelt daarom de vraag welke aanbevelingen inmiddels aantoonbaar zijn uitgevoerd en welke nog openstaan.
“Het rapport van EY is inmiddels jaren oud. Als er toen ernstige governance- en financiële problemen zijn vastgesteld, moet de aandeelhouder vandaag kunnen aantonen wat daarvan is opgelost.”
Geen politieke maar bestuurlijke discussie
Boerleider benadrukt dat zijn kritiek volgens hem niet moet worden teruggebracht tot partijpolitiek of persoonlijke aanvallen.
“Het maakt voor de governance van een staatsbedrijf niet uit van welke politieke partij een bestuurder afkomstig is. Het gaat om de vraag of de onderneming volgens behoorlijke bestuurlijke en financiële normen wordt geleid.”
Volgens hem verdient juist een staatsbedrijf extra aandacht omdat de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij de samenleving ligt.
“EBS is geen privéonderneming. De Staat is de aandeelhouder en de bevolking is afhankelijk van de dienst die het bedrijf levert. Daarom moet de lat voor transparantie en verantwoording hoog liggen.”
Eerst transparantie, dan grote financieringsbesluiten
Boerleider vindt dat nieuwe grote investeringsbeslissingen gepaard moeten gaan met een duidelijke financiële en operationele onderbouwing.
Dat betekent volgens hem niet dat noodzakelijke investeringen in de energievoorziening moeten worden tegengehouden. Wel vindt hij dat vóór omvangrijke financieringsbesluiten voldoende inzicht moet bestaan in de financiële positie van EBS, de operationele prestaties en de verwachte opbrengsten en kosten van de voorgestelde investeringen.
“Je kunt niet structureel miljardenbehoeften of honderden miljoenen aan financiering bespreken zonder dat de financiële en operationele basis volledig inzichtelijk is. Transparantie moet vóór de financieringsbeslissing komen en niet erna.”
Waarom stuurt de aandeelhouder zijn eigen bedrijf niet sterker aan?
Volgens Boerleider is dit uiteindelijk de kern van de discussie.
De regering heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen aangekondigd voor de hervorming en verbetering van EBS. Er is een EY-doorlichting geweest, er is gesproken over herstructurering, financiële rapportage, tarieven en efficiëntie en er zijn nieuwe toezichthouders benoemd.
Maar volgens Boerleider moet de samenleving nu vooral kunnen beoordelen wat daarvan daadwerkelijk is gerealiseerd.
“De vraag is niet meer alleen wat er misgaat bij EBS. De vraag is waarom de aandeelhouder, die uiteindelijk honderd procent van de aandelen bezit, niet veel steviger zichtbaar de regie voert.”
Voor hem is dat de verantwoordelijkheid die nu op tafel ligt.
“De aandeelhouder is aan zet”.






