De dood van een man van Chinese afkomst, die vrijdagochtend 6 november bij een gewapende beroving op de hoek van de David Simonstraat en de Wilhelminastraat werd doodgeschoten, heeft opnieuw de aandacht gevestigd op de veiligheidssituatie in Suriname.
Terwijl nabestaanden worden geconfronteerd met een onherstelbaar verlies, komt het Ministerie van Justitie en Veiligheid met een mededeling waarin minister Harish Monorath aankondigt dat de veiligheidsdiensten onmiddellijk opdracht hebben gekregen de criminaliteitsaanpak te intensiveren.
De minister spreekt over daadkrachtig en resoluut optreden, extra logistieke middelen en een hogere prioriteit voor de bestrijding van criminaliteit.
Maar de vraag die na een dergelijk dodelijk incident op tafel ligt, is niet alleen of de veiligheidsdiensten harder gaan optreden. De wezenlijke vraag is waarom burgers zich kennelijk nog steeds in situaties kunnen bevinden waarin hun leven door gewapende criminelen wordt afgenomen.
Een dodelijk incident vraagt om meer dan een persverklaring
De dood van een burger bij een gewapende beroving is geen incident dat met een algemene mededeling over verscherpte veiligheidsmaatregelen kan worden afgedaan.
Het gaat om een mensenleven dat verloren is gegaan en om een samenleving waarin burgers erop moeten kunnen vertrouwen dat de overheid hun veiligheid serieus beschermt.
De verklaring van de minister klinkt daadkrachtig, maar blijft op belangrijke punten algemeen. Er wordt gesproken over onmiddellijke instructies, intensivering van de criminaliteitsaanpak en aanvullende logistieke middelen. Wat echter ontbreekt, is duidelijkheid over de concrete maatregelen die hieruit voortvloeien.
Welke veiligheidsdiensten krijgen welke opdrachten? Wordt de surveillance op risicovolle locaties opgevoerd? Komen er gerichte acties tegen gewapende berovingen?
Hoe wordt de informatiepositie van de politie versterkt? En op welke wijze zal de samenleving kunnen vaststellen dat de aangekondigde maatregelen daadwerkelijk resultaat opleveren?
Burgers hebben niet alleen behoefte aan krachtige woorden. Zij willen weten wat de overheid concreet doet om te voorkomen dat zij het volgende slachtoffer worden.
Veiligheid is een verantwoordelijkheid, geen voornemen
De bescherming van burgers behoort tot de kerntaken van de overheid. Dat betekent dat de overheid niet uitsluitend moet reageren wanneer zich ernstige geweldsincidenten voordoen, maar ook moet investeren in preventie, zichtbare aanwezigheid van de politie, effectieve opsporing en een goed functionerende strafrechtketen.
Een intensivering van de criminaliteitsaanpak mag daarom niet beperkt blijven tot extra controles of tijdelijke politieacties na een ernstig incident.
Een structurele aanpak vereist inzicht in criminaliteitspatronen, een gerichte inzet van personeel en middelen, betere informatie-uitwisseling tussen veiligheidsdiensten en een consequente opvolging van strafbare feiten.
Daarbij moet ook worden gekeken naar de capaciteit van de politie en andere veiligheidsdiensten. Extra logistieke middelen zijn welkom, maar materieel alleen maakt een veiligheidsapparaat nog niet effectief. Er zijn voldoende goed opgeleide mensen, operationele slagkracht, professionele aansturing en duidelijke prioriteiten nodig.
De samenleving heeft recht op concrete verantwoording
Wanneer een minister aankondigt dat onmiddellijk zal worden opgetreden, mag de samenleving verwachten dat daar ook een concreet uitvoeringsplan achter zit.
Het is niet voldoende om te zeggen dat de bestrijding van criminaliteit de hoogste prioriteit heeft. Die prioriteit moet zichtbaar worden in beleid, uitvoering en meetbare resultaten.
Het ministerie zou daarom duidelijk moeten communiceren welke maatregelen worden getroffen, binnen welke termijn deze worden uitgevoerd en hoe de resultaten worden geëvalueerd. Ook moet de samenleving periodiek worden geïnformeerd over de voortgang van de criminaliteitsbestrijding.
Dat is geen politieke gunst, maar onderdeel van de verantwoordelijkheid die een ministerie draagt tegenover de burgers die het behoort te beschermen.
Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat de roep om daadkracht leidt tot willekeurig of disproportioneel politieoptreden.
Een effectieve criminaliteitsbestrijding moet plaatsvinden binnen de grenzen van de wet en met respect voor de grondrechten van iedere burger. Rechtsbescherming en veiligheid zijn geen tegenstellingen; zij moeten elkaar juist versterken.
Nabestaanden verdienen meer dan medeleven
Monorath heeft zijn medeleven uitgesproken aan de slachtoffers en nabestaanden van gewelddadige en criminele incidenten. Dat is gepast en menselijk. Maar medeleven alleen biedt geen antwoord op de angst en onzekerheid waarmee burgers worden geconfronteerd.
Voor de nabestaanden van de man die vrijdagmorgen werd doodgeschoten, verandert geen enkele persverklaring de werkelijkheid.
Zij moeten verder met het verlies van een dierbare. Voor de samenleving blijft de vraag bestaan hoe een dergelijke gewelddadige beroving heeft kunnen eindigen in een dodelijke schietpartij.
Het is daarom van belang dat het onderzoek naar deze zaak voortvarend en zorgvuldig wordt uitgevoerd, dat de verantwoordelijken worden opgespoord en dat zij, indien hun schuld wordt bewezen, volgens de wet ter verantwoording worden geroepen.
Suriname heeft behoefte aan een veiligheidsbeleid dat resultaten oplevert
De aankondiging van minister Monorath kan een eerste stap zijn, maar mag niet het eindpunt van de reactie van de overheid worden.
De samenleving heeft behoefte aan een veiligheidsbeleid dat verder gaat dan het uitvaardigen van nieuwe instructies na iedere ernstige geweldsdaad.
Veiligheid moet niet alleen een prioriteit zijn in officiële verklaringen, maar een dagelijkse realiteit voor mensen die naar hun werk gaan, hun onderneming openen, boodschappen doen of gewoon veilig over straat willen kunnen lopen.
De minister en de veiligheidsdiensten moeten daarom laten zien dat de aangekondigde intensivering daadwerkelijk leidt tot betere bescherming van burgers, effectievere opsporing en een consequente aanpak van gewelddadige criminaliteit.
Want uiteindelijk wordt de effectiviteit van het veiligheidsbeleid niet afgemeten aan het aantal instructies dat een minister geeft, maar aan de mate waarin de overheid erin slaagt het leven en de veiligheid van haar burgers te beschermen.
Een samenleving kan niet telkens worden gevraagd vertrouwen te hebben in nieuwe aankondigingen. Dat vertrouwen moet worden verdiend met zichtbaar, consequent en aantoonbaar resultaat.
N. Mohari
[diclaimer]







