Werd de uitdrukking “Bij God en in Suriname is alles mogelijk” oorspronkelijk gebruikt om de onvoorspelbaarheid van politieke ontwikkelingen aan te geven, tegenwoordig wordt daarmee overwegend het reilen en zeilen binnen de regeringscoalitie geschetst.
Inmiddels zijn velen zich ervan bewust dat er in de Surinaamse politiek nog maar weinig tegenstrijdige begrippen zijn die zo dicht bij elkaar liggen als “daadkracht” en “chantage”.
Als we, uitgaande van mediaberichten, een balans opmaken van de rol en bijdrage van de huidige coalitiepartijen, dan moet worden geconcludeerd dat er sprake is van een afnemende prioriteit voor het landsbelang en een toenemende nadruk op partijbelangen.
De partijleiders van de ABOP (Ronnie Brunswijk) en de Pertjajah Luhur (Paul Somohardjo) zijn daarvan als vaandeldragers aan te merken.
Brunswijk en de machtspositie in het oosten
Verbazingwekkend is dat Somohardjo het steeds heeft over de belangenbehartiging en de toekomst van overwegend de Javaanse bevolkingsgroep, terwijl een groot deel van Suriname, vooral het oosten, zich inmiddels op een abstracte manier van Paramaribo heeft losgemaakt. De partijleider van de ABOP speelt daarbij een voorname rol.
Vooral in het oostelijk deel van ons land is Brunswijk voor zijn achterban en doelgroep geen abstract, maar een concreet begrip.
Hij beschikt over immens veel geld, brandstof, een eigen zender, mogelijk meer dan tien concessies, groot materieel, transportfaciliteiten en wat dies meer zij, alsook over een eigen voetbalteam en sportfaciliteiten.
Zie hier een duidelijk spanningsveld tussen de door de rechtsstaat vereiste daadkracht in het landsbelang en de feitelijke daadkracht waarvan Brunswijk zich bedient.
In het bijzonder maakt zijn immense vermogen Brunswijk bijna onaantastbaar voor het centrale gezag. Terwijl er in Paramaribo (nog) wordt gepraat over geld, drukt hij zijn wil door in het binnenland.
Zijn herhaaldelijk publiekelijk gebezigde harde taal en dreigementen spreken duidelijk voor zich, terwijl de snelheid waarmee het hoger beroep van de inmiddels voormalige directeur van de TAS in behandeling werd genomen, zeker te denken geeft.
De politieke schaduwzijde van daadkracht
De daadkracht van Brunswijk heeft overigens ook een duidelijke schaduwzijde, die is samen te vatten als (politieke) “chantage”.
Dit is in de politiek geen criminele chantage, maar de kunst om zichzelf onmisbaar te maken en die positie vervolgens uit te buiten.
Momenteel heeft de ABOP zes DNA-zetels. Op een totaal van 51 lijkt dat weinig, maar binnen de coalitie van 34 zetels, verdeeld over zes partijen, zijn die zes zetels eigenlijk de kurk waarop de regering-Simons-Rusland drijft.
Zonder de ABOP heeft president Simons nog maar 28 zetels: een meerderheid op papier, maar in de praktijk onwerkbaar.
Elke breuk met de PL of de BEP kan leiden tot de val van de regering. Dat weet Brunswijk heel goed. Daarom komt hij bij elke onderhandeling met een herhaling van zetten en hetzelfde ritueel: de emmer is vol en de afspraken worden niet nagekomen.
Een publieke mededeling dat zijn ultimatum op 16 juli 2026 zou aflopen, na een jaar regering-Simons-Rusland, liep met een sisser af.
Er kwam geen breuk, maar kennelijk een schouderklopje en werden de plooien wederom gladgestreken, of er werden aanvullende beloften en toezeggingen binnengehaald.
Eind september 2026 was de emmer van Brunswijk weer vol. De hamvraag bij velen is nu: waarom loopt de (bodemloze) emmer van Brunswijk nooit over?
Waarom de emmer nooit overloopt
Mijns inziens ligt de verklaring hiervoor in het feit dat de zes zetels van de ABOP in de oppositie niet veel te betekenen hebben.
Daarbij komt dat vertrek sowieso zal resulteren in het verlies van ministersposten en topambtenarenfuncties, posten voor districtscommissarissen, directieleden, raden van commissarissen en ambassadeurs, het faciliteren van family and friends, dienstreizen, diverse privileges, et cetera. De regering verlaten betekent zichzelf in de voet schieten!
Kenmerkend is dat het erop lijkt dat president Simons alles oogluikend toestaat. Een breuk met de ABOP zal immers meer schade teweegbrengen dan het doen van alle toezeggingen aan Brunswijk.
Negeren is soms machtiger dan terugslaan, zeker als niemand nog in die dreigementen en beschuldigingen van chantage gelooft.
Zo houdt het systeem zichzelf in stand: “de chantage in Paramaribo bepaalt enerzijds de daadkracht in het binnenland en de daadkracht in het binnenland rechtvaardigt anderzijds de chantage in Paramaribo”.
Een volle emmer die nooit overloopt?
De volle emmer zal vol blijven, maar nooit overlopen, tenzij het tij zich keert!
Daadkracht bij Brunswijk is niet gericht op besturen, maar steeds op het onder druk onderhandelen. Jarenlang heeft hij Suriname laten zien dat je voor regeringsdeelname geen meerderheid nodig hebt, maar slechts een prijs.
Hij wist eerder zowel Bouterse als Santokhi te chanteren en blijkt nu zijn eigen politieke toekomst te chanteren. Deze tragedie werkte tot 25 mei 2025, totdat de kiezer bewust de emmer afpakte.
Wat blijft er over van een leider zonder emmer? Alleen de man zelf!
Roy Harpal
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







