Twee maanden geleden werd de nieuwe Surinamerschapswet feestelijk aangenomen in De Nationale Assemblée.
Nu blijkt dat de wet precies doet wat critici voorspelden: niets oplossen.
Nederlandse voetballers die voor Natio kiezen, lopen nog steeds het risico hun Nederlandse paspoort kwijt te raken. Tijd voor een eerlijke analyse, en voor een wet die wél werkt, voor álle Surinamers.
Een wet geschreven op de tribune
Het initiatiefvoorstel werd op 18 augustus ingediend en al op 8 september aangenomen. Dat gebeurde midden in het reces, kort na half twee ‘s nachts, met 29 algemene stemmen.
Er werd dus drie weken uitgetrokken om een van de meest fundamentele wetten van ons land te wijzigen: de wet die bepaalt wie Surinamer is.
De toon van het debat zei genoeg. Het ging over trots, over saamhorigheid, over “sport bindt een natie”. Allemaal mooi, maar emotie is geen wetgevingstechniek. Er was haast, omdat er interlands op het programma stonden. En dat is te zien.
De kritiek groeide dat dit een wet was voor een handjevol voetballers. Daarom werd op 3 september snel een nota van wijziging ingediend, waarin “wetenschappers” werden toegevoegd.
Dat is geen visie, dat is oplapwerk. Ingenieurs, artsen, landbouwkundigen, ondernemers en gewone Surinamers in de diaspora vallen er nog steeds buiten.
Willekeur: de president deelt paspoorten uit
Het hart van de wet is gevaarlijk. Het Surinamerschap wordt verkregen op de dag dat de president daartoe besluit, per persoon.
Daarmee wordt nationaliteit iets dat van bovenaf wordt toegewezen aan wie de staat op dat moment nuttig vindt: vandaag een spits, morgen misschien een politieke vriend.
Zo ontstaan eerste-, tweede- en derdeklas-Surinamers. Neem de dochter van een Surinaamse moeder die als verpleegkundige in Amsterdam werkt: zij telt niet mee.
Haar neef die toevallig goed kan voetballen wel. Surinaamse afkomst kent geen rangen en standen, maar deze wet maakt ze wel.
Niemand belde Den Haag
Het pijnlijkste punt is dit. De wet moest voorkomen dat spelers hun Nederlandse nationaliteit verliezen, maar niemand heeft gecontroleerd of Nederland dat ook zo zou zien.
Het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid liet de NOS weten dat het niet betrokken was bij de totstandkoming van de wet, net zo min als de IND.
Volgens het ministerie is het niet genoeg dat de Surinaamse nationaliteit “van rechtswege” wordt verkregen. Elk geval wordt apart beoordeeld.
Wie de Nederlandse wet leest, had dit kunnen zien aankomen. Volgens artikel 15 van de Rijkswet op het Nederlanderschap verliest een meerderjarige Nederlander zijn nationaliteit als hij vrijwillig een andere nationaliteit verkrijgt. Onze wet noemt de verkrijging automatisch, maar ze vereist wel:
– een besluit van de president per persoon;
– gekoppeld aan de wens om voor Suriname uit te komen;
– en een PSA-document, waarvoor je zelf een aanvraag moet doen.
Dan is het voor een Nederlandse jurist geen grote stap om te concluderen: dit is gewoon een keuze, verpakt als automatisme.
De gevolgen zijn echt. Jean-Paul Boëtius moest van de gemeente Rotterdam zijn Nederlandse paspoort inleveren. Hij woont nu met een verblijfsvergunning in het land waar hij geboren is.
Tjaronn Chery en Virgil Misidjan vechten om hun nationaliteit terug. Talenten als Danilho Doekhi, Milan van Ewijk en Jayden Oosterwolde stellen hun keuze uit. Een wet die spelers naar Natio moest halen, jaagt ze weg.
Wat Marokko wél begrijpt
Marokko heeft dit probleem niet, en dat komt niet door een slimme sportwet. Een kind van een Marokkaanse ouder is Marokkaan vanaf de geboorte, waar ook ter wereld.
Een Nederlands-Marokkaanse voetballer kiest dus nooit voor een tweede nationaliteit, want hij heeft die al vanaf zijn eerste dag.
Nederland erkent dat. Ook de IND schrijft dat je geen dubbele nationaliteit kunt aanvragen, maar dat je die wel automatisch kunt krijgen, bijvoorbeeld bij geboorte.
Dat is de sleutel. De sporter hoeft niets te doen en de president hoeft niets te besluiten. De wet zelf moet zeggen: wie van Surinaamse afkomst is, ís Surinamer.
Het voorstel: één Surinamerschap voor alle Surinamers
Ik stel voor dat DNA de septemberwet vervangt door een principiële regeling, gebouwd op afstamming en niet op prestatie. Concreet:
1. Afstamming als grondslag.
Iedereen met een ouder of grootouder die Surinamer is of was, of in Suriname is geboren, is Surinamer door geboorte. Dat geldt voor iedereen, ongeacht beroep, talent, inkomen of woonplaats.
2. Van rechtswege, met terugwerkende kracht tot de geboorte.
Geen aanvraag, geen eed, geen handtekening, geen PSA-vereiste en vooral geen besluit van de president per persoon. Wie aan de afstammingseis voldoet, is het al.
3. Vaststellen, niet verlenen.
Het Centraal Bureau voor Burgerzaken geeft op verzoek een verklaring van vaststelling af. Dat is een bewijs van een nationaliteit die al bestaat, geen toekenning van een nieuwe. Dat onderscheid is juridisch cruciaal, omdat Nederland toetst of de verkrijging vrijwillig was.
4. Altijd vrij om afstand te doen.
Wie de band niet wil, kan er eenvoudig en kosteloos afstand van doen. Zo vermijden we de terechte kritiek van Nederlandse Marokkanen die zich een nationaliteit opgedrongen voelen.
5. Nationaliteit is niet hetzelfde als stemrecht.
De wet heet niet voor niets de Wet op het Surinamerschap én het Ingezetenschap. Koppel kiesrecht, dienstplicht en vergelijkbare plichten aan ingezetenschap. Dat neemt de angst weg dat de diaspora “van buitenaf” komt meebeslissen, en houdt de wet zuiver.
6. Vooraf juridisch toetsen, aan beide kanten van de oceaan.
Leg het ontwerp vóór de behandeling voor aan de Raad van State en aan onafhankelijke experts in nationaliteitsrecht in Suriname en Nederland.
Vraag Den Haag via Buitenlandse Zaken ook formeel om een standpunt van het ministerie van Justitie en Veiligheid en de IND. Geen wet meer die pas na aanname in Nederland wordt getoetst.
7. Een bilateraal spoor.
Open gesprekken met Nederland over een protocol bij de Toescheidingsovereenkomst van 1975. Daarin moet staan dat Surinamerschap door afstamming nooit mag leiden tot verlies van het Nederlanderschap.
Steun tegelijk, samen met de diaspora, het Nederlandse initiatiefwetsvoorstel voor dubbele nationaliteit (34632). De behandeling daarvan is opnieuw uitgesteld, tot 7 december 2026.
8. Herstel voor wie al getroffen is.
Spelers die hun Nederlandse paspoort al kwijt zijn, verdienen juridische en diplomatieke steun van de Surinaamse staat om het terug te krijgen. Wij hebben ze in deze positie gebracht, dus wij laten ze niet alleen.
Eerlijk over de grenzen
Geen Surinaamse wet kan Nederland dwingen. Den Haag beslist uiteindelijk zelf over het Nederlanderschap. Maar een wet die een speler laat kiezen is iets heel anders dan een wet die simpelweg vaststelt wie hij al is.
Het eerste levert een verloren paspoort op. Het tweede geeft onze diaspora de sterkst denkbare juridische positie: dezelfde die Marokkaanse Nederlanders al tientallen jaren hebben.
Tot slot
Suriname heeft zijn diaspora te lang behandeld met wantrouwen, uitzonderingen en loketten. De septemberwet was daar het zoveelste voorbeeld van, alleen nu met een voetbal erbij.
Het Surinamerschap is geen medaille die je verdient met een doelpunt. Het is een geboorterecht. Laten we het ook zo opschrijven: zorgvuldig, en deze keer mét de juristen aan tafel.
Maisha Neus
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







