Suriname staat vermoedelijk in november opnieuw voor een cruciaal moment: de ondertekening van een nieuwe Production Sharing Contract (PSC) met Petronas.
De vraag is niet alleen hoeveel olie en gas er in onze bodem zit, maar vooral: wie plukt de vruchten hiervan en wie zorgt ervoor dat voldoende ‘vruchten’ voor Suriname achterblijven?
Volgens de Petroleumwet treedt Staatsolie Suriname N.V. op als agent van de Staat. Maar wat betekent dat in de praktijk, en wie controleert de agent?
Staatsolie als agent: theorie versus praktijk
Wettelijk moet Staatsolie namens de Staat optreden bij het sluiten en beheren van PSC’s. In de praktijk blijkt echter dat bij de PSC met Total het contract tot het ‘meest geheime document ooit’ is verheven.
Zelfs huidige vakministers blijken geen inzage te hebben gehad. Transparantie en parlementaire controle ontbraken volledig bij de totstandkoming.
Het gevolg is dat Suriname niet weet welke verplichtingen zijn aangegaan, welke inkomsten verwacht mogen worden en welke risico’s zijn afgedekt.
Structurele tekortkomingen
Op het gebied van Local Content ontbreken afdwingbare verplichtingen voor Surinaamse bedrijven en werknemers.
Ook zijn er geen waarborgen tegen winstverschuiving en belastingontwijking via Transfer Pricing. Dit is een kardinale blunder van Staatsolie ter waarde van miljarden!
Suriname wordt sinds de jaren zeventig door onder anderen Norman Girvan, een van de grondleggers van CARICOM, erop gewezen dat inkomsten in de bauxietindustrie via allerlei constructies naar het buitenland werden gebracht.
Daarnaast is fiscale ringfencing een belangrijk aandachtspunt. Contractuele ringfencing is namelijk niet hetzelfde als fiscale ringfencing.
Contractuele ringfencing biedt bescherming op basis van contractuele afspraken, terwijl fiscale ringfencing bescherming biedt op basis van belastingwetgeving. Zonder wettelijke verankering kan de Belastingdienst daardoor miljarden mislopen.
Ook adviezen zijn volgens mij stelselmatig genegeerd. Staatsolie heeft jarenlang, vaak kosteloze, aanbevelingen van lokale instituten en deskundigen over bovengenoemde onderwerpen afgewezen en gedroeg zich daarbij als een organisatie in een ‘ivoren toren’.
Een adviesrol die nooit is vervuld
Waar men zou verwachten dat Staatsolie als agent van de Staat de regering tijdig en deskundig zou adviseren over noodzakelijke wetgeving, is dit nooit gebeurd.
Pas nadat het kalf verdronken was, kwamen onafhankelijke deskundigen uit de samenleving in actie en deden zij wat Staatsolie had moeten doen.
Het is onbegrijpelijk dat een bedrijf met bijkans veertig jaar ervaring in de branche niet zelf tot deze inzichten is gekomen.
De vraag dringt zich op of dit opzettelijk gebeurt, of dat Staatsolie structureel incompetent is, dan wel of belangen een rol spelen.
Belangenverstrengeling en propaganda
Staatsolie presenteert zich als deskundige, maar gedraagt zich naar mijn oordeel eerder als propagandist van multinationals.
Op verschillende podia wordt bijvoorbeeld verkondigd dat Suriname geen Local Content-wet nodig zou hebben, maar slechts een beleid (policy).
Het argument dat een policy volstaat in plaats van een wet, is misleidend. In Suriname betekent policy vaak onderonsjes en verdeelpraktijken, zonder wettelijke afdwingbaarheid.
Daarnaast blijken enkele particuliere juristen die het ontbreken van een specifieke ringfencingwet verdedigen, ook consultants van oliemaatschappijen te zijn.
Zij praten blijkbaar alleen maar hun bazen na, ondanks het feit dat zij Surinamers zijn en men zou verwachten dat zij het volksbelang nastreven.
Internationale context: het risico op miljardenverlies
Landen die geen fiscale ringfencing of maatregelen tegen winstverschuiving en belastingontwijking (Base Erosion and Profit Shifting, BEPS) invoeren, lopen het risico miljarden aan inkomsten mis te lopen.
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) heeft daarom onder meer het Inclusive Framework en Pillar Two ingevoerd.
Deze internationale regels zijn gericht op een effectief minimumheffingstarief van 15 procent voor grote multinationale ondernemingen die onder de regeling vallen.
Suriname loopt het risico dat belastinginkomsten uit PSC’s elders, onder andere in Amsterdam via besloten vennootschappen (B.V.’s) van hier opererende multinationals, worden geclaimd zolang wij deze regels niet wettelijk verankeren.
Onze organisatie heeft inmiddels een beleidsnota aan de autoriteiten gestuurd waarin de noodzaak van aansluiting bij het OECD Inclusive Framework en de implementatie van Pillar Two wordt benadrukt.
Daarnaast zijn vier conceptwetten opgesteld, zodat Suriname straks niet miljarden aan belastinginkomsten misloopt.
Politieke verantwoordelijkheid
Niet alleen Staatsolie, maar ook opeenvolgende ministers van Economische Zaken, Natuurlijke Hulpbronnen en Financiën, alsook de Belastingdienst, hebben in deze kwestie chronisch en ernstig gefaald.
Zij hebben nagelaten wetgeving en wereldwijde standaarden te koppelen aan PSC’s en daarmee de Staat te beschermen tegen de juridische constructies van multinationals.
Conclusie en oproep: tijd voor hervorming
De rol van Staatsolie als agent van de Staat moet grondig worden geëvalueerd. Er is dringend behoefte aan transparantie, wettelijke hervormingen en een duidelijke verantwoordingsstructuur.
Alle PSC’s moeten openbaar en parlementair controleerbaar zijn. Daarnaast moet het Staatsolie Hydrocarbon Institute worden ontkoppeld van Staatsolie.
Ook moeten Local Content, Transfer Pricing en fiscale ringfencing wettelijk worden verankerd, evenals bunkering en de daarvoor noodzakelijke fiscale transparantie. Bovenal moet er een echte Sovereign Wealth Fund komen.
De rol van de CEO van Staatsolie mag in dit verband niet worden vergeten. Tijdens de vorige regeringsperiode zou deze functionaris samen met de toenmalige minister van Financiën hebben getracht het Spaar- en Stabilisatie Fonds zodanig aan te passen dat het voor regerings- en politieke doeleinden kon worden ingezet, in plaats van voor het grotere lands- en volksbelang.
Verder moet er bij Staatsolie een culturele omslag komen, waarvoor sterk leiderschap noodzakelijk is. De top van Staatsolie moet worden doorgelicht en hervormd. Ten slotte moet Suriname zich aansluiten bij het OECD Inclusive Framework om belastingontwijking te voorkomen.
Zonder deze maatregelen dreigt Suriname, ondanks zijn olie- en gasrijkdom, hetzelfde lot te ondergaan als vele Afrikaanse en andere landen: rijkdom in de grond, armoede boven de grond.
Ir. Dharmvir K. Mungra
Voorzitter De Nieuwe Leeuw (DNL)
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







