De voorzitter moet niet uitsluitend worden gekozen via bepaalde partijstructuren. Hij of zij moet zich rechtstreeks verantwoorden tegenover de volledige ledenbasis.
Dat betekent dat kandidaten zich tijdig bekendmaken. Zij presenteren een inhoudelijk programma. Zij leggen uit welke koers zij met de VHP willen varen. Zij gaan met elkaar in debat. Ook moet de financiering van hun interne campagnes transparant worden gemaakt.
De uiteindelijke uitslag moet controleerbaar zijn. Ook moet deze voor alle leden inzichtelijk worden vastgesteld.
Op die manier zegt de VHP niet alleen dat zij interne democratie belangrijk vindt. Zij institutionaliseert die democratie daadwerkelijk.
Daarmee ontstaat bovendien een eerlijkere verhouding tussen kandidaat en lid. Het lid hoeft dan niet langer uitsluitend af te gaan op wat binnen de eigen kern of het eigen netwerk wordt besproken. Het kan rechtstreeks beoordelen welke persoon het beste aansluit bij de politieke visie die het voor de partij heeft.
Juist daarin zou de VHP zich werkelijk kunnen onderscheiden van de traditionele politieke cultuur. In die cultuur ontstaat leiderschap vaak uit langdurige interne netwerken. Voor gewone leden is het dan moeilijk om precies te zien hoe de uiteindelijke machtsvorming tot stand komt.
Het gevaar van een kernenmodel is niet bewezen fraude, maar te veel onzichtbare macht
De discussie over de kernen moet zorgvuldig worden gevoerd. Het zou onjuist zijn om zonder bewijs te suggereren dat een toekomstige voorzittersverkiezing door corruptie of omkoping zou worden bepaald.
Het werkelijke punt is institutioneel en veel eenvoudiger: hoe groter de groep die rechtstreeks stemt, hoe moeilijker het wordt om individuele stemmers als machtsblok te beïnvloeden. Ook wordt de legitimiteit van de uiteindelijke winnaar groter.
Een voorzitter die door honderden of duizenden leden rechtstreeks is gekozen, kan tegenover de partijstructuren zeggen dat zijn of haar mandaat rechtstreeks van de leden afkomstig is.
Een voorzitter die vooral door een beperkter systeem van vertegenwoordiging wordt aangewezen, moet zijn legitimiteit daarentegen veel sterker ontlenen aan de interne partijstructuren die de verkiezing hebben georganiseerd.
Daarmee is niet gezegd dat het huidige systeem illegitiem is. Wel heeft de VHP, als zij zichzelf werkelijk wil vernieuwen, de kans om een systeem te ontwerpen waarin de legitimiteit van de voorzitter maximaal rechtstreeks uit het lidmaatschap voortkomt.
Juist dat zou passen bij de retoriek van politieke vernieuwing.
VHP bevindt zich in merkwaardige politieke tussenfase
De VHP bevindt zich inmiddels in een merkwaardige politieke tussenfase. Vrijwel iedereen binnen en buiten de partij lijkt te begrijpen dat er iets moet veranderen. Er wordt steeds nadrukkelijker gesproken over vernieuwing, modernisering, professionalisering en een nieuwe politieke koers.
Tegelijkertijd worden de meest elementaire vragen over de toekomstige machtsverhoudingen binnen de partij nog steeds niet helder beantwoord.
Glenn Oehlers nam na het overlijden van Chan Santokhi op 4 mei 2026 het voorzitterschap van het hoofdbestuur over. Hij heeft aangegeven dat zijn huidige bestuurstermijn loopt tot het partijcongres van 29 mei 2027. Dan moet een nieuw bestuur worden gekozen.
Tegelijkertijd heeft hij publiekelijk verklaard dat hij nog geen definitieve beslissing heeft genomen over zijn eigen toekomst. Een formele kandidatuur voor het voorzitterschap is volgens hem op dit moment niet aan de orde.
De partij is ondertussen bezig met de evaluatie van haar structuren. Ook wordt gewerkt aan verdere modernisering en professionalisering, een nieuwe beleidsvisie en strategie richting 2030 en een nieuwe mediastrategie.
Dat voorzichtige optreden was na het plotselinge wegvallen van Santokhi begrijpelijk. Een politieke partij moet onder zulke omstandigheden eerst haar bestuurlijke continuïteit bewaken. Ook moet worden voorkomen dat een plotselinge leiderschapsstrijd de organisatie verder destabiliseert.
Maar voorzichtigheid heeft in de politiek een houdbaarheidsdatum. Die datum komt voor de VHP inmiddels steeds dichterbij.
Wanneer een partij maandenlang zegt dat zij bezig is met evalueren, moderniseren, professionaliseren en nadenken over haar toekomstige koers, maar tegelijkertijd geen helder proces presenteert waarin kandidaten zich kunnen melden, hun visie kunnen uiteenzetten en de leden kunnen bepalen wie de partij moet leiden, ontstaat een probleem.
Bestuurlijke voorzichtigheid kan dan langzaam overgaan in uitstel. Uitstel kan uiteindelijk veranderen in inertie.
Het probleem van de VHP is daarom niet dat zij te weinig over vernieuwing praat. Het probleem is dat de buitenwereld nog onvoldoende ziet dat die vernieuwing daadwerkelijk plaatsvindt.
Soedamah heeft precies het debat geopend dat de VHP nu nodig heeft
De timing van de oproep van Lachman Soedamah kan daarom nauwelijks belangrijker zijn.
Tijdens de tiende Mr. Jagernath Lachmon Lezing op 24 september heeft hij niet simpelweg gevraagd wie de volgende voorzitter moet worden. Hij heeft gepleit voor een fundamenteel debat over de ideologische én organisatorische koers van de VHP richting de interne verkiezingen van mei 2027.
Volgens Soedamah moeten die verkiezingen niet uitsluitend worden gereduceerd tot een strijd om personen en functies. Kandidaten moeten duidelijk maken welke politieke richting zij met de partij willen inslaan.
Daarbij ziet hij onder meer ruimte voor discussie over een sociaaldemocratische, sociaalliberale of sterker op duurzaamheid gerichte koers. Daarnaast pleit hij voor eerlijke interne procedures, transparante verantwoording, grotere invloed van jongeren en vrouwen en een structurele plaats voor de diaspora binnen de partij.
Dat is precies de discussie die een partij als de VHP op dit moment nodig heeft.
Een politieke organisatie vernieuwt zich namelijk niet door uitsluitend nieuwe gezichten naar voren te schuiven. De manier waarop macht binnen die organisatie wordt verdeeld, gecontroleerd en gelegitimeerd, moet eveneens veranderen.
Wanneer de VHP werkelijk wil spreken over vernieuwing, moet zij daarom niet alleen antwoord geven op de vraag welke mensen in het nieuwe bestuur moeten zitten.
Zij moet ook antwoord geven op andere vragen.
Welke politieke visie vertegenwoordigen zij? Welke koers hebben zij voor de komende tien of twintig jaar voor ogen? En welke nieuwe democratische mechanismen zijn zij bereid binnen de eigen partij in te voeren?
Soedamah legt daarmee een vinger op een gevoelige plek. Hij zegt feitelijk dat de VHP vóór het congres van 2027 niet alleen nieuwe bestuurders nodig heeft. Zij heeft ook een nieuw politiek verhaal, een nieuwe interne cultuur en een duidelijkere vorm van interne democratie nodig.
De kern van zijn boodschap is dat verschillen van inzicht binnen een brede volkspartij niet noodzakelijk een bedreiging hoeven te vormen. Dat geldt zolang leden zich vrij kunnen uitspreken en daadwerkelijk invloed hebben op de keuzes die uiteindelijk worden gemaakt.
Daarmee ontstaat meteen de vraag waarom de VHP, als zij deze discussie werkelijk serieus neemt, nog steeds geen helder en zichtbaar leiderschapsproces heeft ingericht.
Wie wordt voorzitter van de VHP en welke politieke koers krijgt die voorzitter mee?
Asis wordt de voorzitter. Met of zonder zijn Chan-borstbeelden zal hij met zijn financiers makkelijk de stoel veroveren.
En mogelijk terecht. Want de rest is aan het suffen, in slaap of in permanente coma.
Op dit moment is publiekelijk bekend dat Oehlers zijn toekomstige kandidatuur niet heeft uitgesloten. Hij heeft daarover nog geen besluit genomen.
Ook Asis Gajadien is nadrukkelijk in beeld gekomen. Hij heeft aangegeven dat hij gesprekken voert en draagvlak probeert te beoordelen voordat hij een definitieve beslissing neemt.
Gajadien heeft bovendien publiekelijk benadrukt dat de discussie niet uitsluitend over zijn persoon moet gaan. Het moet gaan over de toekomst van de VHP, de herijking van de partij-ideologie, een brede partijvisie richting 2050 en een vorm van collectief leiderschap waarin ervaring en vernieuwing met elkaar worden verbonden.
Ook Mahinder Jogi heeft zich publiekelijk in de discussie gemengd. Hij stelt dat Gajadien volgens hem onvoldoende draagvlak heeft voor het voorzitterschap.
Volgens Jogi moet de keuze voor een nieuwe voorzitter vooral worden bepaald door wat het beste is voor de partij en door overleg en consensus binnen de VHP.
Gajadien heeft daarop juist benadrukt dat het uiteindelijk de bevoegde partijstructuren zijn die volgens de interne democratische regels bepalen wie voldoende draagvlak heeft.
En precies hier wordt het interessant.
De VHP heeft inmiddels verschillende stemmen die iets zeggen over leiderschap, draagvlak, vernieuwing en interne democratie. Maar de gewone partijleden en de Surinaamse samenleving weten nog steeds niet in een transparant proces welke kandidaten zich daadwerkelijk kandidaat willen stellen.
Ook is niet duidelijk welke politieke programma’s zij vertegenwoordigen en volgens welke procedure de uiteindelijke keuze tot stand zal komen.
Dat is niet slechts een organisatorisch detail.
Wanneer de VHP zegt dat zij haar partijstructuren wil moderniseren en professionaliseren, behoort juist de verkiezing van de partijvoorzitter het belangrijkste voorbeeld van die modernisering te zijn.
De voorzitter en de presidentskandidaat kunnen politiek niet zomaar van elkaar worden losgeknipt
Daar komt een nog fundamentelere kwestie bij: wie moet namens de VHP in de toekomst presidentskandidaat worden?
Juridisch gezien zijn partijvoorzitter en presidentskandidaat vanzelfsprekend twee verschillende functies. De Surinaamse Grondwet schrijft niet voor dat de voorzitter van een politieke partij automatisch de persoon moet zijn die door die partij voor het presidentschap wordt voorgedragen.
Politiek gezien is het echter buitengewoon ingewikkeld om deze twee functies volledig van elkaar los te maken wanneer een partij zichzelf opnieuw presenteert als een nationale regeringspartij.
De recente geschiedenis van de VHP maakt dat duidelijk. Chan Santokhi was in 2020 zowel voorzitter van de VHP als presidentskandidaat van de partij. Vervolgens werd hij president van Suriname.
Partijleiding en nationaal leiderschap kwamen daardoor in één persoon samen.
De VHP is daardoor gewend geraakt aan een politieke constructie waarin de partijvoorzitter niet alleen de interne organisatie leidt, maar tegelijkertijd ook het belangrijkste nationale gezicht van de partij is.
Daarom moet de VHP niet doen alsof het eenvoudig is om de functies van voorzitter en presidentskandidaat volledig van elkaar te scheiden. Evenmin kan zij vervolgens beweren dat daarmee automatisch een moderne partijstructuur is gecreëerd.
Natuurlijk kan een partij institutioneel kiezen voor een voorzitter die niet de presidentskandidaat is. Daarmee ontstaan echter twee verschillende machtscentra.
Die hebben ieder hun eigen legitimiteit, achterban, politieke verantwoordelijkheid en publieke profiel.
De partij moet dan voortdurend omgaan met de vraag wie de feitelijke politieke koers bepaalt. Ook moet duidelijk zijn wie uiteindelijk het gezicht van de nationale verkiezingscampagne wordt.
De VHP moet daarom vóór haar congres helderheid creëren over de verhouding tussen beide functies.
Het is voor de leden en voor de kiezers van fundamenteel belang om te weten wie de organisatie leidt en wie namens die organisatie uiteindelijk het vertrouwen van het Surinaamse volk vraagt om het land te besturen.
Wie wordt voorzitter? Welke koers vertegenwoordigt die voorzitter? En wie wordt de persoon die namens die koers president van Suriname wil worden?
Dat zijn geen vragen die de VHP pas na haar interne verkiezingen kan beantwoorden. De antwoorden bepalen juist mede waarop de leden hun stem moeten uitbrengen.
Waarom zou de VHP niet dezelfde democratische ambitie binnen haar eigen organisatie tonen?
De vraag wordt nog pregnanter wanneer men kijkt naar het bredere politieke debat in Suriname. Daarin speelt het beginsel van gelijke stemwaarde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het nationale kiesstelsel.
Als een politieke partij vindt dat burgers in Suriname op basis van gelijke stemwaarde moeten kunnen deelnemen aan de nationale democratie, is het redelijk om vervolgens te vragen waarom diezelfde partij dat democratische principe niet zoveel mogelijk binnen haar eigen organisatie zou willen toepassen.
Een interne verkiezing volgens one member, one vote zou bovendien een belangrijk signaal afgeven aan de samenleving.
De VHP zou dan niet alleen beweren dat zij een moderne politieke beweging wil zijn. Zij zou daadwerkelijk laten zien dat zij bereid is haar eigen leden meer macht te geven over de toekomst van de partij.
Dat zou een veel overtuigender vorm van vernieuwing zijn dan alleen het aankondigen van een nieuwe beleidsvisie, een nieuwe mediastrategie of een nieuwe organisatorische structuur.
Want uiteindelijk wordt de kwaliteit van een politieke partij niet alleen bepaald door wat zij op papier belooft. Ook de manier waarop zij intern met macht omgaat, telt.
Het geduld van Oehlers moet niet veranderen in een permanente wachtkamer
Glenn Oehlers heeft na het overlijden van Santokhi een moeilijke taak gekregen. Hij moet de continuïteit van de VHP bewaken op een moment waarop de partij tegelijkertijd haar identiteit na de periode-Santokhi opnieuw moet definiëren.
Dat Oehlers waarschuwt tegen een te vroeg begonnen interne verkiezingsstrijd is begrijpelijk. Een langdurige persoonlijke strijd tussen potentiële kandidaten kan de partij verdelen voordat duidelijk is welke inhoudelijke koers de verschillende kandidaten vertegenwoordigen.
Oehlers heeft juist aangegeven dat potentiële kandidaten zich eerst door hun inzet en werkzaamheden binnen de VHP moeten profileren. Ook heeft hij aangegeven dat de partij zich momenteel intern voorbereidt op het congres van mei 2027.
Maar het probleem is dat een interne verkiezingsstrijd niet verdwijnt door er niet over te spreken.
Politieke ambities verplaatsen zich dan eenvoudig naar informele netwerken, persoonlijke gesprekken en interne machtsvorming.
Juist die onzichtbare politieke bewegingen zijn voor gewone partijleden veel moeilijker te controleren dan een open en gereguleerd verkiezingsproces.
Daarom zou het verstandiger zijn om niet te proberen de discussie over kandidaten zo lang mogelijk buiten beeld te houden.
Er moet juist een tijdschema komen waarin kandidaten zich op een bepaald moment officieel bekendmaken. Zij kunnen hun programma publiceren en aan openbare debatten deelnemen. Vervolgens kunnen de leden hen rechtstreeks beoordelen.
Op die manier wordt ambitie niet langer een bron van verdeeldheid. Het wordt onderdeel van een gereguleerd democratisch proces.
De VHP heeft inmiddels voldoende namen en ideeën om het debat te openen
Het is niet zo dat er binnen de VHP helemaal geen beweging is.
De afgelopen maanden zijn verschillende stemmen naar voren gekomen. Zij maken duidelijk dat er wel degelijk wordt nagedacht over de toekomst van de partij.
Soedamah heeft het ideologische en organisatorische debat geopend. Gajadien heeft gesproken over collectief leiderschap en een brede politieke beweging waarin verschillende generaties en geledingen daadwerkelijk worden betrokken.
Jogi heeft zich uitgesproken over het draagvlak voor mogelijke kandidaten. Oehlers heeft aangegeven dat de partij bezig is met modernisering, professionalisering en een nieuwe beleidsvisie richting 2030.
Het probleem is daarom niet dat er geen ideeën zijn. Ook is het niet zo dat er geen mensen zijn die over leiderschap nadenken.
Het probleem is dat deze verschillende bewegingen nog onvoldoende zijn samengebracht in één transparant proces. In dat proces moeten de leden daadwerkelijk kunnen zien welke keuzes voor hen liggen.
Een moderne politieke partij zou juist nu moeten aangeven welke kandidaten zich kunnen aanmelden. Ook moet duidelijk zijn welke criteria gelden, hoe de interne campagne wordt georganiseerd, wanneer de leden hun stem kunnen uitbrengen, hoe de financiering wordt gecontroleerd en hoe de stemmen worden geteld.
Daarna moet ook duidelijk zijn hoe de relatie tussen de gekozen voorzitter en de toekomstige presidentskandidaat wordt ingevuld.
Wanneer de VHP dat niet doet, blijft de vernieuwing grotendeels hangen in toespraken, interviews en beleidsdocumenten.
Wanneer de VHP dat wél doet, kan zij van haar interne leiderschapsverkiezing een historisch moment maken.
Mei 2027 moet niet het moment worden waarop de VHP een nieuwe naam boven een oud systeem plaatst
Daarom staat de VHP de komende maanden voor een veel belangrijkere keuze dan alleen de vraag of Oehlers doorgaat, Gajadien zich kandidaat stelt of een andere kandidaat naar voren komt.
De werkelijke keuze gaat over de vraag of de partij bereid is haar eigen interne machtsstructuur aan te passen aan de moderne democratische principes die zij in de samenleving zegt te vertegenwoordigen.
Wanneer de VHP kiest voor een transparante leiderschapsverkiezing waarin kandidaten zich inhoudelijk moeten presenteren, leden rechtstreeks hun stem kunnen uitbrengen, financiële belangen inzichtelijk worden gemaakt en de verhouding tussen voorzitter en presidentskandidaat vooraf duidelijk wordt besproken, dan begint de vernieuwing niet bij de persoon die uiteindelijk wordt gekozen.
De vernieuwing begint bij het systeem waarin die persoon wordt gekozen.
Wanneer de partij daarentegen vasthoudt aan een proces waarin kandidaten zich pas laat melden, de belangrijkste gesprekken grotendeels achter gesloten deuren plaatsvinden en de uiteindelijke beslissing vooral afhankelijk blijft van bestaande partijstructuren, dan zal het voor de buitenwereld bijzonder moeilijk worden om het verschil te zien tussen de aangekondigde vernieuwing en de traditionele manier waarop politieke macht binnen de partij wordt georganiseerd.
En daar ligt uiteindelijk de kern van de zaak.
De VHP heeft een nieuwe manier nodig om leiderschap te legitimeren
De VHP heeft niet alleen een nieuwe voorzitter nodig. De VHP heeft een nieuwe manier nodig om leiderschap te legitimeren.
De partij heeft niet alleen een nieuwe presidentskandidaat nodig. Zij heeft een helder politiek verhaal nodig waarin duidelijk wordt waarom juist die persoon namens de VHP het land zou moeten willen leiden.
De partij heeft niet alleen een nieuwe beleidsvisie nodig. Zij heeft een interne democratische structuur nodig die ervoor zorgt dat die visie daadwerkelijk door de leden wordt gedragen.
En de partij heeft niet alleen meer tijd nodig. Zij heeft een duidelijke planning nodig waarbinnen die vernieuwing daadwerkelijk zichtbaar wordt.
Daarom begint het geduld van Oehlers, hoe begrijpelijk het in de eerste fase ook was, steeds meer op inertie te lijken wanneer daar geen concrete stappen tegenover staan.
De VHP kan niet tot mei 2027 blijven wachten met het beantwoorden van de fundamentele vragen die bepalen welke partij er in mei 2027 überhaupt gekozen wordt.
Conclusie
Wie wordt voorzitter van de VHP? Welke politieke koers vertegenwoordigt die voorzitter? Wie wordt de presidentskandidaat? En hoe worden de leden in staat gesteld om daar daadwerkelijk en rechtstreeks over te beslissen?
Zolang die vier vragen niet helder worden beantwoord, blijft de aangekondigde vernieuwing vooral een belofte.
En misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste test voor de VHP.
Als de partij werkelijk gelooft in politieke vernieuwing, democratische participatie en het principe dat iedere stem dezelfde waarde behoort te hebben, waarom zou zij dan niet het lef hebben om haar eigen voorzitter rechtstreeks door haar eigen leden te laten kiezen?
Want pas wanneer de VHP bereid is om ook haar eigen macht werkelijk te democratiseren, kan zij overtuigend beweren dat zij niet slechts bezig is met het zoeken naar een nieuwe voorzitter, maar daadwerkelijk bezig is met het vernieuwen van de partij.
Dr. Ashwin Ramcharan
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







