Na twintig jaar stap je opnieuw uit het vliegtuig op Zanderij. De tropenlucht voelt vertrouwd, maar daarna volgt de vervreemding.
Het gebouw lijkt nauwelijks veranderd. Buiten staan dezelfde oude structuren, dezelfde verhalen en volgens sommigen zelfs dezelfde excuses.
Voor de bezoeker die ondertussen carrière heeft gemaakt in Amsterdam, Toronto of Miami kan het lijken alsof hij twintig jaar heeft geleefd en Suriname twintig jaar heeft gewacht.
Dat gevoel kan omslaan in teleurstelling, schaamte of zelfs minachting.
De vraag is alleen of Suriname werkelijk heeft stilgestaan, of dat de terugkeerder zelf zo ver is veranderd dat hij zijn oude land niet meer kan zien zonder het voortdurend met zijn nieuwe wereld te vergelijken.
Je oude thuis kan vreemd gaan voelen
Ik denk dat dit vaker gebeurt dan we toegeven. Sommige Surinamers bouwen elders een succesvol leven op en willen uiteindelijk nauwelijks nog met Suriname worden geassocieerd.
Daar kan iets achter zitten wat oikofobie wordt genoemd: een sterke afkeer van het eigene. Suriname wordt dan vooral gekoppeld aan achterstand, chaos en beperkingen.
Ook opleiding kan afstand creëren. Wie jarenlang tussen hoogopgeleide collega’s werkt, kan gesprekken en maatschappelijke discussies in Suriname soms weinig uitdagend vinden.
Ergernis over bureaucratie, slechte afspraken, informele oplossingen en een gebrek aan professionaliteit kan daar bovenop komen.
Na twintig of dertig jaar botsen ook normen. Punctualiteit, werkhouding, opvoeding, genderrollen en ideeën over verantwoordelijkheid kunnen compleet anders zijn geworden.
En misschien voelt iemand zich inmiddels gewoon Nederlander, Amerikaan of Fransman. Suriname is dan nog de geboorteplaats, maar niet langer thuis.
Maar wie kijkt eigenlijk op wie neer?
Toch vind ik dat de diaspora voorzichtig moet zijn.
Een westers land met Suriname vergelijken op inkomen, infrastructuur en instituties is geen eerlijke wedstrijd.
Wie twintig jaar in een rijk land heeft gewoond, heeft bovendien andere kansen gehad. Dat is iets anders dan culturele superioriteit.
Ook nostalgie speelt mee. Mensen vergelijken het huidige Suriname vaak met een zorgvuldig bewaarde jeugdherinnering.
En een academische titel maakt niemand automatisch wijzer, socialer of bescheidener.
Wat vanuit Nederland chaotisch lijkt, kan in Suriname soms juist een praktische manier zijn om met beperkte middelen en zwakke systemen om te gaan.
Je vindt vaak wat je verwacht
Wie alleen slechte wegen, bureaucratie en achterstand verwacht, zal daar genoeg bevestiging voor vinden.
Nieuwe bedrijven, digitale diensten, jonge professionals en lokale innovatie vallen dan minder snel op.
Misschien is Suriname veranderd. Misschien ben jij veranderd. Waarschijnlijk zijn beide waar.
Maar wie na maatschappelijk succes vooral behoefte voelt om zich van Suriname en minder opgeleide Surinamers af te zetten, moet zich misschien afvragen waar die schaamte werkelijk vandaan komt.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.






