De uitspraken van de Surinaamse president Jennifer Simons en de Trinidadiaanse premier Kamla Persad-Bissessar lijken op het eerste gezicht lijnrecht tegenover elkaar te staan.
Waar Simons het Surinaamse onderwijs mede plaatst in de context van een koloniale erfenis, roept Persad-Bissessar Trinidad en Tobago juist op om na 64 jaar onafhankelijkheid niet langer het koloniale verleden als verklaring voor hedendaagse problemen te gebruiken.
Maar onder deze ogenschijnlijke tegenstelling ligt een veel interessantere vraag: wanneer houdt de koloniale erfenis op een verklaring te zijn en wanneer wordt zij een excuus?
En omgekeerd: wanneer wordt het spreken over eigen verantwoordelijkheid een manier om historische oorzaken te gemakkelijk buiten beschouwing te laten?
Juist voor Suriname en Trinidad en Tobago, twee Caribische landen met een verschillende koloniale geschiedenis maar vergelijkbare vragen over ontwikkeling, identiteit, onderwijs en bestuur, is dat een relevante discussie.
Simons: het verleden werkt door in het onderwijs
Tijdens de opening van het Nationaal Onderwijscongres op 8 juni 2026 plaatste president Simons fundamentele vraagtekens bij het huidige Surinaamse onderwijs.
Zij stelde onder meer dat het onderwijs nog kenmerken draagt van een systeem dat uit de koloniale periode is voortgekomen en dat onvoldoende gericht zou zijn op zelfstandigheid, creativiteit en weerbaarheid.
Het Nationaal Onderwijscongres had als thema “Vandaag investeren, morgen transformeren” en richtte zich onder meer op onderwijsontwikkeling, inclusiviteit en versterking van het menselijk kapitaal.
De regering wilde volgens de officiële congresinformatie onder andere werken aan het terugdringen van schooluitval, verbetering van de onderwijskwaliteit en een duidelijkere koers voor het onderwijsstelsel.
De historische achtergrond van haar kritiek is niet zonder grond.
Onderzoek naar het Surinaamse onderwijs laat zien dat het koloniale onderwijssysteem sterk op Nederlandse leest was geschoeid.
Volgens historisch onderzoek werden Nederlandse methoden en curricula gebruikt en sloot het onderwijs onvoldoende aan bij de leefwereld van Surinaamse kinderen. Ook bestonden er grote verschillen tussen stad en district en tussen verschillende bevolkingsgroepen.
Daarbij was het gebruik van het Nederlands als onderwijstaal niet slechts een praktische keuze. Historisch onderzoek beschrijft hoe Nederlandstalig onderwijs onderdeel was van een bredere assimilatiepolitiek.
Daardoor kwamen kinderen uit niet-Nederlandstalige en sociaal-economisch zwakkere milieus in een andere uitgangspositie terecht.
Wie dus beweert dat het huidige onderwijs helemaal losstaat van zijn koloniale geschiedenis, doet de historische ontwikkeling tekort.
Maar een historische erfenis is geen levenslange vrijstelling
Daar zit echter ook de grens.
Suriname is sinds 1975 onafhankelijk. Dat betekent niet dat koloniale structuren automatisch verdwenen op de dag van de onafhankelijkheid.
Institutionele gewoonten, curricula, taalgebruik, bestuursmodellen en maatschappelijke ongelijkheden kunnen veel langer doorwerken.
Maar na vijftig jaar onafhankelijkheid ontstaat tegelijkertijd een andere verantwoordelijkheid.
Als bepaalde onderwijsproblemen vandaag nog bestaan, kan niet iedere tekortkoming uitsluitend worden teruggevoerd op het koloniale systeem.
Achtereenvolgende Surinaamse regeringen, parlementen, onderwijsbesturen en maatschappelijke organisaties hebben decennialang de mogelijkheid gehad om keuzes te maken, systemen te hervormen en nieuwe modellen te ontwikkelen.
Daarmee ontstaat een noodzakelijke tweedeling: de koloniale geschiedenis kan helpen verklaren waarom bepaalde structuren zijn ontstaan, maar zij bepaalt niet automatisch waarom die structuren vandaag nog bestaan.
Dat onderscheid is essentieel.
Persad-Bissessar: neem verantwoordelijkheid voor wat na 1962 is gebeurd
Premier Kamla Persad-Bissessar kiest in haar onafhankelijkheidsboodschap van 30 augustus 2026 nadrukkelijk voor die tweede invalshoek.
Zij stelde dat Trinidad en Tobago na 64 jaar onafhankelijkheid eerlijk moet kijken naar de eigen prestaties en verantwoordelijkheid moet nemen voor beslissingen die sinds 1962 zijn genomen.
Daarbij wees zij erop dat het land bij de onafhankelijkheid volgens haar over een sterke economische en institutionele basis beschikte en dat verschillende landen die destijds economisch achterliepen, Trinidad en Tobago inmiddels voorbij zijn gestreefd.
Persad-Bissessar verwees onder meer naar de toenmalige olie-industrie, landbouw, spoorwegen, juridische structuur en het relatief lage criminaliteitsniveau.
Haar boodschap was duidelijk: het koloniale verleden mag niet worden gebruikt om verantwoordelijkheid voor fouten die na de onafhankelijkheid zijn gemaakt te ontlopen.
Dat is op zichzelf een belangrijk uitgangspunt. Een onafhankelijke staat kan zijn ontwikkeling uiteindelijk niet blijven verklaren vanuit beslissingen van een voormalige koloniale macht.
Maar ook Persad-Bissessar raakt een gevoelig punt
Tegelijkertijd schuilt er een risico in de tegenovergestelde benadering.
Zeggen dat een land verantwoordelijkheid moet nemen voor zijn eigen keuzes, betekent niet automatisch dat de koloniale erfenis geen rol meer speelt.
Ook Trinidad en Tobago kent institutionele en maatschappelijke structuren die vóór 1962 zijn gevormd. Historisch onderzoek naar het onderwijs laat bijvoorbeeld zien dat delen van het onderwijssysteem na de onafhankelijkheid nog kenmerken van het Britse koloniale model droegen.
Ook de toespraken en historische documenten uit Trinidad en Tobago laten zien dat de discussie over dekolonisatie van het onderwijs al lang vóór vandaag bestond.
De toenmalige premier Eric Williams beschreef het onderwijs rond de onafhankelijkheid zelf als een systeem met kenmerken van cultureel imperialisme en wees op beperkte toegang tot het secundair onderwijs en het ontbreken van een duidelijke nationale oriëntatie.
Daarmee is het te eenvoudig om te zeggen: het kolonialisme is voorbij, dus het koloniale effect is ook voorbij.
Geschiedenis werkt immers niet alleen via wetten. Zij werkt ook via instellingen, taal, curricula, sociale verhoudingen en ideeën over wat als kennis, succes en ontwikkeling wordt beschouwd.
Twee uitspraken, één fundamentele uitdaging
Juist daarom hoeven de uitspraken van Simons en Persad-Bissessar niet noodzakelijk elkaars tegenpolen te zijn.
Simons legt de nadruk op de structuren die uit het verleden zijn voortgekomen.
Persad-Bissessar legt de nadruk op de verantwoordelijkheid voor de keuzes die daarna zijn gemaakt.
Beide perspectieven kunnen naast elkaar bestaan.
Een land kan erkennen dat het met een koloniale erfenis te maken heeft én tegelijkertijd erkennen dat het zelf verantwoordelijk is voor wat het daarmee doet.
Dat geldt misschien nog sterker voor onderwijs.
Als het huidige systeem onvoldoende ruimte biedt voor kritisch denken, creativiteit, ondernemerschap en zelfstandigheid, dan is het relevant om te onderzoeken waar die kenmerken vandaan komen.
Maar vervolgens moet de vraag worden gesteld welke regeringen, beleidsmakers en onderwijsprofessionals in de afgelopen decennia verantwoordelijk waren voor het voortbestaan ervan.
Suriname kan niet blijven hangen tussen verklaring en excuus
Voor Suriname ligt hier een belangrijke les.
Het is waardevol om het onderwijs te dekoloniseren als daarmee wordt bedoeld dat curricula, methoden en uitgangspunten beter moeten aansluiten bij de Surinaamse samenleving.
Dat kan betekenen dat meer aandacht wordt besteed aan de eigen geschiedenis, talen, cultuur, economie, leefomgeving en maatschappelijke vraagstukken.
Maar dekolonisatie mag niet eindigen als een retorisch begrip.
Een kind in Brokopondo, Nickerie, Marowijne of Paramaribo heeft weinig aan een discussie over de vraag wie historisch verantwoordelijk is voor de gebreken van het onderwijs wanneer dat kind vandaag nog steeds niet beschikt over dezelfde onderwijskansen als een ander kind.
Daar begint de verantwoordelijkheid van de huidige generatie.
De echte vraag is: wat gaan we nu veranderen?
Het debat zou daarom niet moeten blijven steken in de vraag of het koloniale verleden schuldig is aan de huidige onderwijsproblemen.
De veel belangrijkere vraag is: welke onderdelen van het huidige systeem werken niet, waarom werken ze niet en welke keuzes moeten nu worden gemaakt om dat te veranderen?
Dat vereist historische kennis, maar ook actuele data.
Het vereist erkenning van ongelijkheid, maar ook meetbare doelstellingen.
Het vereist respect voor de Surinaamse identiteit, maar ook onderwijs dat kinderen voorbereidt op een wereld waarin technologie, ondernemerschap, wetenschap en internationale concurrentie steeds belangrijker worden.
En het vereist vooral leiderschap dat bereid is om verantwoordelijkheid te nemen voor resultaten.
Van koloniale erfenis naar nationale verantwoordelijkheid
Misschien ligt daar uiteindelijk de gemeenschappelijke les van Simons en Persad-Bissessar.
Een samenleving die haar geschiedenis vergeet, loopt het risico oude structuren opnieuw te reproduceren. Een samenleving die haar geschiedenis voortdurend als verklaring voor het heden gebruikt, loopt het risico haar eigen verantwoordelijkheid uit het oog te verliezen.
De uitdaging is daarom niet om te kiezen tussen “het kolonialisme is de oorzaak” en “het kolonialisme is geen excuus meer”.
De volwassen benadering is om beide vragen tegelijk te stellen:
Wat hebben wij geërfd?
En vervolgens:
Wat doen wij er vandaag zelf mee?
Voor Suriname betekent dat dat de discussie over onderwijs niet alleen een discussie over het verleden moet zijn. Het moet vooral een gesprek worden over de toekomst van het Surinaamse kind.
Want uiteindelijk wordt een onderwijssysteem niet beoordeeld op de geschiedenis waaruit het is voortgekomen, maar op de kansen die het de volgende generatie daadwerkelijk biedt.
J. Mangru
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







